Meer dan stenen: de ware betekenis van de tempel
Van een koning met een verlangen tot een tempel vol heerlijkheid en uiteindelijk tot een God die dichtbij komt. Gods plannen zijn vaak groter zijn dan onze beste bedoelingen. Waar David een huis voor God wil bouwen, openbaart God een diepere werkelijkheid: Hij wil zelf wonen onder en zelfs in mensen.
We gaan terug naar een prachtige avond in Jeruzalem, meer dan duizend jaar voor Christus. Het land van Israël ademt een zeldzame rust. De oorlogen zijn gestreden, de vijanden verslagen. David, de herdersjongen die koning werd, zit in zijn paleis. De muren van de stad, badend in het zachte licht van de ondergaande zon, vertellen verhalen van overwinning en trouw. Het voelt als een moment om te ademen, om na jaren van strijd stil te worden en om je heen te kijken.
Terwijl David rondkijkt in zijn paleis, met zijn hoge houten plafonds en muren van cederhout, wringt er iets in zijn hart. Hoe kan hij hier wonen, omringd door zoveel weelde, terwijl de ark van God - het symbool van Gods aanwezigheid - nog steeds in een eenvoudige tent verblijft? Een verlangen borrelt op, niet zomaar een gedachte, maar een diepe drang om iets te doen voor de God die hem heeft geroepen. De God die hem beschermde in de strijd en die zijn Koning is.
‘Ik wil een huis bouwen voor de naam van de Heer’, zegt hij tegen de profeet Nathan. ‘Een huis dat waardig is voor Hem.’ Nathan knikt instemmend: ‘Doe wat in je hart is. God is met je.’
Wil je verder lezen?
Als lid krijg je onbeperkt toegang tot cvandaag.nl





































Praatmee