Christelijke gebedsruimte in Israël vernield: priester vergeeft daders

In de Israëlische stad Nahariya zijn religieuze afbeeldingen en voorwerpen vernield in een gebedsruimte van een Libanees-christelijke gemeenschap. De schade werd zondag ontdekt toen een gemeentelid het gebouw wilde openen voor een gebedsbijeenkomst. Priester Rody Noura reageert geschokt, maar zegt de onbekende daders te vergeven. De Israëlische politie is een onderzoek begonnen.
Lees ook

Activisten melden oud-SGP-Kamerlid Bisschop bij opsporingsdienst na aankoop Israëlische wijn
De gebedsruimte bevindt zich in een gemeentelijk gebouw in het noorden van Nahariya. De ruimte wordt gebruikt door christenen die afkomstig zijn uit Zuid-Libanon, onder wie voormalige leden van het Zuid-Libanese Leger (SLA) en hun families.
Een vrouw uit de gemeenschap ontdekte de vernielingen zondag rond 17.45 uur. Zij was naar het gebouw gekomen om de gebedsbijeenkomst voor te bereiden. "Toen ze binnenkwam, zag ze de enorme ravage", vertelt Noura aan de Israëlische nieuwssite Ynet. "Ik arriveerde ongeveer vijftien tot twintig minuten later. Al onze religieuze afbeeldingen en symbolen lagen kapot op de grond."
De vernielingen hebben grote indruk gemaakt op de gemeenschap. Veel leden kwamen in 2000 vanuit Libanon naar Israël, nadat het Israëlische leger zich uit Zuid-Libanon had teruggetrokken en het Zuid-Libanese Leger was uiteengevallen. Noura: "De Libanezen en voormalige SLA-leden wonen inmiddels 26 jaar in Nahariya. In al die tijd is er nooit iets dergelijks gebeurd. Onze gebedsruimte is niet eerder doelwit geweest."
Onder de beschadigde voorwerpen bevinden zich afbeeldingen en symbolen van Maria en de heilige Charbel, een negentiende-eeuwse Libanese monnik die vooral binnen de maronitische kerk wordt vereerd. Deze oosters-katholieke kerk heeft diepe wortels in Libanon. Sommige religieuze voorwerpen waren al jarenlang in bezit van de gemeenschap. Noura weet niet of ze oorspronkelijk uit Libanon zijn meegenomen of later in Israël zijn aangeschaft.
Ondanks de vernielingen uitte de priester geen beschuldigingen. Hij benadrukt dat hij niet weet wie verantwoordelijk is en wat de aanleiding voor de daad kan zijn geweest. "Ik verdenk niemand", zegt hij. "Wie dit heeft gedaan, is ongetwijfeld ergens boos over of draagt pijn met zich mee. Die persoon mist liefde. Hij heeft iemand nodig die naast hem staat en hem vergeeft."
Noura wil daarom een boodschap van vergeving laten horen. "Wij vergeven hem zeker, ook al weet ik niet wie hij is of wie dit hebben gedaan." Daarmee wil de priester de vernielingen niet goedpraten. "Dit is onaanvaardbaar en absoluut immoreel. Maar ik ben ervan overtuigd dat er uit dit kwaad toch iets goeds kan voortkomen, zowel voor degene die het heeft gedaan als voor ons."
Wie achter de vernielingen zit, is nog onbekend. Ook is niet duidelijk of de gebedsruimte vanwege het christelijke karakter doelwit was. In het gebouw zelf hangen geen beveiligingscamera's. Mogelijk kunnen camerabeelden van nabijgelegen gebouwen, waaronder een sporthal en een school, helpen bij het onderzoek.
De Israëlische politie bevestigt dat agenten in Nahariya een onderzoek zijn begonnen na een aangifte van vernieling in het gemeentelijke gebouw.


















































Praatmee