cip.nl is nu cvandaag.nl
Start gratis maand
Sluis
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Dagelijks leven

08 april 2022 door Dr. C. A. van der Sluijs

De ware kerk

Mijn vriend en broeder Dr. M. Klaassen moge ik, in zijn kerkelijke strijd, publiekelijk wijzen op wat ik daaromtrent schreef in mijn recente publicatie Binding in Bevinding.

cvandaag Premium logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door cvandaag Premium lid Patrick Simons.

Word ook lid

De geestelijke ‘outfit’ van vele bewegingen, in en buiten de kerk, met hun geloofsactivisme en heiligingsdeterminisme, getuigt van weinig of geen historisch besef. De ecclesiologie (leer van de kerk) van de Reformatie staat immers in een historische context, waarin wij duidelijk Gods hand in de geschiedenis van ons land zagen en als zodanig ook beleden. Wegstervend historisch besef en een verdwijnend kerkelijk besef hebben dan ook alles met elkaar gemeen.

Om dit duidelijk te maken zou ik het kerkbegrip vanuit de Schrift en de Reformatie dynamisch willen aanscherpen rondom de drie sola’s. Immers de kerk werd hervormd rondom en binnen de dynamiek van het ‘sola scriptura’, het ‘sola gratia’ en het ‘sola fide’. Dit is ook de intentie van de artikelen 27 tot en met 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

De Kerk van de Hervorming bestaat in ons land nog altijd, maar dan in een gebroken gestalte. 

Zo gezien is er nooit een geheel zuivere nationale Kerk van de Hervorming (die aanvankelijk Gereformeerde Kercke heette) geweest, en anderzijds bestaat de Kerk van de Hervorming in ons land nog altijd, maar dan in een gebroken gestalte. Ten aanzien van deze gebrokenheid staat zij op gespannen voet met de katholiciteit van de kerk, die door de Reformatie onverkort werd beleden met de hervorming van de éne kerk.

Tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw kreeg de visie op de kerk een ongekende historische actualiteit. Want in de strijd met Rome keerde Luther terug tot de geestelijke opvatting van de kerk met behoud van haar katholiciteit. Het kostte Luther zware strijd met de Roomse Kerk en haar kerkbegrip te breken. Hij vond en behield tenslotte zijn vastheid in de rechtvaardiging door het geloof alleen. Van daaruit kwam hij veel verder dan hij oorspronkelijk gedacht of bedoeld had. Luther zocht en vond zijn opvatting van de kerk tenslotte in de Heilige Schrift. Dit leidde tot een ootmoedig geloofs-verstaan van de kerk. De ganse kerk bidt immers tot aan het einde toe: “Vergeef ons onze schulden.” En Christus reinigt Zijn Kerk dagelijks van dwaling en zonde. Daarbij blijft ze een onderdanige zondares voor God tot aan de jongste dag en is alleen heilig in Christus, haar Heiland, door genade en door vergeving van zonden. Waar dit geloofsartikel weg is, daar is ook de kerk weg, want buiten dit geloofsartikel wil de Heilige Geest niet bij ons zijn, stelt Luther nadrukkelijk.

Vanuit het gehele geloofs-verstaan van de Heilige Schrift stelt hij vervolgens dat dit geloofsartikel “nochtans gebleven is en het moet blijven, en of nu de wereld dol en dwaas daarover wordt, zo moet zij het toch laten staan. Want de kerk duurt voort tot het einde van de wereld opdat er altijd op aarde een christelijk heilig volk in leven zij, in wie Christus leeft, werkt en regeert én in welke daarom ook de Heilige Geest leeft door levend-making en heiliging.” Daarmee belijdt Luther dat uiteindelijk Christus de continuïteit van de kerk uitwijst dan wel haar bevestigt. En niet onze geloofs- en heiligingsconceptie.

Zelfs in tijden van toorn behoudt God zich een ‘rest’ in de kerk (vgl. Jes. 1 : 8). En zó zijn de gelovigen de ‘verborgen wegen’ (viae absconditae) en de ‘onbekende sporen’ (vestigia incognita) van God. Daarbij in aanmerking genomen dat God achter de geschiedenis staat en de Zijnen behoudt waar geen ‘uitweg’ is. Welnu zó is het voortbestaan of de continuïteit van de kerk waarachtig een werk van goddelijke onderhouding, dan wel ‘een continue bewaring van de ondergang’. Geenszins ontspringt daarom de continuïteit van de kerk aan een immanente (inwonende) kracht van de kerkgeschiedenis. Veelzeggend tekent Luther hierbij aan dat historisch gezien het voortbestaan van de kerk altijd een paradox is en zijn zal. Nee, de continuïteit van de kerk wordt niet gefundeerd door de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet. Daarmee is Luthers continuïteitsvisie in wezen een continuïteitsgeloof of beter: een geloof in de goddelijke continuïteitsbeloften! Christus zou immers met Zijn Kerk zijn tot aan het einde der dagen. Treffend zegt Luther dan: “Het gaat niet om ónze zaak, men mag zich getroost op God verlaten.”

Evangelicalisme, in en buiten de kerk, leidt op den duur in historisch perspectief tot nihilisme.

Het béstaan van de kerk wordt niet door menselijk doen gewaarborgd en voor de toekomst veilig gesteld (!), maar kan slechts door gelovig zich te verlaten op God worden vérstaan. De kerk bleef voor Luther primair geloofsobject in de vigerende historische context van zijn tijd. Waar het Woord is, daar is de Kerk! En dan denkt Luther aan de rechte prediking.

Bij Calvijn is het continuïteitsbegrip van de kerk der eeuwen in wezen navenant. Alle nadruk legt hij enerzijds op de ene heilige algemene christelijke kerk en anderzijds op de plaatselijke kerk. Zijn denken beweegt zich continu tussen deze twee polen, die in principe en in wezen voor elkaar bepalend zijn. En hij denkt er niet aan het spanningsveld tussen beide op te heffen. Dat de kerk van Rome de toets van het continuïteitsprincipe van de Reformatie niet kon doorstaan, bleek voor haar daaruit dat als men het Woord onverkort preekte, er dan in deze kerk daarvoor geen plaats meer bleek te zijn, en men dienovereenkomstig uitgeworpen werd. Het continuïteitsprincipe van de Reformatie kristalliseerde zich uit op Luthers excommunicatie en realiseerde zich in de doorbraak van Gods gratie.

De kerk is Gods werk in een historische context. Ook vandaag gaat het om Gods hand in de geschiedenis. Ons volksbestaan is ontstaan vanuit en gecultiveerd door deze overtuiging vanuit de Reformatie. Reanimatie van het wegstervend historisch besef onder ons is van het hoogste belang voor de herleving van het kerkelijk besef in ons land. Wanneer wij de kerk als Gods werk op enigerlei wijze trachten te effectueren of te corrigeren buiten de directe bediening der verzoening om, dan zij we ten diepste bezig op een doperse wijze dit werk te elimineren. Evangelicalisme, in en buiten de kerk, leidt op den duur in historisch perspectief tot nihilisme.

Het luistert nauw als we ons levend horen aan Gods toezegging die alleen maar (sola) op een dynamische wijze zijn beslag krijgt in de huidige actuele historische situatie. En dan gaat het ook nú om Gods hand in de huidige geschiedenis van ons land.

Ware kerk
Als er in de Nederlandse Geloofsbelijdenis gesproken wordt van de éne ware kerk, dan moeten we dit zien in het licht van de strijd van de Reformatie met de Roomse Kerk. De Kerk van de Hervorming was per definitie geen afscheiding van de Roomse Kerk, maar zij kwam in de plaats van de Roomse Kerk, die in haar ogen een valse kerk was geworden. Zo gezien was de Kerk van de Hervorming dus de ware kerk. Zij was immers in de plaats gekomen van de valse kerk. We gaan er dus nu vanuit dat die Kerk van de Hervorming de ware kerk is. Maar deze ontstond en bestaat door het Woord alleen. En alleen uit genade en alleen door het geloof ben ik daarvan een levend lidmaat. De kerk is geen statisch, maar een dynamisch begrip. Zij is schepping van het Woord (door de Geest). Alleen door het geloof kunnen we haar belijden. Dit laatste is iets anders dan zien. In De Twaalf Artikelen luidt het dan ook: “Ik geloof een heilige, algemene (d.i. katholieke), christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen...”. Scherp geformuleerd: “ik geloof die kerk...’. Niet: “ik geloof in (N.B) die kerk…”. Dit betekent dat we haar geloven al zien we er soms niets van.

Nog scherper geformuleerd: We geloven dus niet in (!) een kerk die door mensen is geformeerd. We geloven alleen de kerk als schepping van het Woord (door de Geest). De Kerk der eeuwen is schepping van het Woord door de Geest. De Kerk van de Hervorming werd opnieuw geschapen door Woord en Geest. Luther heeft die kerk niet gemaakt, deze ontstond nadat Luther geëxcommuniceerd dan wel verworpen werd. Toen heeft Luther gezegd: Waar het Woord is daar is de Kerk. Deze was nu in de plaats gekomen van de valse kerk. Simpel gezegd: omdat het Woord (met Luther) er uitgeworpen werd, ging de kerk mee. Daarna is die ware kerk (de Kerk van de Hervorming) opgesplitst in vele delen. Helaas is het nu zo dat die ene ware Kerk nu in tientallen stukjes is verdeeld. Welnu, we constateren dat de Kerk van de Hervorming thans een gebroken kerk is. Een zondige en schuldige gebrokenheid? Ja! Maar wij kunnen de zaak alleen maar erger maken. Zo gauw mensen een kerk gaan formeren! Alle maakwerk leidt tot breekwerk.

cvandaag Premium logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor cvandaag Premium

Je las net een gratis cvandaag Premium artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Praat mee

Alleen cvandaag Premium leden kunnen reageren op artikelen. Word ook cvandaag Premium lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

W
Als we het nu toch over de Ware Kerk hebben is het een aanrader om het boek EGO, een cultuuranalyse van het IK, van Bram van de Beek te lezen misschien? Kan zomaar een echte eyeopener zijn.....