Hervormde predikant neemt het op voor boeren: 'Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen'

‘De boeren vallen in het hoekje waar de slagen vallen als het om de stikstofcrisis gaat. Wat is er echter van een overheid te verwachten die niet de Bijbel maar Brussel als leidraad heeft?’, vraagt ds. M. van Kooten zich af in de nieuwsbrief van de hervormde gemeente Elspeet. De predikant neemt het in zijn overdenking op voor de Nederlandse boeren.
‘Zien we straks een massale emigratie van hardwerkende boeren tegemoet en een immigratie van… ik zal maar niets invullen. Voor je het week hangt er een proces aan je broek. Een aantal jaren geleden schreef iemand een thriller, getiteld ‘Verweesde kudde’. Het was bepaald geen christen die het schreef. In ieder geval schreef hij over hoe Nederland er in 2035 uit zou zien. Het Westen van Europa zou inmiddels geïslamiseerd zijn en de Hollandse bevolking had zich erbij neergelegd. Op het kaft is de Ridderzaal te zien waarachter een knots van een moskee met minaret zichtbaar is. Een islamitische staat zou in Nederland mede gerealiseerd zijn door de versplintering van de politiek.’
‘Toegegeven, angst is een slechte raadgever. Echter wanneer Gods Woord niet meer gehanteerd wordt moeten we voor land en volk het ergste vrezen. Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Wie had kunnen bevroeden dat na de val van het ijzeren gordijn in ons wereldcontinent toch nog een oorlog zou ontstaan zoals in het Oosten van ons werelddeel al bijna een half jaar gaande is en we allen geconfronteerd worden met de gevolgen daarvan? Behoort een hongerwinter als in 1944-1945 tot de onmogelijkheden in onze zogenaamde maakbare maatschappij? Wat was men destijds blij met boeren in de nabijheid… al zijn er ook wel geweest die misbruik maakten van de situatie.’
De predikant verwijst naar zijn jongere jaren. ‘Toen ik een kind was volgde in de Lopikerwaard de ene boerderij op de ander. Megastallen waren onbekend. Elke boer had naast maximaal veertig koeien, een aantal (scharrel) varkens, een honderdtal kippen en een paar schapen en een flinke moestuin. Dat men er naast nog een baan moest hebben was onbestaanbaar. Volgens mij moeten we de palen naar die tijd terugzetten. Daarop dient de overheid te investeren en door de consument mee gerekend te worden.
Ik las ooit eens een verklaring over het dorpsgewijs bewoonde Jeruzalem waar Zacharia van profeteert (Zach. 2:4). Deze zag woonwijken afgewisseld met boerderijen ter bevoorrading van de bewoners. Toegegeven, het is een wat vreemde exegese. Maar onschriftuurlijk is het niet echt, gezien Psalm 65:14: ‘De velden zijn bekleed met kudden en de dalen zijn bedekt met koren; zij juichen ook zingen zij.’ Wordt ook de koning niet van het veld gediend naar een woord van de wijze Salomo (Pred. 5:8)? Zullen we straks in plaats van koeien campings zien? Zullen de boerderijen in ons land straks alleen maar functioneren als zorgboerderij, kinderboerderij (met eventueel daaraan verbonden kinderopvang), dierenasiel, recreatieoord met poldersport, restaurant, museum, woonerf of villa voor mensen met een buitenproportioneel inkomen terwijl de uitgestrekte vruchtbare velden recreatieoorden worden?
‘Nederland let op uw saeck’, luidt een oud-Hollands lied van Valerius. Laten we dat doen', zo besluit Van Kooten.






































Praatmee