God staat niet zomaar aan de kant van het grootste leger of de terrorist

Beste vrienden, wat een moeilijke lezing om vandaag te horen. Nadat we bedolven zijn onder akelige berichten en zelfs afzichtelijke beelden van de aanslagen in het grensgebied van Israƫl en de Gazastrook. Dan ga je naar de kerk voor een woord van vrede en, tja. Dan krijgen we deze lezing.
āEvangelieā betekent āgoed nieuwsā, maar waar zit het goede hem in?
āDe wijngaard des Heren is het huis van IsraĆ«lā, zo lazen we uit Jesaja 5. Dat bidden we dan na de eerste lezing ook nog eens als keervers van de psalm.
En dƔn horen we het verhaal van de boze wijnbouwers. Een verhaal waarbij het bloed van de bladzijde afdruipt. En wordt in Jesaja 5 de wijngaard een woestenij, zo sterven de boze wijnbouwers eenzelfde ellendige dood als die ze uitgestort hebben over de dienaren en de zoon van de Eigenaar.
Waar vinden we goed nieuws? Op de televisie? Nee! Op het internet? Nee.
Het is kommer en kwel en schrik alom. Een orgie van geweld wordt over twee volken uitgestort. Daar is geen goed nieuws. Zelfs een tijdelijke overwinning en een tijdelijke nederlaag zullen geen vrede brengen; hooguit een adempauze tot de volgende ronde.
Waar vinden we goed nieuws, en vrede? Op deze bladzijdes? In dit bloeddoorweekte verhaal?
Ja. Ik zeg u, ja. Daar is goed nieuws te vinden. Ćls we het evangelie niet horen als een nieuwsbericht dat ademloos voorgelezen wordt. āEIGENAAR NEEMT GRUWELIJK WRAAK OP WIJNBOUWBENDE, TIENTALLEN DODEN, PAGINA 4 INTERNATIONAALā
ZĆ³ niet. Dan is er geen vrede, enkel opwinding.
Waar dan wel? Waar in dit evangelie vinden we dƔt waar we naar verlangen?
We slaan het verhaal weer op. We horen een gelijkenis van Jezus, hij gebruikt hele herkenbare beelden. De wijngaard, die kan staan voor het Heilig Land of voor het Joodse volk. En die wijngaard is niet van jou. Daar mag je van leven, daar mag je het goed hebben, daar mag je genoeg hebbenā¦ Maar je kan nooit zeggen hij is van mij, ik kan er mee doen en laten wat ik wil.
Wat je van God krijgt, wordt nooit helemaal van jou. Je moet er mee aan de slag, je moet tijd en energie aan God afdragen. Maar je kan nooit zeggen niemand heeft hier iets mee te maken, het is geheel en al van mij. Niemand anders heeft er ook maar enig recht op. Ik ben niemand wat verschuldigd.
Dat kunnen we zeggen over kleine dingen, over grote dingen. We kunnen het zeggen over het kleine domein van ons lichaam, we kunnen het zeggen over onze aangeboren talenten. We kunnen het zeggen, zoals de hogepriesters en de oudsten dat doen, wanneer zij hun ambt en hun bevoegdheden gaan zien als hun eigendom. Zoals de wijnbouwers, de pachters, naar hun wijngaard kijken.
Maar als de realiteit terugduwt, en je gewezen wordt op je verantwoordelijkheid - zoals de wijnbouwers bezoek krijgen van de dienaren van de eigenaar - dan gaat het van kwaad tot erger. De illusie van macht en het waanbeeld dat je het recht aan je kant hebt drijft je voort. En je gaat daadwerkelijk geloven: nog Ć©Ć©n grote klap, Ć©Ć©n grote slag en dan is de ander uitgeschakeld. Dan win ik het. Dan is alles van mij!
En ze slaan die slag, ze lijken te winnen. Wie houdt hen tegen? Zelfs de zoon van de eigenaar ontzien ze niet. Is hun macht nu niet absoluut?
Maar dan lezen we het vers:
De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd,
is juist de hoeksteen geworden.
De zaak van God wordt nooit verwerkelijkt door de gladste politicus, of door de spreker die het beste kan liegen. God staat niet zomaar aan de kant van het grootste leger, en zeker niet aan die van de wreedste terrorist. Waar men naar de wapens grijpt in de hoop zich meester te maken van wat van een ander is, daar zullen we God niet vinden. Hoeveel vrome woorden er verder misschien gesproken worden door allerlei staats-geestelijkheid.
Daar blijft God vandaan.
En als God ergens vandaan blijft, dan verandert wat je dacht te hebben in een ellendige woestenij. De grond die genoeg opleverde, waar je tevreden mee kon zijn, dat wordt tot een vloek, een distelveld, een molensteen om je nek. Je buit wordt je dood.
Maar God gaat iets nieuws bouwen, met wat door anderen verworpen is.
God gaat verder met datgene wat legers en terroristen verwerpen. Dat wat vertrapt wordt, daar is je hoeksteen, daar moet je kijken. Daar ligt je hoop, daar je vrede. Wat zij niet willen, is wat jij moet zoeken.
God laat dit zien in Jezus. Jezus wordt gewelddadig verworpen. Hij kwam in het Zijne en het Zijne erkende Hem niet. En hij wordt verpletterd en onteerd door de machten. Iedereen die iemand is, is er als de kippen bij om bij te dragen aan zijn ondergang. Er blijft niets van hem over. Een lijk in een graf. Over en uit. āWeer een uitdager overleefdā moet iemand als Kajafas gedacht hebben. Kajafas is uiteindelijk achttien jaar hogepriester geweest. Een meester van het spel. Niemand kon zo goed problemen oplossen en moeilijkheden overleven als hij. Maar hij kan het tij niet ophouden. Ze hebben nog vijfendertig jaar. Dan stort alles in. Het is onvermijdelijk, het kan niet meer worden gered. Geen machtsmiddel houdt de muren van de stad nog overeind.
Hun tijd gaat voorbij. God bouwt een nieuwe toekomst vanuit het lege graf van Jezus. Een toekomst van vrede. Wij mogen die vrede zoeken, die vrede vinden, die vrede uitdragen. Ons niet laten meesleuren door elke golf van opwinding maar leven naar het voorbeeld van de heer.
Doen wij dat, zo lezen we in het epistel van vandaag dan blijft God niet van ons vandaan, dan blijft ons leven vruchtbaar zaad. En dus afsluitend met de woorden van Paulus die we vandaag lazen:
Laat al uw wensen bij God bekend worden
in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging.
En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
Amen.
Bovenstaande boodschap is afkomstig van priester Jan-Jaap van Peperstraten en is met toestemming overgenomen door Cvandaag. Klik hier om de website van Jan-Jaap van Peperpstraten te bezoeken.
Praatmee