SGP, ChristenUnie en BBB stellen Kamervragen na nieuwe mediarichtlijn Fiom over abortus

SGP'er Diederik van Dijk heeft Kamervragen gesteld over de nieuwe mediarichtlijn van Fiom. Dat deed hij samen met CU-leider Mirjam Bikker en BBB-Kamerlid Femke Wiersma. Fiom bracht de mediarichtlijn afgelopen week uit en kon toen al op flinke kritiek rekenen van Van Dijk. Waar Fiom zegt met haar nieuwe mediarichtlijn 'respectvolle, feitelijke en zorgvuldige berichtgeving' te willen stimuleren, geeft Van Dijk juist aan dat de ernst van de abortuspraktijk verdoezeld wordt.
In de betreffende mediarichtlijn van Fiom, expertisecentrum op het gebied van ongewenste zwangerschap, verwantschapsvragen en adoptie, adviseert men onder meer om te spreken van 'zwangerschap afbreken' of 'doen van een abortus' in plaats van 'abortus plegen'. Een (toekomstige) moeder wordt als 'zwangere' omschreven en de vader van het kindje als 'verwekker'. Het ongeboren leven wordt vervangen door ‘vrucht’ of 'zwangerschap'. Ook past het volgens Fiom niet langer om te spreken over een 'jongen', 'meisje' of 'baby' in de moederschoot. Fiom stelt dat de gekozen termen 'neutraal' zijn en het gesprek over abortus minder beladen moeten maken.
Abortuspraktijk wordt verdoezeld
Van Dijk zag en ziet dat geheel anders. Vrijdag schreef het SGP-Kamerlid op X dat met deze terminologie afgezwakt en verdoezeld wordt wat er werkelijk bij een abortus plaatsvindt. "Er worden kinderen gedood", aldus van Dijk, waarbij hij ook wees op het verdriet dat ouders of echtparen na een uitgevoerde abortus kunnen ervaren.
Aan Cvandaag liet Van Dijk onder meer weten dat hem triggert dat dergelijke richtlijnen ook nog eens met overheidsgeld worden bekostigd. "Fiom haalt een groot deel van de inkomsten bij de overheid vandaan. Dan gaat het dus om belastinggeld dat wordt ingezet voor wat ik zie als verdoezelend taalgebruik.”
Volgens het Van Dijk is er van neutrale taal geen sprake. “Door te zeggen: 'Het is geen kindje, geen jongetje of meisje, maar een vrucht', maak je een duidelijke keuze. Dat is niet neutraal. Je ontmenselijkt het ongeboren leven, het wordt uitgewist. Je mag het ongeboren leven eigenlijk niet meer betitelen als mensje.”
Deze mediarichtlijn is volgens Van Dijk typerend voor de steeds meer veranderende beeldvorming rond abortus. "Abortus wordt steeds meer gepresenteerd als gewone zorg. ‘Zwangerschap afbreken’, klinkt bijna alsof het iets alledaags is. Maar hoe je het ook wendt of keert: je doodt pril menselijk leven. Dat is iets wezenlijk anders dan dat je met een gebroken arm naar het ziekenhuis gaat en vervolgens verband krijgt.”
SGP, CU en BBB stellen Kamervragen
Van Dijk liet vrijdag in gesprek met Cvandaag al doorschemeren dat hij deze week Kamervragen zou indienen. Dat is vandaag gebeurd. Samen met CU-leider Mirjam Bikker en BBB-Kamerlid Femke Wiersma werden er vragen voorgelegd aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de mediarichtlijn van Fiom over abortus.
De Kamerleden beginnen met de vraag of de minister kennis heeft genomen van de nieuwe Fiom-mediarichtlijn en de bijhorende adviezen over taalgebruik rond abortus. Vervolgens vragen zij expliciet of het ministerie van VWS van plan is deze mediarichtlijn en taalaanbevelingen zelf te gaan gebruiken.
Ook wordt gevraagd of bevestigd kan worden dat de richtlijn en taaltips tot stand zijn gekomen met subsidie van het ministerie van VWS, en zo ja, aan welke voorwaarden deze communicatie moet voldoen op het gebied van objectiviteit en neutraliteit. In het verlengde daarvan willen de indieners weten of de minister de opvatting deelt dat het document van Fiom niet neutraal en feitelijk is, zoals het volgens hen pretendeert te zijn.
Daarnaast leggen zij de minister de vraag voor of hij erkent dat het vermijden van bepaalde woorden kan bijdragen aan het verdoezelen van de morele zwaarte van abortus. Ook vragen zij of het wenselijk is dat door de overheid gefinancierde organisaties taal voorschrijven die bepaalde morele perspectieven op het ongeboren leven uitsluiten of afkeuren.
Een concreet punt van kritiek betreft het advies van Fiom om niet te spreken over ‘pro-life’, maar uitsluitend over ‘anti-abortus’. De Kamerleden vragen de minister of dit volgens hem een neutraal en feitelijk advies is. Daarbij vragen zij ook of hij erkent dat ‘pro-life’ internationaal een zeer gangbare zelfbenaming is.
Verder stellen zij de vraag hoe de minister waarborgt dat er ruimte blijft voor verschillende levensbeschouwelijke visies in het maatschappelijk debat. In dat kader wordt ook ingegaan op het advies van Fiom om geen gebruik te maken van termen als ‘baby’, ‘ongeboren kind’, ‘ongeboren leven’ en ‘meisjes of jongetjes’. De Kamerleden vragen of dit volgens de minister neutraal en feitelijk is, en zo ja, waarom een ongeboren kind niet zo genoemd zou mogen worden, terwijl deze termen in brede maatschappelijke kring gangbaar zijn.
Op juridisch vlak wijzen zij erop dat de term ‘ongeboren leven’ tot twee keer expliciet voorkomt in de Wet afbreking zwangerschap. Zij vragen hoe het advies van Fiom om deze term niet te gebruiken zich verhoudt tot het feit dat deze tweemaal letterlijk in de wet wordt genoemd.
Ook stellen zij vragen over het advies van Fiom om niet te spreken over ‘abortus plegen’, omdat dit suggereert dat abortus een misdaad is. De Kamerleden vragen wat de minister daarvan vindt en of hij erkent dat abortus in het Wetboek van Strafrecht is opgenomen en in Nederland alleen is toegestaan vanwege de uitzondering die de Wet afbreking zwangerschap daarop biedt. Tot slot vragen zij op basis van welke wetenschappelijke bronnen Fiom stelt dat het zogeheten 'post-abortus syndroom' niet bestaat.











































Praatmee