Britse parlementsleden willen dat premier christenvervolging bespreekt met Nigeriaans president

De Nigeriaanse president Bola Tinubu bracht op 18 en 19 maart een staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk, het eerste in bijna veertig jaar. Dit bezoek had als doel de economische en diplomatieke banden aan te halen. Britse christelijke organisaties manen echter tot voorzichtigheid en kaarten de situatie van Nigeriaanse christenen aan. Honderden parlementsleden willen zelfs dat de Britse premier het onderwerp rechtstreeks met de Nigeriaanse president bespreekt.
Nigeria's presidentiële kantoor beschreef de reis als "het begin van een hernieuwde fase in diplomatieke, economische en culturele betrekkingen" en benadrukte de ambitie van Nigeria om zich als regionale grootmacht te positioneren en buitenlandse investeringen aan te trekken. De presidentiële woordvoerder, Tunde Rahman, sprak van een "historisch en glorierijk moment voor Nigeria", waarmee de symbolische betekenis extra aandacht kreeg. Tijdens het bezoek vonden ontmoetingen plaats op Windsor Castle en Downing Street.
Britse wetgevers en christelijke organisaties roepen echter op tot voorzichtigheid. Zij waarschuwen dat toekomstige samenwerking afhankelijk moet zijn van maatregelen tegen geweldplegingen op christenen in Nigeria. Meer dan tweehonderd parlementsleden en edelen drongen er bij premier Keir Starmer op aan de kwestie rechtstreeks met Tinubu te bespreken. Zij pleiten ervoor om mensenrechten, met name religieuze vrijheid, als voorwaarde te stellen voor toekomstige samenwerking.
Een gezamenlijke brief van de All-Party Parliamentary Group for Freedom of Religion or Belief, onder leiding van Jim Shannon, benadrukt de noodzaak voor Nigeria om "concrete stappen te zetten om de intimidatie, vervolging en moord op christenen te voorkomen". Ook eisen zij onderzoek naar en vervolging van de daders. De brief stelt dat mensenrechtenverplichtingen "fundamenteel moeten zijn voor alle toekomstige diplomatieke, veiligheids- en handelsbesprekingen".
Christelijke activisten deelden deze zorgen. Zij bestempelen Nigeria als een van 's werelds gevaarlijkste plekken voor christenen, verwijzend naar aanhoudende geweldsincidenten en ontvoeringen in landelijke gebieden, vaak gelinkt aan extremistische groepen. Deze activisten zien economische druk als een middel om veranderingen af te dwingen en verzochten de Britse regering handelsovereenkomsten te koppelen aan verbeteringen in veiligheid en verantwoordelijkheid.
De Nigeriaanse regering heeft nog niet publiekelijk gereageerd op de eis voor voorwaardelijke handel. Nigeria stelt dat het geweld een breder veiligheidsprobleem is dat diverse gemeenschappen treft, aangewakkerd door terrorisme, banditisme en conflicten.































Praatmee