Waarom ik voor de harde lijn kies bij het beoordelen of iemand Joods is

In zijn nieuwe dagboek doet opperrabbijn Jacobs uit de doeken hoe hij te werk gaat bij het al dan niet toekennen van een Rabbinale verklaring. Daarbij kent een rabbijn iemand al dan niet de Joodse identiteit toe. Lang niet altijd worden deze aanvragen gedaan door mensen die ook daadwerkelijk Joods zijn. De opperrabbijn legt onder meer uit waarom hij bij de beoordeling van aanvragen kiest voor een harde lijn.
Sinds 7 oktober is het aantal aanvragen voor een Rabbinale verklaring enorm toegenomen. Mensen die tot op heden al dan niet bewust hun Jood-zijn geheim hielden, willen nu hun Joodse identiteit bevestigd zien en op de een of andere wijze hun Jood-zijn beleven. Dat beleven kan zich uiten door lid te worden van een Joodse Gemeente, door als niet-lid sjoeldiensten bij te wonen of door af en toe naar een Joodse bijeenkomst te gaan. Tussen hen een aantal dat met mijn Rabbinale verklaring te zijner tijd als het antisemitische vuur te na aan de schenen wordt gelegd Israƫl als vluchthaven wil gebruiken. Voor onze ouders waren alle grenzen gesloten, ook de Nederlandse. Uiteraard begrijp ik dat zij die kiezen voor assimilatie zich niet tot mij wenden en alles eraan doen hun Jood-zijn te verbergen. Ik begrijp hun keuze, maar betreur die, omdat de eeuwenlange keten van overleven door hen wordt verbroken.
Wil je verder lezen?
Als lid krijg je onbeperkt toegang tot cvandaag.nl
Praatmee