‘Wat mag geloof jou kosten?’ Een vraag die ik meenam uit Nigeria
Een paar maanden geleden ging mijn telefoon: of ik beschikbaar was voor een bezoek aan christenen in Nigeria. Af en toe zie je iets op het nieuws: ontvoeringen door terroristische organisaties als Boko Haram en IS, geweld tussen bevolkingsgroepen. Tegelijkertijd voelt dat alles ver weg. Na een paar nachten bidden, denken en overleggen met mijn gezin groeide het besef: dit is wat de Heer vraagt.
Waarom? Omdat christenen dáár erom vragen. Zij voelen zich vergeten. Miljoenen van hen zijn op de vlucht; dagelijks maken zij geweld mee. Het doel van de reis was daarom niet in de eerste plaats om iets te brengen - we kwamen met lege handen - maar om te leren, te bemoedigen en te bidden. Paulus zegt: “Wanneer één lichaamsdeel lijdt, lijden alle andere mee” (1 Kor. 12:26). We kunnen onze ogen niet sluiten voor het lijden van onze broeders en zusters.
Het was een spannende reis. Het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor Nigeria is oranje en rood. Je moet vaccins halen en wennen aan een ander klimaat en voedsel. Overal zie je tekenen van de strijd die in het land bezig is. Toch heb ik mij geen moment onveilig gevoeld. Juist tijdens zo’n reis ben je als groep intensief bezig met gebed, met het besef van roeping en God die met ons meereist.
Hoe zag de reis eruit?
We begonnen aan een lange reis: van Schiphol naar Casablanca, en in de nacht van Casablanca naar Nigeria. Gedurende de reis kwamen we dieper in Afrika, zichtbaar in de mensen, de natuur en de staat van de gebouwen.
We ontmoetten de directeur van een lokale partner van Open Doors. Ook spraken we David* (schuilnaam, red), een Nigeriaanse pastor die een tijd in Nederland heeft gewoond. Hij gaf zijn academische carrière in Nederland op om met zijn gezin terug te gaan naar Nigeria. Hij ervaart dat God hem daar roept. Wanneer hij hoort van een aanslag, reist hij naar de plek van gevaar om met mensen te bidden. Het roepingsbesef en het risico dat deze broeder dagelijks loopt, maakten diepe indruk.
Ook trokken we op met christenen uit verschillende regio’s. We bezochten een traumacentrum waar mensen psychische hulp krijgen om hun ervaringen te verwerken. Ook worden mensen opgeleid voor nieuw werk wanneer hun boerderij is verwoest. In het centrum vertelden mensen hun verhalen: ontvoering, marteling, platgebrande huizen en kerken. Elk verhaal intens, persoonlijk en gruwelijk, en tegelijk doortrokken van geloof.
In Nigeria wonen al eeuwen ongeveer evenveel moslims als christenen. In het laatste decennium is er echter verandering zichtbaar in de geografische verdeling van deze groepen. Geradicaliseerde groepen van Fulani-herders uit het noorden, vallen dorpen in het midden van het land aan. Ze ontvoeren en vermoorden christenen, met als gevolg dat bewoners vluchten en hun huizen worden overgenomen. Zo verschuift de situatie stap voor stap. Het zaaien van angst en het plegen van geweld maakt deel uit van hun strategie om de christenen uit hun gebied te verdrijven. Vrijwel iedereen die we spraken had hier direct mee te maken gehad.
Elke avond sloten we af met een debriefing: wat is je bijgebleven van deze dag? Op zaterdag brak ik. De hoeveelheid geweld en de openheid van de verhalen werden mij te veel. Wat kun je doen als Nederlandse bezoeker? In tranen sloot ik de dag af.
Van verdriet naar hoop
We bezochten ook een kerk op het platteland. Bij aankomst was de dienst al begonnen. Koren en groepen zongen met een enorme vreugde. Na het zingen volgden de mededelingen. Opeens klonk de harde realiteit. Na de praktische zaken werd genoemd welke dorpsgenoten die week waren omgekomen bij aanslagen. De avond ervoor waren vier mensen in een hinderlaag gelopen, op nog geen twee kilometer afstand van de kerk. Twee van hen kwamen om. “Please, please, do not go out in the night” (“Ga alsjeblieft ‘s nachts niet naar buiten!”), zo werd benadrukt.
En toch bleven mensen zingen en dansen voor God. Tijdens de preek werd vrijwel elke zin beantwoord met “amen” en “praise the Lord”.
Tijdens de reis bezochten we een centrum waar we een ontmoeting hadden met zendelingen van allerlei organisaties. Het was een prachtig park, met in het midden een begraafplaats. Daar lagen kinderen en volwassenen die hun leven hadden gegeven om het evangelie in deze regio te brengen. En juist dit gaf mij hoop.
Ik denk aan een woord van Paulus: “We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde” (2 Kor. 4:9). Deze mensen laten zien dat geloven iets mág kosten, dat juist vervolging een teken kan zijn van een geloof dat krachtig is en van een God die zorgt.
Op een later moment van de reis waren we opnieuw in het traumacentrum, met zes groepen predikanten uit het noorden van Nigeria. Eén voor één vertelden zij hun verhalen. Op de vraag wie recent ontvoerd was, staken vijf van de vijfentwintig aanwezigen hun hand op. Allen hadden geliefden verloren vanwege hun geloof.
Voor al die verhalen is hier geen ruimte. Tijdens de Nacht van Gebed op 5 juni zal ik daar meer over delen in mijn woonplaats Heerde. Eén verhaal noem ik hier:
Een vrouw - ze was niet veel ouder dan ikzelf - vertelde hoe ze ’s nachts werd ontvoerd, samen met haar twee weken oude baby. “Waar is die Jezus van je nu?”, spotten haar ontvoerders. Pas na drie maanden in de hel hadden haar familieleden en kerk alles wat ze hadden verkocht om haar losgeld te betalen. “Praise the Lord”, zo sloot ze af. Zij en haar kind hadden het overleefd. De moed van deze vrouw om haar verhaal te vertellen. De ernst van wat ze meemaakte en het geloof waaruit ze sprak. Iedereen was doodstil.
Denk maar eens aan haar, en vraag je af: wat mag geloof jou kosten?
Wat kan jij doen?
Ik begon dit artikel met de nieuwsberichten. Hoe kan het dat christenvervolging daar zo weinig expliciet in wordt genoemd? Veel overheidsfunctionarissen ontkennen dat het geweld iets met religie te maken heeft. Zij hebben er belang bij om hun interne problemen vooral als economisch of crimineel van aard te benoemen. Toen ik daarnaar vroeg, antwoordde een Nigeriaanse collega voorganger:
“Als een terrorist specifiek de huizen van christenen en predikanten aanvalt. Als ze specifiek kerken platbranden. Als ze ‘Allahu Akbar’ roepen tijdens het schieten. Als ze vragen ‘waar is die Jezus van jou nu?’ terwijl ze je slaan… Mag je dat dan geen vervolging noemen?”
“Waken en bidden, dat is onze opdracht”, zo zeiden mijn Nigeriaanse collega’s. “Waken”, dat houdt in Nederland in dat je geïnformeerd bent. Dat je weet wat er speelt.
Concreet kun je de petitie ‘Breek de stilte’ ondertekenen. Afrikaanse kerken vragen aan Europese overheden om aandacht te hebben voor het lot van vervolgde christenen. Dit najaar wordt deze petitie aangeboden. Ondertekenen kost jou een minuut, maar kan een wereld van verschil maken voor christenen daar.
Bidden is minstens net zo belangrijk. In de kerkapp is er ook een groep ‘Gebedskalender Open Doors’, waarin je elke dag een concreet gebedspunt krijgt om voor te bidden. Dezelfde punten vind je ook in de eigen app van Open Doors.
Voor mij persoonlijk verwacht ik dat het mijn prediking zal kleuren. Als je de Bijbel leest met de verhalen van onze Nigeriaanse broeders en zusters in je hoofd, komen veel teksten in een concreter licht te staan.
Weer terug in Nederland
Onze reis kwam ten einde, we vlogen terug, en kwamen na een lange reis weer veilig thuis.
Ik sluit af met een tekst uit 2 Korinthe 4, waar ik hierboven ook al uit citeerde. Een tekst die het geloof en de moed en de hoop van onze broeders en zusters in Nigeria onder woorden brengt: “Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken. In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken, zodat wij samen met u voor Hem zullen staan” (2 Kor. 4:13-14).







































Praatmee