cip.nl is nu cvandaag.nl
Start gratis maand
Prof. dr. M. J. Kater en prof. dr. A. Huijgen
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

15 januari 2020 door Jeffrey Schipper

Legden twee CGK-hoogleraren een bom onder de Nashvilleverklaring? Een reconstructie met de hoofdrolspelers

Wie denkt dat de publicatie van de veelbesproken Nashvilleverklaring zorgvuldig is getimed, heeft het mis. De initiatiefnemers voelden zich gedwongen om met de verklaring naar buiten te treden. Een sneeuwbaleffect kwam op gang en de Nashvilleverklaring werd overhaast online gezet. Wat was de concrete aanleiding van de haastige publicatie? Deze vraag staat centraal in deel 3 van de reconstructie over het ontstaan en de nasleep van de verklaring.

cvandaag Premium logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door cvandaag Premium lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Vanaf december 2018 werden steeds meer predikanten uit de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) door de Nashvillewerkgroep benaderd met de vraag om de verklaring te ondersteunen. Het eerder dat jaar door Stichting Heart Cry vertaalde document verscheen ook in de mailbox van prof. dr. M. J. Kater en prof. dr. A. Huijgen. De twee hoogleraren zijn verbonden aan de christelijke gereformeerde Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) en nemen met hun vele spreekbeurten en boeken een invloedrijke positie in binnen orthodox-christelijk Nederland. In tegenstelling tot tientallen collega’s die de verklaring toejuichten, stelden Kater en Huijgen zich via een e-mail aan initiatiefnemers uitermate kritisch op.

Forse kritiek uit eigen hoek
Het was Kater en Huijgen opgevallen dat tal van predikanten per e-mail de vraag kregen om de Nashvilleverklaring te onderschrijven. Om een tegengeluid te laten horen, schreven de hoogleraren een opinieartikel voor publicatie in het Reformatorisch Dagblad (RD). In het artikel benadrukte het duo ‘de waarde van het christelijk huwelijk als de exclusieve, levenslange verbintenis van één man en één vrouw hoog te houden’. In een uitgebreide toelichting maakten Kater en Huijgen duidelijk waarom ze desondanks het vertaalde document niet zouden ondertekenen. Ze gaven aan met hun bevindingen naar buiten te willen komen ‘met het oog op predikanten die niet weten wat ze ermee aan moeten en met het oog op hun gemeenteleden’.

"Wij hebben een opinieartikel geschreven in reactie op de vele e-mails die we kregen over de Nashvilleverklaring, die spoedig gepubliceerd zou worden."

De hoogleraren merken op dat de verklaring de nodige pastorale gevoeligheid mist. ‘De omschrijving van homoseksualiteit als het 'aannemen van een identiteit' doet geen recht aan de nood van velen die helemaal niets aan te nemen hebben, maar homoseksueel gericht zijn.’ Bovendien vinden de hoogleraren het een stap te ver om vooral de zonden van een ander te benoemen. ‘Zal het effect niet zijn dat homoseksuele mensen nog eerder dan nu al het geval is de kerk zullen verlaten?’

Huijgen en Kater vinden een derde overweging de belangrijkste: theologische diepgang en nuance ontbreekt volgens hen. ‘Het verbaast niet dat het oorspronkelijke document geen enkele verwijzing naar een Bijbeltekst bevatte. Eerlijk luisteren naar de Schrift is echter een eerste vereiste.’ Ook wijst het duo op de verdeeldheid die het pamflet met zich meebrengt. ‘Denk aan de druk op mensen die nog niet tekenden. Want wie de verklaring krijgt, kijkt eerst naar de lijst namen onderaan. Dat lijkt ons geen goede manier van doen onder christenen.’ De theologen stellen dat ‘een snel, klip-en-klaar statement tot brokken leidt’.

Huijgen licht tegenover CIP.nl toe waarom hij en Kater het opiniestuk naar het RD stuurden. “Wij hebben een opinieartikel geschreven in reactie op de vele e-mails die we kregen over de Nashvilleverklaring, die spoedig gepubliceerd zou worden. Bovendien kregen we vragen van predikanten en anderen over wat wij van deze verklaring vonden. Intussen was er in het RD al een publieke discussie over een christelijke visie op homoseksualiteit. We hebben aan die discussie ons opinieartikel toegevoegd.” Zo verscheen begin december in het RD het opiniestuk ‘Homoseksualiteit vraagt om hernieuwd belijden’, medeondertekend door dr. De Vries en Baan.

Het RD heeft intern uitvoerig overlegd over wat men met het opiniestuk van het tweetal aan moest. Op het hoofdkwartier in Apeldoorn was de hoofdredactie zich ervan bewust dat het publiceren van het commentaar tot rumoer zou leiden. Het RD trok de conclusie dat het tegengeluid van Kater en Huijgen niet genegeerd kon worden.

Arjan Baan liet per e-mail weten dat hij 'vreesde dat de onderlinge eenheid radicaal aan stukken geslagen zou worden door het opiniestuk'.

Een dag nadat het opinieartikel door Kater en Huijgen werd verzonden, op 20 december, stelden de hoogleraren de Nashvillewerkgroep op de hoogte. In de e-mail lichtten Kater en Huijgen toe dat ze respect hebben voor de intenties van de initiatiefnemers van de verklaring, maar tot een andere afweging zijn gekomen en dat het commentaar op maandag 24 december in het RD zou verschijnen. Huijgen voegt toe dat “als je iets publiceert het gebruikelijk is tevoren de tekst toe te sturen aan de personen die het betreft, zodat anderen niet plots iets in de krant lezen en daarmee overvallen worden. Uit beleefdheid hebben wij dus vooraf  aan de initiatiefnemers, dr. De Vries en Baan, de tekst van ons opinieartikel toegestuurd.”

Heftige discussies per e-mail
Arjan Baan reageerde namens de Nashvillewerkgroep toen hij hierover op de hoogte werd gesteld. De evangelist liet per e-mail weten dat hij ‘vreesde dat de onderlinge eenheid radicaal aan stukken geslagen zou worden door het opiniestuk en predikanten die de Nashvilleverklaring hadden ondertekend door de publicatie zich zouden terugtrekken’. “We hebben nadrukkelijk bezwaar gemaakt tegen publicatie”, licht ds. M. van Reenen toe. Als hersteld hervormde predikant was hij eerder die maand bij de vertaling van de verklaring betrokken geraakt. Later zou hij zitting nemen in de Nashvillewerkgroep. “We vonden het artikel voorbarig en het deed wat ons betreft geen recht aan de vertaling. Ook de timing, vlak voor de Kerstdagen, vonden we ongelukkig.”

“Wij hebben Kater en Huijgen vriendelijk verzocht het RD-opinieartikel niet te plaatsen, zodat we tijd zouden krijgen voor een zorgvuldige lancering van de Nashvilleverklaring”, maakt Arjan Baan tegenover CIP.nl duidelijk. “We zouden eerst een studiedag houden om daar de Nashvilleverklaring te bespreken met theologen om daarna de verklaring te publiceren. De beide professoren gaven geen gehoor aan ons verzoek en wilden toch hun opinieartikel publiceren. Zij reageerden echter in het RD op basis van de eerste versie, die naar de predikanten was toegestuurd.”

“We vonden het artikel voorbarig en het deed wat ons betreft geen recht aan de vertaling. Ook de timing, vlak voor de Kerstdagen, vonden we ongelukkig.”

De initiatiefnemer voor de Nederlandse Nashvilleverklaring geeft aan dat Kater en Huijgen zich met hun opinieartikel op een eerdere conceptversie baseerden. “We hebben Kater en Huijgen een veel nieuwere versie van het vertaalde document toegestuurd, met de vraag om dat nieuwe document als uitgangspunt te gebruiken. Het was van hun kant immers erg voorbarig om publiek te gaan schieten op een document dat nog niet definitief is vastgesteld. De citaten die ze in hun opinieartikel overnamen waren afkomstig uit de eerste versie. Daarmee waren enkele belangrijke punten uit hun opinieartikel niet meer van toepassing of in ieder geval minder relevant.” Volgens dr. De Vries hadden Kater en Huijgen hun betoog beter kunnen uitstellen tot na de studiedag over de Nashvilleverklaring. “Het idee was om die studiedag in mei 2019 te organiseren.”

Huijgen bevestigt dat dr. De Vries en Baan hebben gevraagd “om het opiniestuk niet te publiceren. Initiatiefnemer Arjan Baan stuurde de ‘nieuwe versie’ van de Nashvilleverklaring in een bijlage mee. Die vertaling verschilde inhoudelijk echter nauwelijks van de versie waarop wij reageerden; alle verwijzingen in ons artikel naar de Nashvilleverklaring klopten. Niemand heeft ook substantiële verschillen aangewezen tussen de nieuwe en de oude versie. Wie beweert dat die er wel zijn, moet ze maar aanwijzen. Daarnaast vonden we het niet passend om, als iemand je uit beleefdheid een tekst vóór publicatie stuurt, te vragen om af te zien van die publicatie.”

Uit correspondentie waar CIP.nl over beschikt blijkt inderdaad dat er maar een zeer gering verschil was tussen de versie waarop Kater en Huijgen zich hebben gebaseerd voor hun opinieartikel en de versie die ze later van Baan hebben ontvangen. Uit de mailwisseling blijkt ook nergens dat het om een concepttekst ging.

"Ineens stond het opiniestuk in het RD. In allerijl moesten we als werkgroep handelen."

In hoeverre was de Nashvilleverklaring af toen Kater en Huijgen met hun artikel naar buiten kwamen? "Op detailniveau waren we nog aan het schaven”, herinnert ds. Van Reenen zich. “Aan de hand van zinvol commentaar werd de verklaring regelmatig aangepast.” Ds. Klaassen voegt toe dat de Nashvilleverklaring niet inhoudelijk is aangepast naar aanleiding van de kritiek van Kater en Huijgen. “De verklaring was al af voordat hun opinieartikel verscheen. De correcties waren van toepassing op de soms ietwat stroeve vertaling van Engels naar Nederlands. Een vaste tekst kun je bovendien niet inhoudelijk aanpassen. Daar moet ik aan toevoegen dat er nog wel een pastoraal naschrift is toegevoegd. Ik denk dat dit te maken heeft met het artikel van Kater en Huijgen.”

RD stelt publicatie uit
Uiteindelijk besloot het RD om de publicatie van het opinieartikel uit te stellen en over de kerstdagen heen te tillen. Een concrete publicatiedatum werd niet naar de Nashville-werkgroep gecommuniceerd. Het RD kreeg ook daarna – op Tweede Kerstdag - vanuit de Nashville-werkgroep het verzoek om het opinieartikel definitief niet te publiceren. Vanuit de hoofdredactie van het RD werd vervolgens diezelfde dag per e-mail richting de werkgroep voor het eerst inhoudelijk op de Nashvilleverklaring gereageerd met een reeks kritische vragen, in aanvulling op het kritische commentaar van Kater en Huijgen.

Topoverleg op de RD-redactie

Op 27 december publiceerde het RD voor het eerst een redactioneel artikel over de Nashvilleverklaring met een hyperlink naar het Engelstalige statement, de oorspronkelijke verklaring. Op deze wijze communiceerde het RD richting haar achterban dat er werd gewerkt aan een Nederlandse vertaling, die gekoppeld zou worden aan een studiedag. De Nashvillewerkgroep was namelijk van plan om publicatie van de Nashvilleverklaring, in welke volgorde dan ook, aan een studiedag te koppelen. Dr. P. de Vries, één van de initiatief nemende ‘Nashvilledominees’, vond het redactieartikel “onduidelijk”. “Het was niet duidelijk wat het doel van de Nashvilleverklaring is en wat het losmaakte in de VS.” Een dag na het nieuwsartikel in het RD verscheen in diezelfde krant het opinieartikel van Kater en Huijgen.

Het RD is ervan overtuigd dat Kater en Huijgen hun commentaar niet hebben geschreven om bredere steun te voorkomen, maar om collega’s aan het denken te zetten.

Ds. Van Reenen en de rest van de Nashvillewerkgroep werden door de publicatie van het opinieartikel onaangenaam verrast. “We wisten van tevoren niet dat het artikel op 28 december geplaatst zou worden. Ineens stond het opiniestuk in het RD. In allerijl moesten we als werkgroep handelen. We hebben vervolgens besloten om een in reactie daarop dit opinieartikel te schrijven.” Het commentaar ‘Eenheid én duidelijkheid nodig rond scheppingsorde’ verscheen op 2 januari in het RD. “Van het RD en prof. dr. Kater kregen we complimenten over de toonzetting in onze reactie”, voegt de predikant toe. “Daarom gaat het me er nu ook niet om, negatief te doen over anderen. Wel wil ik toelichten, waarom we gemeend hebben te moeten handelen zoals we dat gedaan hebben.”

Waarom het RD publiceerde
De hoofdredactie van het RD heeft er bewust voor gekozen om het opiniestuk van Kater en Huijgen uiteindelijk toch te publiceren. De krant wilde ‘een steekhoudend geluid uit een deel van de achterban’ niet negeren. Op het moment dat het artikel naar het RD werd verzonden (19 december) ontving een grote groep predikanten al het verzoek om de Nashvilleverklaring te onderschrijven. Publicatie van het tegengeluid vond het RD belangrijk zodat de predikanten er kennis van zouden nemen en zouden nadenken over de consequenties. Het RD is ervan overtuigd dat Kater en Huijgen hun commentaar niet hebben geschreven om bredere steun te voorkomen, maar om collega’s aan het denken te zetten.

Een andere reden voor het RD om het opiniestuk toch te plaatsen is het feit dat Kater en Huijgen hun artikel spontaan hebben ingestuurd en dus niet op verzoek van het RD. Ook is er volgens de krant geen sprake van het schenden van vertrouwelijkheid, wat overigens ook nooit door de Nashvillewerkgroep is beweerd. Nooit is aangegeven dat de mailwisselingen tussen de initiatiefnemers van de Nashvilleverklaring en predikanten die gevraagd werden om een steunbetuiging vertrouwelijke informatie zou bevatten. Leden van de RD-hoofdredactie bevonden zich immers ook tot de ellenlange lijst e-mailontvangers. Bovendien was het document in het Engels al langere tijd openbaar beschikbaar.

"Het is vreemd om degenen die je adviseren om een tekst niet te publiceren, te verwijten dat ze je gedwongen hebben de tekst te publiceren."

De Nashvillewerkgroep voelde zich naar eigen zeggen gedwongen om de verklaring te publiceren naar aanleiding van het opinieartikel van Kater en Huijgen. Laatstgenoemde begrijpt dit niet. “Alsof wij hen zouden hebben gedwongen om de Nashvilleverklaring te publiceren”, zegt Huijgen. “Dat is de omgekeerde wereld. Wij hebben juist geadviseerd om niet te publiceren. Het is vreemd om degenen die je adviseren om een tekst niet te publiceren, te verwijten dat ze je gedwongen hebben de tekst te publiceren. Wij hebben ons daarover verbaasd.”

Namens de Nashvillewerkgroep zegt ds. Van Reenen in reactie hierop: “Wij zeggen niet dat we door het opinieartikel gedwongen werden de verklaring te publiceren, maar het opinieartikel. Waarom? De Nashvilleverklaring was weliswaar niet vertrouwelijk, maar wel slechts onder een relatief beperkt publiek (enkele honderden predikanten) verspreid. Zo’n artikel op de opiniepagina brengt het ineens voor het grote publiek. Als publiekelijk slechts één kant van het verhaal gehoord wordt, dan is dat onevenwichtig. Oftewel: het artikel riep weliswaar niet op tot publicatie van de Nashvilleverklaring, maar gaf wel aanleiding tot het schrijven van een reactie.”

Het RD bevestigt dat de hoogleraren niet hebben opgeroepen om te publiceren en dat de initiatiefnemers van de Nashvilleverklaring er ook voor hadden kunnen kiezen om ‘de Nashvilleverklaring even terug in de kast te stoppen’, zoals het RD vermeldde in een hoofdredactioneel commentaar. Eén van de betrokkenen die het ontstaan van de Nashvilleverklaring van dichtbij heeft meegemaakt en anoniem wil blijven denkt dat de initiatiefnemers ‘de gevolgen niet goed konden overzien en vanuit een heilig vuur’ de verklaring naar buiten hebben gebracht.

"We hadden gehoopt dat de initiatiefnemers van de verklaring naar ons signaal geluisterd zouden hebben, in plaats van tot een overhaaste publicatie over te gaan."

Ds. Klaassen vertelt dat een aantal leden van de Nashvillewerkgroep later in 2019 nog een ontmoeting heeft gehad met Kater en Huijgen om terug te blikken. “We hebben hen meegegeven dat, als je zo nodig voorgangers wil waarschuwen, het ook een optie was geweest om collega’s per e-mail te benaderen. Zij zochten het publieke forum door het stuk in een krant te plaatsen die door tienduizenden mensen wordt gelezen. Dan maak je dus wel iets los en ik denk dat het een bewuste stap is geweest.”

Was de actie van Kater en Huijgen bewust? “Dat klopt in zoverre, dat wij (voordat we iets publiceren) nadenken over de consequenties ervan en dus bij ons volle verstand, bewust, een opinieartikel hebben gepubliceerd”, legt Huijgen uit. “Dat lijkt ons logisch. Wij waren ons ook bewust van de ophef die de Nashvilleverklaring zou kunnen geven; daar hebben wij in ons artikel ook voor gewaarschuwd, al heeft de hoeveelheid reacties en de heftigheid daarvan ons ook verbaasd. Wij staan nog altijd achter de boodschap van ons artikel toen (namelijk: de Nashvilleverklaring was onpastoraal en ontijdig), maar we hadden gehoopt dat de initiatiefnemers van de verklaring naar ons signaal geluisterd zouden hebben, in plaats van tot een overhaaste publicatie over te gaan.”

Publicatie Nashvilleverklaring
Al voordat het veelbesproken artikel van Kater en Huijgen in het RD werd gepubliceerd, heeft de Nashvillewerkgroep schriftelijk tegenover het RD het idee geopperd om de definitieve versie van de Nashvilleverklaring in het RD te publiceren, waarbij over een termijn van publicatie nog niet was gesproken. Nadat het artikel van Kater en Huijgen was gepubliceerd liet Arjan Baan in het Nederlands Dagblad weten dat de Nashvilleverklaring met een pastoraal nawoord de volgende dag verspreid zou gaan worden. Toen de redactie van het RD dit opmerkte, is alsnog aan Baan de mogelijkheid aangeboden om via hen de Nashvilleverklaring te verspreiden.

Na overleg met andere leden van de werkgroep stuurde Baan op verzoek van het RD de definitieve versie naar het dagblad. Het RD wachtte naar eigen zeggen op 4 januari met publicatie tot het document op de site van de Nashvilleverklaring stond. Een paar uur later verscheen de verklaring op de website van het RD. Terwijl reformatorisch Nederland zich voorbereidde op een rustige zondag, barstte de mediastorm in alle hevigheid los.

Volgende week wordt in deel 4 van deze reconstructie ingezoomd op het communicatieproces van de Nashvillewerkgroep en het werven van handtekeningen onder honderden dominees. In hoeverre wisten de ondertekenaars dat hun handtekening in het openbaar zou verschijnen? Later wordt in het slot van de reconstructie door de hoofdrolspelers teruggeblikt op het ontstaan en de publicatie van de Nashvilleverklaring.

cvandaag Premium logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor cvandaag Premium

Je las net een gratis cvandaag Premium artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reconstructie Nashvilleverklaring
- Hoofdrolspelers Nashvilleverklaring blikken terug: "In christelijk Nederland mag de waarheid niet meer duidelijk gezegd worden"
- Dit ging er mis bij de chaotische en overhaaste publicatie van de Nashvilleverklaring
- Vorig jaar brak een mediastorm los vanwege de Nashvilleverklaring: dit waren de hoofdrolspelers
- Waarom bezorgde christenen de noodklok luidden met de Nashvilleverklaring
- Vorig jaar ontplofte Nederland vanwege de Nashvilleverklaring - dit ging eraan vooraf
Meer over Reconstructie Nashvilleverklaring »

Praat mee

Alleen cvandaag Premium leden kunnen reageren op artikelen. Word ook cvandaag Premium lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

H
Volgens mij hebben beide hoogleraren inderdaad ondoordacht en wat hoogmoedig gehandeld, menende dat dominees niet in staat zijn om zelfstandig een oordeel te vormen. Ds. Klaassen wijst m.i. in zijn commentaar de koninklijke weg zoals het had gemoeten.