Ben Verboom zocht liefde en vond God: “Ik kon alleen maar huilen”

Dominee Ben Verboom kwam op een bijzondere manier ter wereld. “Mijn moeder was dakloos. Ik ben op straat geboren en naar het ziekenhuis gebracht”, vertelt hij. Kort daarna werd hij te vondeling gelegd. “Uiteindelijk ben ik op zoek gegaan naar: wie ben ik.” Ben groeide op in een pleeggezin, maar de vraag naar zijn identiteit bleef knagen. “Ik merkte dat ik echt iets nodig had, waardoor ik ook het idee kreeg: ik ben geliefd. Daarom heb ik God gevonden.” Afgelopen zondag vertelde Ben in Hour of Power zijn aangrijpende levensverhaal, een zoektocht naar identiteit en liefde. “Ben ik net zo geliefd als de biologische kinderen van mijn pleegouders?”
Hoewel hij terechtkwam in een liefdevol gezin, bleef die vraag hem bezighouden. “Ik voelde me wel heel bijzonder en speciaal, omdat zij drie biologische kinderen hadden en toch bewust kozen om ook iets te betekenen voor kinderen die te vondeling worden gelegd of geen veilig thuis hebben.” Tegelijk klonk er een andere stem. “Er was een soort stem in mij die zei: ‘Hoor je er wel echt bij?’”
Die twijfel werd gevoed door kleine momenten. “Als mijn moeder mijn oudste broer een knuffel gaf, dacht ik: ‘Zie je wel, ze houdt net iets meer van hem dan van mij.’” Die gedachte nestelde zich diep. “Er zat een leugen in mij: hoor ik er wel echt bij en ben ik ook net zo geliefd als hun biologische kinderen?”
Op zoek naar vrede
Ben ging op zoek naar antwoorden, maar vond die lange tijd niet. “Ik kwam in de scene van party en drugs terecht.” Het gaf afleiding, maar geen vervulling. “Ik was eigenlijk op zoek naar het leven, zocht iets om het gat te vullen met avontuur. Het was een leuke tijd, maar elke keer kwam ik erachter: dit is het niet. Dit gaat me geen vervulling geven.”
Wat hij zocht, kon hij wel benoemen. “Ik was op zoek naar vrede en ontspanning, maar ook naar geliefd zijn. Echt ten diepste het gevoel hebben: ik hoor erbij en ik mag er zijn.” Ondanks zijn christelijke opvoeding landde het geloof niet. “Ik snapte het niet helemaal. Er was iets in mij, een onrust, die op zoek was naar rust.”
Die onrust kwam tot stilstand op een onverwacht moment. “Er was een moment dat ik in een dienst zat”, vertelt Ben. “Ik was de avond ervoor wezen stappen en ik was brak. Toch ben ik gegaan, naar een evangelische kerk. Ik dacht: hoe kunnen die mensen nou zo blij zijn? Maar ik had ook het gevoel: daar gebeurt iets. Iemand begon te spreken over de liefde van God. Toen ik het vuur in zijn ogen zag, dacht ik: hij heeft iets. Een bepaalde rust, een bepaalde vrede. Dat wilde ik ook.”
Oude patronen
Tijdens die dienst werd het evangelie gedeeld. “En dat heb ik toen ook aangenomen”, zegt Ben. Wat er daarna gebeurde, staat hem nog scherp voor ogen. “God kwam zo diep in mijn hart dat ik alleen maar eerst twintig minuten kon huilen. Ik was echt die verloren zoon die thuiskwam.”
Dat besef veranderde zijn leven, maar niet zonder strijd. “Van binnen gebeurde er heel veel, maar mijn leven was nog steeds een rotzooi.” Oude patronen moesten worden doorbroken. “Ik had loopgraven gemaakt van wereldse dingen, dingen die mij vervulden, waarmee ik moest stoppen om op een nieuwe manier te leren denken en wandelen.” Hij vergelijkt het met opnieuw leren lopen. “Het was alsof ik opnieuw geboren werd.
Een belangrijk punt lag bij presteren. “Ik wilde altijd het beste jongetje van de klas zijn.” Dat zat diep. “Ik kwam altijd thuis bij mijn ouders en zei: ‘Pap, mam, kijk eens, ik heb een negen gehaald.’” Liefde en erkenning zocht hij in wat hij deed. “Dat veranderde. Nu was ik geliefd en hoefde ik niet meer te presteren of mezelf te bewijzen.” Die ontdekking gaf rust. “Ik moest leren ontspannen: ik ben geliefd. Het is oké. Ondanks wat ik doe of ondanks wat ik presteer.”
Cadeau van God
Ook zijn kijk op zijn biologische moeder veranderde. “In het begin wilde ik helemaal niks meer met haar te maken hebben. Er was boosheid en onbegrip. Op die momenten kwam er een soort woede in mij.” Door zijn geloof verschoof dat. “Toen ik de liefde van God leerde kennen, dacht ik: waarom zou ik haar veroordelen? Ik ben zelf ook vergeven.”
Langzaam groeide er bewogenheid. “Ik dacht: zij kan er niks aan doen. Ik heb uit genade een gezin ontvangen.” Ben zocht opnieuw contact. “We spraken af, gingen samen een ijsje kopen.” Hij nam ook zijn vrouw mee. “Dat wat ik heb ontvangen, dat gun je je meest geliefde moeder ook. Ik bad met haar en vertelde over het evangelie. Ik wilde haar het vooral als een cadeau laten zien.”
Zijn moeder leerde God kennen. “Zij heeft uiteindelijk haar hart aan Jezus gegeven.” Aan het einde van haar leven was Ben bij haar. “Ze had uitgezaaide longkanker.” Hij nam afscheid aan haar sterfbed. “Ik heb haar een kus op haar voorhoofd gegeven en gezegd: ‘Lieve mam, ik dank je voor het leven. Je hebt het goed gedaan. Ik ben trots op je en ik hou van je. En ik zie je weer in de hemel.’” Dat moment noemt hij het meest kostbare uit zijn leven. “Dat ik haar heb mogen achterlaten.” Zelfs in haar coma gebeurde iets wat hem bijblijft. “Elke keer als we God aanbaden, deed zij haar handen omhoog.”
Vandaag staat Ben als voorganger in het leven. “Mijn vrouw en ik zijn een bijbelschool gestart.” Toch blijft de kern hetzelfde. “De belangrijkste les zit in het herder-zijn. Daarin kunnen we echt het vaderhart van God zien. Ik was een verloren schaap en nu ben ik weer thuis, veilig in de stal.”
Kijk ook het interview met Ben terug in Hour of Power.
































Praatmee