Almatine Leene: "Er is genoeg eten voor iedereen"

'Geef ons heden ons dagelijks brood.ā Het is een bekende zin uit het Onze Vader. Het is Ć³Ć³k de slogan van de kerstcampagne van ZOA, om vluchtelingen te helpen die honger hebben. Volgens Almatine Leene, Theoloog des Vaderlands en schrijver, zit deze zin vol belangrijke levenslessen. āWe zijn ten diepste allemaal kwetsbaar en afhankelijk.ā
Een beetje schuldbewust geeft Almatine toe dat ze het Onze Vader eigenlijk niet zo vaak bidt in het openbaar. Dat heeft vooral een praktische reden: āDoordat ik langere tijd in Zuid-Afrika heb gewoond, ben ik bang dat ik het verwar met de Zuid-Afrikaanse versie. Maar toevallig heb ik kort geleden een uitzending voor de EO-podcast āDit is de Bijbelā opgenomen over gebed, en ook het Onze Vader kwam ter sprake. Tijdens het gesprek werd ik opnieuw door het gebed geraakt. Dus ik heb het voornemen om het Onze Vader vaker te bidden, en het ook mijn kinderen te leren.ā
De zin āGeef ons heden ons dagelijks broodā is de drager van de ZOA kerstcampagne tegen honger. Wat roept deze zin bij jou op?
āVoor Westerse mensen die een koelkast vol eten hebben, is het een heel rare zinsnede. Met die volle koelkast kun je zo een of twee weken mee vooruit. Maar voor mensen die niet weten waar hun ontbijt of avondeten vandaan moet komen, is dit echt een basisvraag, een concreet en indringend gebed. Voor mensen met een volle koelkast daarentegen, zoals ikzelf, is deze vraag een confronterende: niet iedereen heeft iedere dag eten. In die zin is het heel goed om dit te bidden, ook met een gevulde koelkast.ā
Het schuurt ook wel, want als je overvloed hebt, waarom zou je dit bidden? Maar als je tekort hebt: waarom zou je dit dan ook bidden? Er komt meestal geen brood uit de hemel vallen.
āIk vind het eerste woord bijzonder. Het is echt een soort schreeuw: Geef! Er staat niet zoiets als: āWilt U ons alstublieft brood geven?ā Nee, er staat: Geef! Daarin klinkt iets door van ārecht hebben opā. Er is genoeg eten in de wereld voor iedereen. Ik denk ook dat mensen die hongerlijden recht hebben op dat brood. Het voedsel is niet eerlijk verdeeld in de wereld. Ik vind het heel urgent en appellerend geformuleerd.ā
Collectief
āHet Onze Vader is heel duidelijk een collectief gebed. Er staat niet āMijn Vaderā, maar āOnze Vaderā. Het is onze gezamenlijke Vader die aan ons wil geven. En het geldt voor de hemel als ook op de aarde. Het is dus niet alleen maar zo dat God dat brood dan maar moet geven. Er zit een oproep in om te delen. Het is de Vader van wie Jezus zegt: āAls je een brood vraagt, krijg je geen steen.ā Dus als jij brood krijgt, dan kan het niet zo zijn dat jouw broertje of zusje, ook al is die ver weg, van diezelfde Vader een steen krijgt. Dat klopt niet. Dus misschien heb je dan wel te veel brood gepakt, wat niet allemaal voor jou bedoeld is.ā
Dit gebed raakt ook aan vertrouwen. Vertrouwen hebben in God, weten dat het leven niet maakbaar is.
āAls je minder hebt, en je bent van andere mensen afhankelijk om dat brood te krijgen, dan is er veel meer besef dat het niet vanzelfsprekend is. Met die volle koelkast ben je veel minder bewust van die afhankelijkheid. Jammer genoeg werkt het in ons leven vaak zo dat we pas naar God toe gaan als we het zelf niet meer redden. Als er bijvoorbeeld iets gebeurt waar we zelf geen invloed op hebben. Maar er is ook een andere kant. Als je zo bezig moet zijn met eten, omdat je honger hebt, dan vraag ik me af of je echt veel bezig bent met gebed en vertrouwen. Want wat heb je aan dat vertrouwen als je honger hebt? Ik kan me daar geen voorstelling van maken.ā
Vandaag
"In de Nieuwe Bijbelvertaling wordt het betreffende vers heel mooi vertaald in: āGeef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.ā Het gaat om vandaag. Heb je voor vandaag genoeg? Als je meer hebt, dan zou je kunnen kijken wat je daarvan kunt uitdelen. Dat zag ik in Zuid-Afrika letterlijk gebeuren. Soms konden mensen die heel arm waren ergens een dagje werken en dan kregen ze aan het eind van de dag loon, of ze kregen een voedselpakket. En wat deden ze? Ze deelden dit meteen uit. Ik dacht dan: āBewaar toch wat, voor morgen of overmorgen.ā Wij westerlingen zijn zo gericht op dat plannen. Regeren is vooruitkijken. Maar daar was het veel meer van: wat je nu hebt, dat deel je. En morgen deelt iemand anders weer wat met jou. Het is dan ook āonsā brood. Dat relationele, het samen delen, dat heeft iets heel moois. En het vraagt een enorm vertrouwen. In elkaar, en dus ook in God. Die twee zijn volgens mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als jij je brood kunt weggeven, dan laat dat vertrouwen zien in God en de mensen om je heen.ā
Kwetsbaarheid
āHet kan een valkuil zijn in het Westen om te denken dat je altijd maar moet geven, geven, geven. Wij vergeten dat het wederkerig is. Dat wij ook iets daarin te ontvangen hebben, namelijk vertrouwen, afhankelijkheid. Ik herinner me dat ik een keer een praatje maakte op straat en mijn broodje weggaf en dat die persoon toen tegen mij zei: āKan ik voor jou bidden?ā Dan ontvang je een gebed. In Zuid-Afrika heb ik geleerd dat je je open mag stellen, niet alleen om te geven, maar ook om te ontvangen. Juist ook van degene die zo in afhankelijkheid van jou en God leeft. Dat zorgt voor iets kwetsbaars, dat je dan ook in jezelf ontdekt.ā
āLaatst zag ik een vrouw op straat en een straatverkoper vroeg: āMag ik iets vragen?ā En die vrouw zei heel resoluut: āNee.ā Wow, dacht ik toen. Wat gebeurt hier? Je schermt je van iets af. Dat heb ik zelf ook talloze keren gedaan hoor, dus ik herken het. Dat afschermen doen we volgens mij, omdat we de confrontatie met onze eigen kwetsbaarheid niet aan willen gaan. Want er staat iemand tegenover je die jij ook had kunnen zijn. Dat beseffen we ergens wel, maar dit willen we het liefst ver van ons houden. Wij willen niet afhankelijk van anderen zijn. Terwijl er ook iets heel moois in zit om je afhankelijk te weten. Dat zijn we ten diepste allemaal. Als we meer die samen-gedachte hebben, en delen, dan wordt dat minder spannend. Als jij ziet wat mensen met jou willen delen, dan doe je het ook andersom.ā
Voor miljoenen vluchtelingen is dagelijks brood verre van vanzelfsprekend. Samen kunnen we er voor hen zijn met voedselpakketten of middelen om eten te kopen. Dit geeft hen weer hoop voor de toekomst. Help jij mee met een voedselpakket? Ja, ik help mee!
Foto Almatine Leene: Willem Jan de Bruin