De arrestatie van Tom de Wal ontrafeld: drie spanningsvelden

Vrijdagavond werd christelijk Nederland opgeschud. Tom de Wal van Frontrunners Ministries werd gearresteerd, ogenschijnlijk omdat hij een kerkdienst hield. Al snel werd dit zo geframed in het publieke debat. De werkelijkheid is echter complexer en vraagt om nuancering. In dit artikel licht ik dit toe aan de hand van drie spanningsvelden: gemeentelijk evenementenbeleid en de populariteit van Tom de Wal, bureaucratie en godsdienstvrijheid, en de sociologie van het charismatisch evangelicalisme.
1. Gemeentelijk evenementenbeleid en de populariteit van Tom de Wal
Frontrunners Ministries is formeel een organisatie met een ANBI-status en geen kerkelijke gemeente. Voorman Tom de Wal is de afgelopen jaren sterk gegroeid in populariteit. Daardoor is er regelmatig meer belangstelling dan ruimte binnen een locatie, zoals een kerkgebouw. Het logische gevolg was dat de organisatie ging werken met een gratis kaartenregistratiesysteem en wachtlijsten.
Hier ontstaat het eerste spanningsveld. Op het moment dat een bijeenkomst qua organisatie en impact op de openbare ruimte begint te lijken op een evenement, krijgt een gemeente te maken met vragen over veiligheid, capaciteit, verkeersstromen en toezicht. In dat geval kan een activiteit door de gemeente worden aangemerkt als evenement.
De kern van deze casus draait om een aantal cruciale vragen. Wat wist de gemeente en wanneer? Is er vooraf contact geweest tussen Frontrunners en de gemeente over de verwachte omvang en opzet? Zijn er signalen geweest richting de gemeente en hoe is daarop gereageerd? Of werd de gemeente pas op het laatste moment geconfronteerd met een onverwachte toestroom van bezoekers? Zonder helder inzicht in deze communicatie is het onmogelijk om definitieve conclusies te trekken over de bestuurlijke afhandeling.
Het probleem lijkt te liggen in een mismatch tussen hoe Frontrunners Ministries de bijeenkomst positioneerde en hoe de gemeente de feitelijke situatie bestuurlijk moest beoordelen. Wanneer een organisatie het moment ziet als een religieuze samenkomst, maar de gemeente de kenmerken als evenement-achtig interpreteert, ontstaat er frictie. Mogelijk is er daardoor geen tijdig contact geweest en is geen vergunning aangevraagd, wat de situatie kon laten escaleren. Daarmee komen we bij het tweede spanningsveld.
2. Bureaucratie, vergunningen en godsdienstvrijheid
Godsdienstvrijheid behoort tot de zwaarst beschermde grondrechten binnen de Nederlandse rechtsstaat. Zij beschermt burgers tegen inhoudelijke inmenging van de overheid in religieuze overtuigingen en praktijken. Juist vanwege dit gewicht is het belangrijk om dit begrip zorgvuldig te hanteren. Op basis van suggesties, maatschappelijke verontwaardiging of onvolledige informatie kan niet zomaar worden gesteld dat deze vrijheid is geschonden. Wanneer het begrip te lichtzinnig wordt gebruikt, verliest het zijn kracht in situaties waarin daadwerkelijk sprake is van ernstige inbreuken.
Gemeenten handelen in de dagelijkse praktijk meestal vanuit procedurele kaders en niet op basis van een inhoudelijk oordeel over religie. De spanning ontstaat wanneer een religieuze bijeenkomst feitelijk de kenmerken krijgt van een evenement, waardoor vergunningseisen in beeld komen. Om dit goed te beoordelen, is het noodzakelijk terug te keren naar de vragen uit het eerste spanningsveld. Wat waren de feiten? Wat wist de gemeente? Hoe verliep de communicatie? Was er daadwerkelijk sprake van een vergunningsplicht?
De kernvraag is of een bestuurlijke ingreep op basis van veiligheid of capaciteit automatisch een beperking van religieuze vrijheid vormt, of dat het gaat om de toepassing van algemene regels die voor iedereen gelden. Als de spanning inderdaad zit in de toepassing van vergunningseisen en de Algemene Plaatselijke Verordening, dan is de ophef mogelijk niet meer dan een storm in een glas water.
3. De sociologie van het charismatisch evangelicalisme
Het derde spanningsveld betreft de sociologie van het charismatisch evangelicalisme. Binnen deze stroming worden gebeurtenissen vaak geduid in termen van geestelijke strijd. Verwijzingen naar Efeze 6 worden regelmatig gebruikt om maatschappelijke weerstand te interpreteren als demonisch of vijandig. Dat kan uitmonden in een vervolgingsnarratief.
Dit interpretatiekader kan rationele en procedurele logica overschaduwen. Wanneer deze geestelijke lezing dominant wordt, bepaalt zij het kader waarbinnen het gesprek plaatsvindt. Binnen dat kader is weinig ruimte voor alledaagse bestuurlijke verklaringen. Die worden dan gezien als kennis van een lagere orde, omdat zij niet passen binnen het geestelijke wereldbeeld van de groep.
Voor buitenstaanders, zoals calvinisten of rooms-katholieken, is het daarom belangrijk eerst te begrijpen waar dit frame van geestelijke strijd vandaan komt, voordat men erin meegaat vanuit emotie. In veel gevallen gaat het om praktische kwesties zoals veiligheid, capaciteit of gebrekkige communicatie, waarbij partijen langs elkaar heen praten. Deze aspecten verdwijnen echter vaak uit beeld, omdat zij niet passen binnen een martelaarsnarratief.
De ophef op X is vanuit deze sociologische lens te begrijpen. Mensen reageren niet zozeer op de feitelijke situatie, maar op hun theologische interpretatie ervan. Dat leidt tot een sneeuwbaleffect van verontwaardiging. Uit die verontwaardiging volgen soms overtrokken reacties, die wellicht voorkomen hadden kunnen worden als de institutionele logica vanaf het begin serieus was genomen.
Conclusie
Ik wil deze analyse afsluiten met enkele overwegingen. Ik denk niet dat de arrestatie van Tom de Wal terecht was. Tegelijk had hij zich vooraf beter moeten verdiepen in de categorieën die gemeenten hanteren en daar zijn handelen op moeten afstemmen. Juridisch telt uiteindelijk niet de eigen interpretatie, maar wat formeel is vastgelegd. Als een gemeente een activiteit als evenement aanmerkt, is het verstandig om vooraf een vergunning aan te vragen.
Daarnaast betreur ik dat de arrestatie het martelaarsnarratief kan versterken. Daarmee wordt de onderliggende hermeneutiek niet doorbroken, maar juist bevestigd. Ik vrees dat dit later als een boemerang kan terugkomen. Daarom wacht ik, net als velen, de uiteindelijke feiten rond dit incident af.


































Praatmee