De situatie in Nederland verandert: Wat zal de tijd ons Joden brengen?

Het kijken naar de nieuwe EO-serie 'De Joodse raad' zorgde ervoor dat opperrabbijn Jacobs in een dipje terechtkwam. Hij vertelt eronder in zijn nieuwste dagboek. Ook legt hij uit wat er voor Joden veranderd is in Nederland in vergelijking met enkele jaren geleden.
In principe schrijf ik twee keer per week mijn dagboek, maar ik wil wel dat mijn dagboek spontaan uit mijn computer komt en niet dat ik moet gaan zitten peinzen over wat ik nu eigenlijk wil gaan schrijven. En dat is nu dus mijn probleem: wat wil ik met u delen? De laatste dagen verliepen vrij rustig, niet veel bijzonders, behalve dat er veel reacties waren gekomen op mijn vorige dagboek over de sukkelige uitnodiging om naar een politie-Iftar-bijeenkomst te komen waar ik een koosjere maaltijd kon bestellen.
Want nog nauwelijks was mijn dagboek verschenen of ik ontving een telefoontje van de organiserende politie met een excuus voor hun moeizame uitnodiging. De beller gaf ridderlijk toe dat de uitnodiging naar mij anders had gemoeten. Het gaf mij een goed gevoel, niet zozeer het excuus en begrip dat de agent die mij belde uitstraalde, maar veel meer dat mijn dagboek kennelijk wel wordt gelezen en dus invloed heeft. Invloed is belangrijk als een instrument om medemensen als groep de goede richting op te krijgen , maar ook om met bemoedigende woorden iemand tot steun te kunnen zijn. Ik voelde me door dit telefoontje gesteund, waarvoor bij deze mijn dank. Maar het was ook een gemiste kans. Om samen te zijn met een groep islamitische politiemensen had waardevol kunnen zijn. Ik had ze kunnen beĆÆnvloeden, begrip bij ze kunnen kweken. Hoewelā¦ ik twijfel. Hadden al die gesprekken zin? Heeft het iets opgeleverd? Is er nu minder antisemitisme?
Ik ben gaan kijken naar mijn dagboek van 21 maart 2021, dus van drie jaar geleden toen ik dus kennelijk ook al aan het dagboekenieren was:
Toen we sjabbath-ochtend naar sjoel liepen weerklonk het vanuit een kantoorgebouw, dat verbouwd is tot appartementen building, een luid āJĆ³Ć³Ć³denā. Hoewel ik natuurlijk trots ben op mijn Jood-zijn en ik het fijn vond herkend te worden, bedoelde, naar ik aanneem, de roeper het niet als compliment of bemoediging. Maar het negatieve naroepen werd ās middags dubbel en dwars goed gemaakt. Voorafgaand aan mijn sjioer-op-niveau op sjabbatmiddag gaan mijn lern-maatje en ik iedere sjabbat het natuurgebied achter ons huis in en hebben een wandeling van vijftig gezonde sjabbat-minuten. Toen wij de plaats van waaruit de vogels kunnen worden geobserveerd al een paar meter voorbij waren, weerklonk plotseling vanuit het groepje dat de vogels stond te bekijken een āsjabbat sjalomā. Het naroepen van āsjabbat sjalomā komt regelmatig voor en aanzienlijk vaker dan het āJĆ³Ć³Ć³denā.
Einde citaat. Wat is er veranderd, vroeg ik mezelf af en zonder al te veel denkwerk gaf ik zelf het antwoord: toen, precies drie jaar geleden, won het āsjabbat sjalomā het van het āJĆ³Ć³Ć³denā. Nu is het gelijkspel. Maar voor hoelang nog tot het āsjabbat sjalomā verliest?
Zondagavond hebben Blouma en ik naar de tv-uitzending gekeken over de Joodse Raad. Dramatisch! Hoeveel jeugd en politieagenten, met of zonder een Islamitische achtergrond, zullen ernaar hebben gekeken? En welke invloed zal de uitzending hebben op het āJĆ³Ć³Ć³denā ? De beelden van de Joden die in de documentaire probeerden een sperr te krijgen zijn bij mij aangekomen. Ik keek of ik mijn oma tussen de radeloze mensenmenigte zag staan. Ik weet dat zij het ook had geprobeerd en dat ze, als ik me goed herinner, voor mijn opa een sperr had weten te verkrijgen.
Meer dan gewoonlijk word ik benaderd door leden van de Joodse Gemeenten voor een rabbinale verklaring om hun Jood-zijn te bevestigen. Met zoān verklaring kunnen ze makkelijker en sneller naar IsraĆ«l, gebruik makend van de Wet op de Terugkeer. De meesten van hen weten nog niet of en wanneer ze op aliya willen gaan, maar willen wel alvast een rabbinale verklaring in huis hebben. Mocht de tijd hen daartoe dwingen, dan hebben ze dat alvast in hun bezit.
Ik voel mezelf in een dipje. Het kijken naar de Joodse Raad is kennelijk niet voor mij. Wat zal de tijd ons Joden brengen?
Dadelijk rijd ik naar De Westereen om daar een lezing te geven over: antisemitisme! Dat vergt helaas niet veel tijd aan voorbereiding want er valt veel te veel over te vertellen. Ik moet het uitsluitend binnen mijn spreektijd zien te houden en dat wordt een klus. Maar eerst daarvoor nog een sjioer online die wel een grondige voorbereiding vereist. En dus ga ik stoppen, want ik moet me langzamerhand ook al gaan voorbereiden voor Poerim in Maastricht.
Maar terugkomend op de eerste regels van dit dagboek wat wil ik met u delen? Het is bijna Poerim. Al jarenlang verzin ik een Poerimgrap, maar dit jaar weet ik er geen en het NIW is al naar de drukker, dus ben ik te laat. Maar past een Poerimgrap, een practical joke, dit jaar? Wel en niet. Niet, vanwege de situatie in IsraĆ«l en Gaza. Maar er zijn nog vele andere brandhaarden in de wereld waarover we nauwelijks tot niet vernemen. Gigantische dramaās. Denk aan China, Soedan etc. etc. etc.
Wel, omdat Am Jisraeel Chaj. We leven, blijven leven en overleven. Het geheim van ons bestaan is onlosmakelijk gekoppeld aan Tora en Mitswot en dus moeten we geen millimeter toegeven en ook niets aflaten van de bij Poerim behorende simcha. Juist simcha. Dat dipje van mij is zinloos en zelfs destructief! De simcha moet overheersen. Want onze simcha is geen carnaval, maar een mitswa gelijk alle andere mitswot.
Cvandaag publiceert op regelmatige basis de dagboeken van opperrabbijn Jacobs.
Praatmee