Rechtszaak tegen Indiase wet die evangelisatie en gebedsgenezing bedreigt

De nieuwe anti-bekeringswet in de Indiase deelstaat Maharashtra is voor de rechter aangevochten. Volgens de indiener zijn verschillende bepalingen zo ruim geformuleerd dat ook evangelisatie, christelijk hulpwerk en spreken over goddelijke genezing strafbaar kunnen worden.
De zaak is aangespannen door de 70-jarige islamitische geleerde Maulana Halimullah Farooque Ahmed Khan. Hij erkent dat de overheid bekeringen door geweld, dwang of bedrog mag verbieden, maar stelt dat de Maharashtra Freedom of Religion Act veel verder gaat. De wet zou ook vrijwillige geloofskeuzes onderwerpen aan overheidstoezicht en daarmee grondrechten schenden. Dat schrijft het Indiase juridische platform LiveLaw.
Een belangrijk bezwaar richt zich op de definitie van ‘verleiding’. Hieronder vallen onder meer het vooruitzicht op een betere levensstijl en goddelijke genezing. Volgens Khan kunnen daardoor reguliere religieuze verkondiging, liefdadigheid, onderwijs en humanitaire hulp als strafbare beïnvloeding worden uitgelegd.
Ook moeten inwoners die zich tot een andere godsdienst willen bekeren dit zestig dagen van tevoren melden. De autoriteiten kunnen vervolgens onderzoek doen naar de voorgenomen bekering. Volgens de petitie wordt zo een persoonlijke geloofskeuze blootgesteld aan publieke controle en bemoeienis van de staat.
De wet legt bovendien de bewijslast bij degene die van een gedwongen of frauduleuze bekering wordt beschuldigd. Ook gelden zwaardere straffen wanneer een vrouw wordt bekeerd. De indiener noemt die laatste bepaling discriminerend, omdat vrouwen daardoor worden behandeld alsof zij niet zelfstandig over hun geloof kunnen beslissen.
De rechtszaak is ook van belang voor christenen. Anti-bekeringswetten worden in verschillende Indiase deelstaten gebruikt om voorgangers, evangelisten en andere gelovigen te beschuldigen van gedwongen bekeringen. Critici vrezen dat ook de wet in Maharashtra kan worden ingezet tegen vreedzame evangelisatie en christelijk hulpwerk.
Khan vraagt het hof om de wet ongeldig te verklaren. Als het hof daar niet in meegaat, wil hij dat de omstreden bepalingen uitsluitend mogen worden toegepast bij aantoonbare dwang, fraude of misleiding. Een eerdere klacht tegen de wet werd in augustus afgewezen omdat deze volgens de rechter onvoldoende was onderbouwd. Het hof gaf toen wel ruimte om een nieuwe en beter uitgewerkte zaak aan te spannen.










































Praatmee