Misbruik, drugs, Parkinson én een ontmoeting met God: het levensverhaal van Herman Haan

In de christelijke wereld is Herman Haan bekend als liedjesschrijver, auteur, radio- en televisiemaker, theoloog én voorganger. Onlangs schoof hij aan in het tv-programma Hour of Power. Daarin deelde hij in gesprek met presentator Jan van den Bosch zijn aangrijpende levensverhaal. Haan werd als kind het slachtoffer van seksueel misbruik. Door de vele ruzies thuis, nam hij daarnaast als tiener zijn toevlucht tot drugs. Op een bijzondere manier ontmoet Haan later God én zijn vrouw. Ondanks het feit dat Haan Parkinson heeft, is zijn geloof rotsvast.
Eerder in de uitzending van Hour of Power speelde de worshipband een lied over overgave. Jezelf en je eigen leven volledig uit handen geven aan God is voor elke christen een uitdaging. Maar hoe doe je dat als je, in het geval Haan, de ziekte van Parkinson hebt? Hoe geef je dat dan over? “Dat is best moeilijk", antwoordt hij. "Tegelijkertijd ga ik bijna elke week voor in een kerk. Wat je de mensen vertelt, ga je toepassen op jezelf. Je kunt niet anders, want anders is het ook niet echt. Hoe verhoudt zich dat? Het is zwaar. Maar tegelijkertijd zijn Gea (de vrouw van Herman Haan, red.) en ik nog nooit zo gelukkig geweest. We gaan uiteten, we gaan een eindje rijden. Ik kan weliswaar veel minder dan tien jaar geleden, maar ik kan nog genoeg om heel veel plezier in het leven te hebben."
Haan vertelt vervolgens wat zijn ziekte inhoudt. "De ziekte van Parkinson is dat je gebrek hebt aan dopamine, dat zit in je hersenen. Als je onvoldoende dopamine hebt, ga je slingeren, trillen en spreek je wartaal. Allemaal dat soort prettige dingen, zou ik bijna cynisch bedoeld zeggen. Dus het is best wel heftig. Ik wil er ook niet lichtvoetig over spreken, want het is ernstig genoeg. Maar tegelijkertijd als we dan thuis, in de kerk of tijdens een concert aan het zingen zijn, dan heb ik een glimlach van oor tot oor. Mijn concerten doe ik zingend. Ik merk dat de mensen het gewoon leuk vinden en me niet zielig vinden."
Vervolgens vraagt de presentator van dienst aan Haan welk christelijk lied bij hem opkomt nu hij in de uitzending is. "Toch wel Tienduizend redenen. Dat is een 'kapot' gezogen lied, ik weet het. En dan maak je het mee dat je diagnose Parkinson krijgt, maar toch gaat het leven ook gewoon door. Alleen willen wij het een schepje mooier maken dan nu."
Verhalenverteller
Haan is een verhalenverteller pur sang. Desgevraagd vertelt hij het mooiste verhaal dat hij met de kijkers van Hour of Power kan delen. "Ik was nog maar vier of vijf jaar oud toen er een nieuwe kleuterschooljuf kwam. Juffrouw Jannie uit Tolbert. Dat was maar drie of vier kilometer verderop van mijn schooltje. Ondertussen was ik heel ongelukkig thuis en hadden mijn ouders een heel slecht huwelijk. Maar juffrouw Jannie besteedde zoveel aandacht aan de kinderen dat je bijna kon verdrinken in haar aanwezigheid. We waren allemaal verliefd op haar. Toen vertelde ze op een gegeven moment dat ze ging trouwen. Ik heb haar nooit meer gezien, maar ik heb wel van haar geleerd dat het hét verschil kan maken als je iemand liefhebt. Dat is mijn verhaal met juffrouw Jannie."
De nacht was zijn vijand
Haan schreef een autobiografisch boek waarin zijn leven zowel prachtig als schrijnend verwoord wordt. De eerste opmerking in zijn boek luidt: 'Laat me schreeuwen om wat ik verloren heb en laat me zwijgen om wat ik nog heb.' In het boek komt onder meer het misbruik dat hij op jonge leeftijd meemaakte, voorbij. Haan krijgt de vraag of hij een stukje uit het boek kan voorlezen. Haan: 'Mijn jeugd is verre van perfect. Het is er een van geheimen, geweld en misdadig gedrag. En ik, ik ben het middelpunt. Ongevraagd, dat ook nog. Ik ben dan een jaar of zeven, te klein om alles te bevatten, te jong en vooral te bang. De nacht is mijn vijand, want dan komt er vaak een monster aan mijn bed en dat monster doet dingen die ik niet wil zeggen, niet durf te zeggen, niet kan zeggen. Zelfs nu ik zestig jaar verder ben, doet dit nog steeds onbeschrijfelijk veel pijn. Het is een pijn die niet te beschrijven valt, onmenselijk wreed.’
Haan beschrijft op die wijze het misbruik dat hij als jongetje is ondergaan. Terecht wordt opgemerkt dat je op die leeftijd vaak niet eens begrijpt wat misbruik is. 'Dat is zo. Al weet je wél één ding en dat is: dit klopt niet. Want dit is de nacht die zich over mij uitspreidt en die niet wil dat het gezien wordt. Je weet als kind ook al, tenminste ik als kind van zeven of acht jaar, dat dit niet goed is en dat die met zijn poten van mij moet afblijven. Je weet het allemaal. Tegelijkertijd zit je keel op slot en gaat je hard tekeer."
Het vernietigende effect van misbruik
De meeste misbruikslachtoffers nemen de aangedane ellende mee tot in de dood, beaamt ook Haan. “Dat is helaas helemaal waar. Misbruik is over iemands grenzen heengaan en diegene heeft dan even twee minuten van plezier en is dan weg. Misschien dat een dader vervolgens een rot gevoel heeft, maar het slachtoffer al helemaal. Want dan is er niks meer wat jou beschermt. Je bent naakt, figuurlijk naakt. Je staat daar, je ligt daar en je droomt van enge dingen. Je roept om je moeder. Allemaal dat soort dingen.”
Drugsgebruik
Vervolgens vertelt Haan hoe zijn leven er daarna, in een gebroken gezin, uitzag. “Mijn vader en moeder hadden altijd ruzie en er werd veel drank geschonken. Mijn ouders hadden een café en met name mijn moeder was vaak aangeschoten. Dan heb je geen rem meer en ik was zo kwaad op mijn ouders dat ik op een dag dacht: ik steek de hele boel in de fik. Gelukkig is dat niet gebeurd. Later, toen ik veertien was, kwam in aanraking met LSD. Vervolgens toen ik vijftien was met heroïne. Je leven gaat gewoon langzaam kapot en dat is ook wat de duivel wil. Die wil ons kapotmaken zodat we niet meer kunnen functioneren.”
Ondanks het feit dat Haan zich in die tijd een heel moeilijke situatie bevond, ervoer hij tegelijkertijd dat er een God was die hem wilde helpen. “Gek genoeg wel. Hoewel we niet naar de kerk gingen, mocht ik drie keer naar de zondagsschool komen. Ik was toen een jaar of acht.” In de jaren daarna ervoer Haan een verlangen om God te ontmoeten. Dat leidde ertoe dat hij tussen zijn vijftiende en zeventiende naar allerlei kerken ging. ‘Ik vroeg: woont God hier? Want ik heb gehoord dat Hij hier woont. Kan ik kennis met Hem maken?’ Die mensen keken mij aan alsof ze dachten: ‘Die gozer heeft echt te veel gesnoven’, terwijl het voor mij bloedserieus was. Ik wilde God ontmoeten en wist ik veel hoe dat allemaal zat.”
Bekijk in onderstaande video van Hour of Power het indrukwekkende gesprek met Herman Haan volledig terug. Daarin vertelt hij onder meer over de bijzondere manier waarop hij God én zijn vrouw ontmoette. Ook vertelt hij hoe zijn leven eruit kwam te zien nadat Haan Jezus uit genade mocht aannemen en een volgeling van Hem werd.









































Praatmee