Zo is het om met je gezin voor Mercy Ships te gaan: "We zien wonderen gebeuren"

Wat gebeurt er als je als gezin alles achterlaat en gehoor geeft aan een roeping die groter is dan jezelf? Joery en Sandra Hollemans deden het. Met hun drie kinderen verhuisden ze naar een ziekenhuisschip van Mercy Ships in Sierra Leone, waar ze nu al zeven maanden wonen en werken. Daar brengen ze hoop op een plek waar medische zorg schaars is. “We zien wonderen gebeuren door de handen van artsen”, zegt Joery. Sandra vult aan: “Verschil maken, dat is onze diepste missie.”
Het begon niet met een grootse stem uit de hemel, vertellen ze. Eerder met een verlangen dat al jaren in hun hart lag, maar dat tegelijk ook ingewikkeld voelde. “Wij hadden zelf al wel echt jaren een verlangen: hoe mooi zou het zijn als je gewoon dienstbaar mag zijn in Gods koninkrijk? Echt een soort missionair werk, dat je iets kan geven zonder dat je iets terugverwacht. Dus geen carrière, geen loon, maar gewoon echt puur geven”, zegt Sandra.
Alleen wisten ze niet hoe dat er dan uit moest zien, zeker niet met drie kinderen. “Dat maakt het misschien ook wel iets ingewikkelder.” Daarbij zat hun gezin in een intensieve fase. “We hadden ook best wel wat hulp voor de kinderen. We zeiden: zo’n stap ligt in ons hart, maar of dat voor ons gezin is weggelegd, lijkt momenteel niet zo te zijn.”
In Nederland werkte Joery in de zorg, eerst als teamleider in een verzorgingstehuis, later als food manager in een ziekenhuis. Dat laatste was, zegt Sandra, “altijd al een soort droom van hem”, maar het werd ook zwaar door een groot project, een verbouwing van de keuken en een nieuwe structuur, naast een opleiding. “Op een gegeven moment zei hij echt: ik denk dat ik toch iets anders wil.” En juist toen kwam dat oude verlangen weer bovendrijven. “Kunnen we niet een stapje terug doen? Kunnen we niet misschien toch iets meer vrijwilligerswerk doen?”
Die zomer waren ze op vakantie in Frankrijk toen er iets op social media voorbijkwam dat alles in beweging zette: een vacature bij Mercy Ships. “Food manager, voor twee jaar”, zegt Sandra. Ze weet nog precies hoe Joery reageerde. Voor hem was het meteen helder. Hij zei: “Ik weet wat wij moeten gaan doen.” Waar Sandra vooral vragen en bezwaren zag, voelde Joery direct overtuiging. “Voor hem was het echt: dit is het”, zegt ze. “En ik dacht alleen maar: dat kan niet.”
Toch besloten ze het serieus te onderzoeken. Ze kenden Mercy Ships al, waren al jaren donateur, maar ontdekten dat het werk veel groter en breder was dan ze vooraf hadden beseft. Joery volgde een online informatiebijeenkomst van Mercy Ships Nederland en kwam daar alleen maar enthousiaster uit. “Hij zei: dit past. Dit past ook voor ons gezin.” Daarna volgde een gezamenlijk gesprek met het Nederlandse kantoor. Voor Sandra viel daar het laatste puzzelstukje op zijn plek. “Diep van binnen wist ik daarvoor al wel een beetje: ik kan hier niet echt onderuit, denk ik. Maar dat gesprek gaf alleen maar bevestiging. Toen ging voor mij ook de knop om. Als dit de weg is, dan zullen we die gaan.”
Ze noemen het zelf een roeping, al plaatst Joery daar meteen een kanttekening bij. “Een roeping is ook wel een heel zwaarwegend woord”, zegt hij. En toch zien ze achteraf een duidelijke lijn. “Soms zeg je: het kan niet, want we hebben dit en dat. Er zijn zoveel dingen waardoor dit niet kan. Maar uiteindelijk zie je ook dat God gewoon alle dingen wegneemt en zegt: er staat niks meer in de weg om deze stap te kunnen maken.”
Sandra herkent dat proces. In het begin was ze juist extra alert op een onmiskenbaar teken. “Die eerste weken zeiden we: misschien horen we zondag wel iets in de preek, of krijgen we een lied te horen waarvan je echt denkt: zie je, we moeten gaan.” Maar gaandeweg zagen ze iets anders. “Je krijgt niet altijd een briefje uit de hemel”, zegt Sandra. “Maar als je ziet hoe dingen lopen, word je ergens voor klaargemaakt.” Ze wijst op Joery’s ziekenhuiservaring en op de weg die ze met hun oudste dochter gingen. “Een paar jaar geleden hadden wij deze stap als gezin niet kunnen maken.”
Wonderen in het ziekenhuis
Het schip is hun woonplek, werkplek en gemeenschap tegelijk. Maar wie het ziekenhuis binnengaat, ziet waarom Mercy Ships bestaat. “Het hele ziekenhuis ligt nu vol met kinderen die geopereerd zijn aan hun benen”, vertelt Joery. “Kromme benen, vergroeiingen, brandwonden die hen beperken.” Dat is waar hij God aan het werk ziet. “Door de handen van artsen en verpleegkundigen, waar wij indirect of direct aan bijdragen, gebeuren wonderen. God geeft nieuwe mogelijkheden aan patiënten om dagelijks te kunnen functioneren.”

Het raakt niet alleen het lichaam. Mercy Ships is een christelijke organisatie en dat merken mensen. “Mensen worden ook in hun hart gegrepen door de dingen die we doen”, zegt Joery. “Dat je vanuit christelijke identiteit een bijdrage kan leveren aan hun herstel. Hopelijk niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk, door de liefde van Jezus te laten zien.” Sandra ziet dezelfde beweging bij familieleden en bij lokale crewleden. “Daar is ook een groot percentage moslim bij. Die krijgen op deze manier het evangelie mee.”
Tegelijk blijft er pijn. “Patiënten die niet geholpen kunnen worden”, zegt Joery. “Mensen die met tumoren komen en dan blijkt dat het kwaadaardig is.” Mercy Ships biedt palliatieve zorg met teams die het land in reizen om mensen te begeleiden, maar sommige mogelijkheden zijn er simpelweg niet. “Wij kunnen hier geen chemo’s geven.” Ook op straat zien ze de nood. “Je ziet mensen waarvan je weet: daar zou een operatie mogelijk zijn”, zegt Sandra. “Maar je kan niet iedereen helpen.” Het raakt ook hun kinderen. “Onze oudste ziet soms iemand met zichtbare beperkingen en zegt: die moeten we helpen.”
Wie zoveel leed ziet, krijgt ook vragen over God. “We krijgen wel eens de vraag: hoe kan God dit nou toelaten?” zegt Joery. Hij wijst op menselijke verantwoordelijkheid, bestuur en ongelijkheid. “We maken als mensheid keuzes. Veel landen worden bestuurd door een overheid die het niet goed gedaan heeft, of nog steeds niet goed doet.” Sandra ziet daarnaast iets anders: dankbaarheid. “Zij zijn veel dankbaarder dan wij.” Ze noemt het wasrek, waar nauwelijks plek voor is in hun kleine familie cabine tegenover mensen die wassen in vervuild water. “Dan besef je hoe dankbaar we mogen zijn voor alles wat we hebben.”
Het leven op het schip brengt ook geloof in allerlei kleuren. “We zijn met zestig verschillende nationaliteiten”, zegt Joery. “Iedereen brengt zijn eigen manier van geloven mee.” In de kerkdienst zie je dat terug. “De een klapt, de ander staat stil, maar we spreken dezelfde taal.” Sandra noemt de verbondenheid die ontstaat. “Ze zeiden van tevoren: je krijgt er een familie bij. En dat voelt ook zo.” Tegelijk is er afscheid. Mensen komen en gaan. “Er zit soms een rauw randje aan”, zegt Joery.
Stap als gezin
Omdat ze als gezin gingen, namen ze hun kinderen vanaf het begin mee in het proces. Onze oudste dochter Louise was kritisch. “God zegt dan dat jullie dit moeten doen, maar in Nederland kunnen jullie ook heel veel doen voor God”, zei ze. “En daar had ze gelijk in”, zegt Sandra. Toch zagen ze puzzelstukjes vallen: Joery’s werk, de academy op het schip, de voorbereiding die al jaren bezig was. Ze romantiseerden niets. “Wij zien ook moeilijke dingen. Wij huilen ook wel eens.” Louise vond afscheid nemen het moeilijkst. “Ze zag meer leeuwen en beren op de weg”, zegt Joery. Maar inmiddels bloeit ze op. “Ze vindt het geweldig hier. Ze zou dit niet willen missen.”
Alsof verhuizen naar een schip nog niet genoeg was, werd Sandra ook duiker. Wat begon als een grap, werd werkelijkheid toen de kapitein haar vroeg. Ze kreeg 24 uur om te beslissen en volgde een pittige training op Tenerife. Inmiddels duikt ze twee tot drie keer per maand om de filters van het schip schoon te maken. “Je hebt onder water bijna geen oriëntatie”, zegt ze. “Maar hoe vaker je het doet, hoe meer je op je gemak bent. Dat is mijn sportmoment.”
Hun boodschap naar Nederland is helder. “Iedereen kan iets doen”, zegt Joery. “Hou je oren en je hart open.” Niet iedereen hoeft naar een schip, maar vrijwilligerswerk is er in vele vormen. “Er is altijd wel iets wat past.” Sandra vult aan dat mensen vaak denken dat je minimaal een jaar of twee moet gaan. “Maar, afhankelijk van je functie, kan je ook voor een aantal weken of maanden komen. Er zijn heel veel mogelijkheden.”
Er wordt gewerkt aan een nieuw schip, vertellen ze, waardoor er opnieuw veel vrijwilligers nodig zullen zijn. Zelf zitten ze midden in hun tweejarige commitment. Over wat daarna komt, willen ze nuchter blijven. “Is de match er nog, voel je dat je nog een bijdrage levert, maar vooral wat zegt God dat je moet doen?!” zegt Joery.
Ga mee met Mercy Ships!
Mercy Ships zoekt zowel medische als algemene vrijwilligers voor de komende werkperiodes! Als vrijwilliger aan boord van de ziekenhuisschepen krijg je de kans om in een unieke, uitdagende omgeving te werken en iets van de wereld te zien, én om met jouw skills bij te dragen aan het brengen van hoop en genezing. Meer weten over vrijwilligerswerk bij Mercy Ships? Bezoek vrijblijvend een informatieavond.





























Praatmee