Kerken Pakistan verzetten zich tegen nieuwe huwelijkswet: ‘Nooit onze toestemming gegeven’

Een wetsvoorstel dat christelijke huwelijken en echtscheidingen in de Pakistaanse provincie Sindh opnieuw moet regelen, leidt tot onrust onder kerkleiders. De initiatiefnemer zegt verschillende kerkgenootschappen te hebben geraadpleegd, maar de Rooms-Katholieke Kerk en de Church of Pakistan benadrukken dat zij de uiteindelijke tekst nooit hebben goedgekeurd.
Het wetsvoorstel werd op 8 september ingediend door Anthony Naveed, vicevoorzitter van het parlement van Sindh en de eerste christen op die positie. Met de nieuwe wet moeten twee regelingen uit de Britse koloniale tijd worden vervangen: de Christian Marriage Act uit 1872 en de Divorce Act uit 1869.
De minimumleeftijd voor een christelijk huwelijk wordt volgens het voorstel achttien jaar voor zowel mannen als vrouwen. Ook moeten beide partners vrijwillig met het huwelijk instemmen. Verder bevat de wet regels voor de registratie en ontbinding van huwelijken, alimentatie, hertrouwen en de zorg voor minderjarige kinderen. Echtscheiding wordt onder meer mogelijk bij overspel, mishandeling, verkrachting, een tweede huwelijk of als een partner de ander meer dan twee jaar verlaat.
Volgens Naveed is het wetsvoorstel tot stand gekomen na maandenlang overleg met vertegenwoordigers van onder meer de Katholieke Kerk, de Church of Pakistan, het Leger des Heils en verschillende protestantse en pinksterkerken. De twee grootste kerkverbanden in Sindh bestrijden echter dat zij met de tekst hebben ingestemd, meldt Christian Daily International.
Het katholieke aartsbisdom Karachi erkent dat kerkelijke vertegenwoordigers aan een bijeenkomst hebben deelgenomen, maar stelt dat dit niet als goedkeuring mag worden uitgelegd. De kerk zegt meerdere juridische, grondwettelijke en kerkelijke bezwaren te hebben ingediend die niet in het voorstel zijn verwerkt. De katholieke bisschoppen vrezen onder meer dat de overheid zich gaat bemoeien met kerkelijke sacramenten en het interne bestuur van kerken.
Ook bisschop Frederick John van de Church of Pakistan ontkent toestemming te hebben gegeven. Volgens hem werd tijdens een eerste bijeenkomst slechts gesproken over enkele christelijke begrippen en was de tekst nog lang niet af. Toch zou zijn naam later zijn gebruikt om de indruk te wekken dat hij het wetsvoorstel steunde. John noemt de huidige versie "onvolledig, onrijp en volkomen ongeschikt” om aan het parlement voor te leggen.
De kerken zijn niet tegen iedere modernisering van het familierecht. Zij willen echter dat het huwelijk in de wet niet uitsluitend als een burgerlijk contract wordt behandeld, maar ook wordt erkend als een heilig verbond. Daarnaast pleiten ze voor één landelijke regeling. Een afzonderlijke wet voor Sindh kan volgens hen leiden tot verschillende regels voor christenen in de verschillende Pakistaanse provincies.
Het parlement heeft het voorstel doorgestuurd naar de vaste commissie voor minderhedenzaken. Die moet de tekst onderzoeken voordat de verdere behandeling kan plaatsvinden. De kerken vragen om uitstel en nieuw overleg, zodat hun bezwaren alsnog in het wetsvoorstel kunnen worden verwerkt.










































Praatmee