VN eisen maatregelen Pakistan tegen gedwongen bekeringen en kindhuwelijken

Een door de VN ingesteld orgaan wil dat Pakistan zich meer inzet om gedwongen bekeringen en huwelijken in het land tegen te gaan. Men waarschuwt dat jonge meisjes uit minderheden stelselmatig het slachtoffer worden van islamistische dwang. Dat geldt onder meer voor christelijke meisjes. De VN-experts pleiten voor concrete maatregelen om deze praktijken te stoppen en de verantwoordelijken aan te pakken.
Om deze situatie te verbeteren, roepen de onafhankelijke experts, aangesteld door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC), Pakistan op om de huwelijksleeftijd in het hele land naar 18 jaar te verhogen. Daarnaast adviseren zij om gedwongen religieuze bekering als een specifiek strafbaar feit te definiëren en wetten ter bestrijding van mensenhandel en seksueel geweld effectief toe te passen. Ook herhalen zij aanbevelingen van VN-verdragsorganen voor onmiddellijke en onpartijdige onderzoeken naar alle meldingen van misstanden en bestraffing van daders. 'Wij maken ons ernstig zorgen dat wetshandhavingsinstanties klachten van slachtoffers en familie van slachtoffers vaak negeren, nalaten om gedwongen bekeringen tijdig te onderzoeken of te vervolgen en verzuimen om de leeftijd van slachtoffers correct vast te stellen', aldus de verklaring van het panel. De verklaring benadrukt verder de noodzaak van uitgebreide ondersteuning van slachtoffers.
Vorig jaar betrof ongeveer 75 procent van de gerapporteerde slachtoffers van gedwongen bekering via huwelijk personen met een hindoeïstische achtergrond, terwijl 25 procent christelijk was. Bijna 80 procent van deze voorvallen vond plaats in de provincie Sindh. Minderjarige meisjes bleken bijzonder kwetsbaar. Armoede vergroot de risico's voor vrouwen en meisjes uit minderheidsgroepen. De experts spreken over 'systematische discriminatie tegen niet-islamitische vrouwen en meisjes' waarbij ze worden gedwongen zich tot de islam te bekeren
Naast de oproep van de VN-experts, hernieuwde de Nationale Commissie voor Rechtvaardigheid en Vrede (NCJP) haar pleidooi voor wetgeving die gedwongen bekeringen strafbaar stelt. Dit volgde op de publicatie van hun rapport ‘Captive Souls: The Untold Story of Pakistan’s Minority Girls’. Het rapport, gebaseerd op gevallen van christelijke meisjes tussen 2021 en 2025, toont aan dat bekeringen steevast plaatsvonden onder dwang, bedreiging, intimidatie, misleiding en financiële druk. ‘In veel gevallen worden individuen gedwongen zich te bekeren om te ontsnappen aan discriminatie, geweld, sociale uitsluiting, of om economische problemen zoals schulden op te lossen’, zo staat in het rapport.
Naeem Yousaf Gill, uitvoerend directeur van NCJP, merkt op dat Pakistan een specifiek wetsartikel tegen gedwongen religieuze bekering mist en vraagt om formele erkenning van het probleem door de staat als eerste stap naar hervorming. “Alleen dan kan de staat het probleem serieus aanpakken via uitgebreide wetgeving gericht op de bescherming van de rechten van religieuze minderheden, met name meisjes en vrouwen", stelt hij. Gill stelde waarborgen voor, waaronder een zorgvuldige procedure bij bekeringen, een minimumleeftijd voor bekering, strenge straffen voor dwang, onafhankelijke controlemechanismen, ondersteuning voor slachtoffers en gespecialiseerde rechtbanken voor versnelde procedures.
Het rapport bekritiseert tevens een uitspraak van 3 februari van het Pakistaanse Federale Constitutionele Hof, dat het islamitische huwelijk van de 13-jarige christelijke Maria Shahbaz met een 30-jarige moslim (die van ontvoering werd beschuldigd) handhaafde, ondanks officiële documentatie die haar leeftijd als onder de wettelijke huwelijksleeftijd aangaf. Kerkleiders, waaronder bisschop Samson Shukardin, voorzitter van de Katholieke Bisschoppenconferentie, en Bernard Emmanuel, nationaal directeur van de NCJP, uitten hun zorgen over inconsistente toepassing van wetten inzake kinderhuwelijken. 'Rechtbanken passen de wetgeving die het huwelijk van personen onder de 18 jaar verbiedt niet consequent toe', concludeerden zij in een gezamenlijke verklaring.








































Praatmee