Woelen in de nacht? Psalm 4 wijst de weg

‘Mama, ik kan niet slapen!’ Het is een herkenbaar zinnetje voor menig ouder als hun jonge kroost in pyjama voor de zoveelste keer onder aan de trap staat op een zomerse avond. De warmte, een mug of dorst zijn meestal de aanleiding voor onrustige nachten. Het hoort er nu eenmaal bij en met enig geluk krijgen we hen voorzien van een bekertje water en bemoedigende woorden weer in bed.
Maar we weten ook uit ervaring dat het niet altijd de kinderen zijn die niet kunnen slapen. Ook menig volwassene kan wakker liggen. En soms is dat ook vanwege warmte, een mug of dorst, maar vaak zijn het ook zorgen waarvan we wakker kunnen liggen: dat ene slechtnieuwsgesprek, het (klein)kind waarvan je je afvraagt of hij wel op de goede weg wandelt, die nieuwsberichten over de vele slachtoffers in oorlogsgebieden en vul zo maar in.
We liggen dan te woelen en te malen en stellen ons de vraag die we ook lezen in vers 7 van Psalm 4: ‘Wie zal ons het goede doen zien?’ In gedachten vliegen we van optie naar optie. Vertrouw ik op geld? Vertrouw ik op de artsen? Of vertrouw ik op mijn grote mond en handel ik in eigen kracht? Het is dezelfde Psalm 4 die ons richting mag geven als wij te kampen hebben met zorgen en angst.
‘De strijd van koning David’
In deze psalm is het koning David die ligt te woelen in zijn bed. We lezen in vers 3 dat hij te maken heeft met mannen van aanzien die hem naar het leven staan. ‘Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken? Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken?’ We zouden hierbij kunnen denken aan de staatsgreep van zijn zoon Absalom, maar het zou ook kunnen gaan over andere mannen in zijn omgeving die proberen door corruptie en vuile politiek de eer van David te schande te maken.
En koning David ligt dus wakker en denkt na over wat hij kan doen. En net als bij ons is de verleiding groot om zelf te gaan handelen. Het is zo verleidelijk om ook het lege lief te hebben en de leugen te zoeken. Hij is per slot van rekening koning en heeft zelfs nog veel meer mogelijkheden dan wij zouden hebben. Geld, macht en invloed zijn in Davids hand, maar we zien dat deze Godvrezende koning het juist daarin niet zoekt.
‘Heere, verhoor mij’
David zoekt het bij de Heere lezen we in vers 2: ‘Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid! In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt. Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.’ Laten we niet te snel aan deze woorden voorbijgaan, want er ligt een prachtig getuigenis in dit eerste vers. David zoekt zijn heil niet bij de zwijgende afgoden als Baäl en Asjera, maar bij de God Die leeft en betrokken is op het leven van zijn volgelingen. David getuigt hier van de (1) God van zijn gerechtigheid, (2) de God Die ruimte voor hem maakt in zijn benauwdheid en van (3) een luisterend God Die vol genade is. Dat is de God naar wie David vlucht wanneer zorgen hem de slaap onthouden. Dat is de levende God tot wie ook wij mogen gaan.
Onze houding
De Psalm stopt hier niet, maar gaat door. God spreekt door Davids woorden heen tot jou en mij als David een antwoord van de Heere krijgt over hoe om te gaan met zorgen en angsten in ons leven. Want, laten we eerlijk zijn, het gebed lost niet altijd onze problemen op. Zorgen en vijanden verdwijnen niet altijd als sneeuw voor de zon door ons gebed. Maar ze komen wel in een ander licht te staan als we ze brengen voor de troon der genade. En dat is ook wat we zien als we verder lezen in vers 4 waar David zichzelf en ons toespreekt met de woorden: ‘Weet toch…’. David brengt de herinnering van Gods woorden naar voren midden in de chaos van onze gedachten. Hoe krachtig! Vier tips mogen we uit deze psalm meenemen die onze houding in moeilijke tijden vormen.
1. Weet wie je mag zijn in Christus (vers 4)
‘Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd; de HEERE hoort als ik tot Hem roep.’ Wat zijn dit troostrijke woorden! David mocht weten wie hij was in de ogen van God: ‘een gunsteling’, iemand die de Heere heeft afgezonderd, geheiligd, om Zijn gunst te betonen. En een van de mooiste gunsten die David bij de Heere treft is een horend God Die hoort wanneer Zijn gunstelingen roepen.
Besef je dit, broeder of zuster? Besef je dat ook wij als kinderen van de Allerhoogste, geheiligd door het kostbaar bloed van de Heere Jezus, Zijn gunstelingen mogen zijn en wij een God hebben Die onze gebeden hoort, Die ons woelen en malen kent. Hoe vaak denken wij dat God ons niet hoort in onze problemen? Hoe vaak denken wij dat God er dan niet is. Let op, onze gevoelens kunnen dit roepen, maar Gods Woord zegt wat anders, zo lezen wij hier.
2. Wees ontzet, maar zondig niet (vers 5)
‘Wees ontzet, maar zondig niet; spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil.’ In het woelen op je bed, het nadenken en herbeleven zou je van allerlei kwaads kunnen bedenken. Doe dit niet, zegt Psalm 4. Het is zo makkelijk om vanuit deze houding te handelen, maar we maken hiermee vaak meer kapot dan ons lief is. En als we vanuit vers 2 weten dat we een God van gerechtigheid hebben, dan is het beter om het recht aan Hem over te laten.
Hij zal straks rechtvaardig oordelen de levenden en de doden. Wat wij mogen doen tot Zijn komst: spreek in je hart, en wees stil. Spreek alles uit in gebed tot Hem Die ruimte voor jou wil maken. Spreek in je hart in het verborgene, schreeuw niet op de straten, zoek de confrontatie niet altijd op omwille van eigen gelijk. We leven in een tijd waarin mensen zo snel boos zijn en hun harten vullen met bitterheid in plaats van met de Heilige Geest. Helaas zie ik dit ook bij christenen voorkomen.
Jakobus 1:19-21 zegt: ‘Zo dan, mijn geliefde broeders, ieder mens moet haastig zijn om te horen, maar traag om te spreken en traag tot toorn. De toorn van een man brengt immers geen gerechtigheid voor God teweeg. Leg daarom af alle vuilheid en elke uitwas van slechtheid en ontvang met zachtmoedigheid het in u geplante Woord, dat uw zielen zalig kan maken.’
3. Breng offers van gerechtigheid (vers 6a)
Dit is een logisch gevolg van het vorige punt. Als ons hart vervuld blijft met de liefde van Christus en het ons verlangen is om Hem te verheerlijken in alles van ons leven, dan hoeven we geen offers te brengen tót gerechtigheid, want dat offer is gebracht aan het kruis van Golgotha, maar offers ván gerechtigheid. Het is de rijke vrucht van het kennen van de God van gerechtigheid.
4. Vertrouw op de Heere (vers 6b)
Dat is precies het tegenovergestelde van het vertrouwen op je grote mond. Ongetemde boosheid is een teken van ongeloof. Geloof doet vertrouwen op de Heere op basis van eerdere ervaringen en op basis van het kennen van Hem door onze vertrouwelijke omgang met de Heere.
Wie zal ons het goede doen zien?
En zo komen we uit bij de vraag van vers 7 die we aan het begin van dit artikel al stelden? ‘Wie zal ons het goede doen zien?’ De herkenbare verleiding om te vertrouwen op geld, macht en aanzien is herkenbaar voor iedere gelovige. We zien ook dat de wereld om ons heen steeds meer steunt op grote monden en sterke leiders, maar tegelijkertijd het lege zo liefheeft en de leugen zoekt om eigen bestwil. Het is een losgeslagen mentaliteit van een mensheid die niet weet waar ze het zoeken moet en de Schepper Die geprezen dient te worden tot in eeuwigheid afwijst.
Ook de gemeente van vandaag wordt ernstig gewaarschuwd voor de valse goden, de dwaalleren en werken van de antichrist die ons verleiden met deze vraag: ‘Wie zal ons het goede doen zien?’ Nou, de duivel zal ons heel veel opties laten zien! In deze eindtijd zullen velen valse profeten ons, en onze jongeren verleiden. Veel mensen zijn op zoek naar het goede, maar zoeken het niet bij God. Ze zoeken naar zegen, maar zoeken het niet bij Hem Die werkelijk zegent. David wel!
Het licht van Gods aangezicht
David zoekt naar het licht wat helderheid geeft in zijn problemen en komt uit bij het licht van Gods aangezicht. Zo treffend staat geschreven in vers 7b: ‘Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!’ Het is een verwijzing naar de zegen van Aäron in Numeri 6: 24-26. En die zegen is zo rijk. Die zegent geeft zoveel overvloed. Door die zegen kan David in vers 8 zeggen: ‘U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.’ Kun jij dit ook? Kun jij David nazeggen dat er geen diepere en volle vreugde is dan bij de Eeuwige?
Slaap lekker!
Wie dat kan zeggen kan rustig slapen en mag David nazeggen met de woorden van vers 9: ‘In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.’ In Zijn ‘shalom’ zal ik gaan liggen. Het betekent meer dan een simpele vrede, het is een welbevinden, een vertrouwde rust. Het is geen leven zonder zorgen, maar een welzalige vrede waarmee je je zorgen kunt dragen! ‘Want U alleen Heere doet mij veilig wonen….’ Slaap lekker!

































Praatmee