Emeritus-predikant Niek Tramper (73) overleden
Ds. N.M. (Niek) Tramper, emeritus-predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), is zaterdag op 73-jarige leeftijd overleden. Tramper was jarenlang actief als predikant, docent en bestuurder en werkte onder meer voor IFES, De Wittenberg, de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) en de Europese Evangelische Alliantie. In juli maakte hij bekend dat hij vanwege een agressieve vorm van kanker in de laatste fase van zijn leven was gekomen.
Bij Tramper was uitgezaaide prostaatkanker vastgesteld, met uitzaaiingen in zijn botten. In juli liet hij via LinkedIn weten dat chemotherapie niet meer aansloeg en andere behandelingen geen uitkomst meer boden. Alleen palliatieve pijnbestrijding was nog mogelijk.
In dat afscheidsbericht schreef de predikant openhartig over zijn naderende levenseinde. 'Fysiek hol ik achteruit, en dat maakt verdrietig. Mentaal en geestelijk ervaren we veel troost.' Daarbij verwees hij naar Romeinen 8 en de verwachting van de heerlijkheid die christenen wacht.
Van bioloog tot predikant
Nicolaas Marinus Tramper werd op 4 juli 1953 geboren in 's-Gravenpolder op Zuid-Beveland. Hij studeerde biologie in Wageningen en werkte aanvankelijk als biologieleraar. Tegelijk ging hij theologie studeren aan de Universiteit Utrecht. Tijdens zijn studententijd kwam het christelijk geloof voor hem persoonlijk tot leven. In zijn laatste LinkedIn-bericht omschreef hij dat als 'Christus die mij vond dolend langs onbegaanbare wegen'. De christelijke studentenvereniging C.S.F.R. speelde daarin een belangrijke rol.
Zijn loopbaan zou daarna sterk in het teken staan van geloof, zending en de toerusting van christenen. In 1981 ging Tramper aan de slag bij de internationale christelijke studentenbeweging IFES. Later werd hij docent en directeur bij de Reformatorische Bijbelschool De Wittenberg in Zeist.
Vanaf 1993 werkte hij voor de GZB, waar hij zich bezighield met Europa en het Midden-Oosten. In die periode kreeg hij veel te maken met de internationale kerk. Zelf schreef hij daar later dankbaar over: 'Bij de Ger. Zendingsbond (GZB), heb ik veel mogen zien van de wereldkerk.'
Predikant in Vlaardingen en Delft
In 2003 maakte Tramper de overstap naar het gemeentepredikantschap in Vlaardingen. Daar bleef hij tot eind 2010. Vervolgens werd hij algemeen secretaris van de Europese Evangelische Alliantie. Vanaf 2013 was hij als predikant verbonden aan de International Evangelical Reformed Fellowship in Delft, vanuit de hervormde gemeente van die stad. Ook was hij tien jaar bestuursvoorzitter van het Centrum voor Israëlstudies. In 2019 ging hij met emeritaat.
Juist het werk als gemeentepredikant had voor Tramper grote betekenis. Toen hij deze zomer terugblikte op zijn leven, schreef hij dat hij daarvan 'het meest' had geleerd. 'Het was een bijzondere vreugde om zowel in Vlaardingen als in Delft veel mensen te begeleiden op de weg naar Christus.'
Ook na zijn emeritaat bleef Tramper actief. Samen met zijn vrouw Jenny was hij betrokken bij de ontwikkeling van een monastieke leefgemeenschap op De Wittenberg. Nadat zij hun werkzaamheden daar overdroegen, bleven ze als vrijwilligers aan de gemeenschap verbonden.
Schrijven over lijden en hoop
Naast zijn werk als predikant en bestuurder schreef Tramper verschillende boeken. In Onrustig is ons hart. Aandachtig leven in een veeleisende wereld stond de zoektocht naar rust en aandacht in een gejaagde samenleving centraal. Zijn ziekte kreeg later een plaats in zijn schrijven.
Begin 2026 verscheen Liefde, lijden, leven, waarin Tramper in veertig overdenkingen schrijft over kwetsbaarheid, ziekte, liefde, hoop en geloof. Hij verbond daarin persoonlijke ervaringen aan Bijbelse passages en de christelijke verwachting dat lijden en dood niet het laatste woord hebben.
In interviews die hij eerder dit jaar gaf, vertelde Tramper dat schrijven hem hielp zijn ziekte niet uit de weg te gaan. Ook sprak hij over de dankbaarheid die tijdens zijn ziekte sterker naar voren kwam. Niet het verlengen van zijn leven stond voor hem voorop, maar het bewust omgaan met de tijd die hem gegeven was. 'We zijn geroepen om leven aan onze dagen toe te voegen in plaats van dagen aan ons leven', zei hij daarover.
Die overtuiging klonk ook door in het afscheidsbericht dat Tramper in juli publiceerde. Hoewel hij wist dat zijn leven ten einde liep, schreef hij vooral over wat hem geschonken was. 'Als ik mijn leven overzie, gaat het door het 'bad van de dankbaarheid'.'
Hij noemde zijn jeugd in Zeeland, zijn bekering, zijn werk in kerk en zending en de vele vriendschappen die in de loop van zijn leven ontstonden. In het bijzonder sprak hij over zijn vrouw Jenny: 'In haar is mij het beste overkomen dat mij in dit tijdelijk leven ten deel viel.'
Tramper schreef dat hij en zijn vrouw zolang het kon wilden blijven genieten van hun tuin, gesprekken met familie en vrienden en andere kleine dingen van het dagelijks leven. Zijn laatste publieke boodschap sloot hij af met woorden die zijn christelijke hoop onderstreepten: 'Het ga je goed, zegen en vrede, nu, straks en alle dagen.'









































Praatmee