Wantrouwen en onveiligheid: de lastige positie van bekeerlingen in Egypte

In Egypte staat iemands religie zwart op wit op de identiteitskaart. Dat gegeven heeft grote gevolgen voor christenen die zich vanuit de islam tot Christus hebben bekeerd. Kerken vragen bij de ingang vaak om een identiteitsbewijs. Niet uit wantrouwen, maar uit angst voor aanslagen. Sinds jihadistische bomaanslagen op kerken de gemeenschap diep hebben geraakt, is veiligheid een dagelijkse zorg geworden. International Christian Concern schrijft er uitgebreid over en deelt het verhaal van bekeerling Anjela.
Voor bekeerlingen pakt die maatregel wrang uit. Hun identiteitskaart vermeldt nog altijd dat zij moslim zijn. Openlijk veranderen van religie is juridisch en maatschappelijk vrijwel onmogelijk. Daardoor lopen zij bij de kerkdeur het risico te worden geweigerd of zelfs verdacht.
Anjela, een jonge Egyptische vrouw die islamitisch werd opgevoed, atheïst werd en later toetrad tot de Koptisch-Orthodoxe Kerk, weet daar alles van. “De meeste bekeerlingen zoeken kerken waar ze niet om een identiteitskaart vragen”, vertelt ze. Soms doet ze snel een kruisje om voordat ze naar binnen gaat. “Maar dat werkt niet altijd.” Bij haar huidige kerk wist ze de bewaker te overtuigen dat ze dringend een priester moest spreken. Zo kreeg ze vaste toegang.
Andere bekeerlingen zoeken creatieve oplossingen. Anjela gaat soms samen met een oudere vriendin naar de kerk. Zij draagt een traditioneel kruis-tatoeage op haar pols, een gebruik dat binnen de Koptische gemeenschap al eeuwen bestaat. “Als ik met haar ben, vragen ze meestal niets.” Een andere vriendin mocht naar binnen nadat zij het Onze Vader had opgezegd.
Toch gaat het niet altijd goed. Bij de eerste kerk die Anjela bezocht, werd ze geweigerd omdat zij haar identiteitskaart niet wilde tonen. “Ik smeekte of ik even naar binnen mocht. Dat mocht kort, maar daarna werd ik weer naar buiten begeleid.”
Aanslagen en angst
De veiligheidsmaatregelen zijn niet uit de lucht komen vallen. In april 2017 werden twee kerken getroffen door zelfmoordaanslagen op Palmzondag. Bij die aanslagen kwamen minstens 45 mensen om het leven. Enkele maanden eerder, in december 2016, vielen 25 doden bij een bomaanslag op een Koptische kathedraal in Caïro. Deze aanvallen behoren tot de dodelijkste in de moderne geschiedenis van Egyptische christenen.
Egypte bestaat voor ongeveer 90 procent uit moslims en 10 procent uit christenen. De grootste christelijke gemeenschap is de Koptisch-Orthodoxe Kerk, een van de oudste christelijke kerken ter wereld. Volgens mensenrechtenorganisaties als Open Doors en Human Rights Watch hebben christenen in Egypte te maken met discriminatie, sociale uitsluiting en incidenteel geweld, vooral in landelijke gebieden.
Onder president Abdel Fattah el-Sisi, die sinds 2014 aan de macht is, zijn geen grootschalige aanslagen meer gepleegd met veel dodelijke slachtoffers in kerken. El-Sisi spreekt zich publiekelijk uit voor de bescherming van christenen en bezoekt geregeld kerstvieringen. Veel stedelijke christenen voelen zich daardoor relatief veiliger dan in de tijd van voormalig president Hosni Mubarak. Toch blijft vijandigheid bestaan, vaak buiten het zicht van internationale media.
Anjela vertelt dat in delen van Zuid-Egypte lokale groepen soms kerken in aanbouw aanvallen. “De politie doet nauwelijks iets om mensen tegen te houden die kerken proberen te vernielen of andere overtredingen begaan”, zegt ze.
Stilzwijgen binnen families
Binnen families ligt de situatie gevoelig. Anjela’s vrienden weten dat zij geen moslim meer is. Haar familie niet. “Veel families accepteren of negeren het stilzwijgend als iemand zijn geloof verliest, zolang je er geen ruchtbaarheid aan geeft en de islam niet openlijk bekritiseert.” Maar overstappen naar het christendom is een andere zaak. Alleen al een gerucht over bekering kan leiden tot geweld door woedende menigten.
Anjela zegt dat een aanzienlijk deel van de moslims in Egypte vindt dat afvalligheid zwaar moet worden bestraft. Sommigen zouden het zelfs hun plicht achten een bekeerling te doden. Anderen zouden zo’n straf in elk geval goedkeuren. Voor christenen die als christen zijn geboren, is de druk doorgaans minder heftig, al blijven vooroordelen bestaan.
In haar eigen kerk houdt Anjela daarom afstand. Ze voert liever geen lange gesprekken die haar achtergrond kunnen onthullen. Toch weet ze dat ze niet alleen staat. Via gesprekken met priesters ontdekte ze dat er meer bekeerlingen zijn dan vaak wordt gedacht. “Ik ken kerken waar een groot percentage uit bekeerlingen bestaat.”
Voorlopig blijft ze in Egypte om haar studie af te ronden. Maar haar toekomstplannen liggen elders. Zodra ze haar diploma heeft, wil ze het land verlaten. “Dan ga ik proberen weg te komen.”




































Praatmee