Midden in de kerkdienst begon het schieten: Elias en Hanan verloren familieleden bij bomaanslag op kerk

Een bomaanslag op de Sint‑Eliaskerk in Damascus sloeg niet alleen een krater in de betonnen vloer, maar ook een gapend gat in de gemeenschap. Toch wortelt juist op die verwoeste plek een geloof dat standhoudt als alles wankelt. ‘Ook al zijn we bang, we blijven naar de kerk gaan.’
Open Doors en Cvandaag komen deze maand in actie voor vervolgde christenen in het Midden-Oosten. Doe je ook mee? Met 60 euro draag je bij aan herstel door traumazorg voor zwaar vervolgde christenen, voor 30 euro kunnen we drie gelovigen een bijbel geven en voor 100 euro voorzie je vervolgde christenen van essentiële hulp bij crisis.
Pijn straalt van het gezicht van Elias (56) als hij aarzelend zijn voet op de drempel van de Sint-Eliaskerk zet. Hij is niet meer in ‘zijn’ kerk geweest sinds zondag 22 juni, de dag waarop een bloedige aanslag een einde maakte aan het leven van 22 kerkgangers. Eenmaal binnen staart hij naar de plek waar een zelfmoordterrorist zichzelf opblies. De kracht van de explosie heeft een gat geslagen in de betonnen vloer.
Het is ook de plek waar twee broers van Elias werden gedood, in een poging de terrorist te overmeesteren. Elias verloor bij de aanslag zeven familieleden, een buurman en een goede vriend. Zelf raakte hij zwaargewond. Met behulp van een kruk strompelt hij door de kerkzaal. Er steken metalen pinnen uit zijn been, stille getuigen van de aanslag.
Bang voor hard geluid
Op een geïmproviseerd altaar van op elkaar gestapelde stenen steken Elias en zijn vrouw Hanan (39) zeven kaarsjes aan. De vlammetjes getuigen van een geloof dat niet is gedoofd door de explosie. Hun vijf kinderen durven eerst de kerk niet binnen te gaan, maar komen even later toch. Tot jongste zoon Ibrahim auto’s op straat hoort toeteren. Hij raakt in paniek en vlucht weg met zijn zussen. Harde geluiden zijn nog altijd een trigger.
“We hebben 14 jaar burgeroorlog meegemaakt”, vertelt Elias even later in het appartement waar hij met zijn gezin woont. “Maar zulk geweld binnen de kerk is ongehoord. Het was een bloedbad.” In de kerk waren die avond zo’n 300 mensen samengekomen om een tante van Elias te gedenken, die een week eerder was overleden. “Ik zag Ibrahim met een kaars lopen”, vertelt Hanan, terwijl ze er op haar telefoon een video van laat zien die enkele minuten voor de aanslag is genomen.
“Het geluid van geweerschoten kwam steeds dichterbij”, herinnert Elias zich. “Toen werd de deur opengegooid en kwam er iemand binnenlopen. Hij schoot in het rond.” Hanan hurkte tussen twee kerkbanken. Elias hoorde zijn broer Geryes schreeuwen dat iedereen moest bukken. Niet veel later klonk het geluid van een enorme explosie.

Naar de grond
Daarna werd het stil. Geryes’ stem was verstomd. Hij bleek zich samen met Boutros, een andere broer van Elias, en een kerkganger op de zelfmoordterrorist te hebben gestort. Ze werkten hem naar de grond en raakten in gevecht. Daarbij slaagde de aanvaller er toch in zijn rugzak met explosieven tot ontploffing te brengen. De drie mannen die hem probeerden te overmeesteren, waren op slag dood.
Met hun daad hebben de drie de levens van vele kerkgangers gered. De rugzak van de zelfmoordterrorist zat niet alleen vol met explosieven, maar ook met schroeven. Die zouden na een ontploffing in het rond zijn gevlogen en veel schade hebben aangericht. Doordat de mannen de aanvaller op de grond kregen, sloeg de grootste kracht van de explosie naar beneden, de grond in. “Als zij niet zo hadden gehandeld, dan waren er veel meer slachtoffers gevallen”, is de overtuiging van Elias.
'Heer, nog één kind’
In de chaos rende Elias naar zijn zoon Ibrahim. Pas bij zijn zoon ontdekte hij dat hij zelf twee scherven in zijn dijbeen had, waarvan één zijn slagader had doorboord. “De hele kerk was verwoest”, zegt Hanan, die toen nog geen idee had waar haar man en kinderen zich bevonden. Ze vond twee van haar dochters al snel terug, maar daarna volgde paniek. “Ik begon te schreeuwen en bad: ‘Heer, alstublieft, laat me nog één kind vinden, in elk geval nog eentje’.” Uiteindelijk vond Hanan al haar kinderen terug, maar ze herkende in eerste instantie haar dochter Sarah (12) niet. Het meisje raakte zwaargewond aan haar gezicht. Ze onderging operaties in zowel Syrië als Libanon.
In Syrië blijven?
Na de aanslag worstelen Elias en Hanan met de vraag of Syrië nog de plek is waar ze hun kinderen groot willen brengen. “Als het Gods wil is, dan blijven we. Laat Zijn wil geschieden.” Het was niet de eerste keer dat hij en zijn gezin te maken kregen met geweld. Twee jaar eerder werd de vader van Hanan doodgeschoten. “Er is altijd angst. We zijn elke dag bang dat iemand komt om ons uit te schakelen.”
Toch wil Elias benadrukken dat de aanslag in juni de kerkelijke gemeente er niet van heeft weerhouden om samen te komen. Noodgedwongen moest dat op een andere plek, maar hun geloof in Christus is standvastig. “We staan stevig gegrondvest in ons geloof. Jezus zegt: ‘Op deze rots bouw Ik Mijn kerk’. Ons geloof is gebouwd op de Rots, niet op zeepbellen die uit elkaar kunnen spatten.”
Traumazorg
Om de kinderen te helpen die vaste grond onder hun voeten terug te vinden, krijgen ze traumazorg. Ook voor volwassen kerkgangers die de aanslag overleefden, is er hulp. Een lokale partner van Open Doors gaf al traumazorg, lang voordat de bomaanslag op de kerk van Elias plaatsvond. Daardoor kon er kort na de aanslag al worden gestart. De kinderen maken bijvoorbeeld gebruik van creatieve werkvormen, voor volwassenen zijn er gespreksgroepen.
“We combineren een psychologische aanpak met geestelijk herstel om het trauma op holistische wijze aan te pakken”, zegt psycholoog Raneen*, die betrokken is bij dit werk. “Dit zorgt ervoor dat deelnemers niet alleen herstel ervaren op mentaal en emotioneel vlak, maar ook in hun geestelijk leven. Zelfs op de donkerste momenten kan God herstel en groei geven.”

Tekenen van hoop
Herstel zien Elias en Hanan ook in hun gemeente. Onlangs werden er 22 kinderen gedoopt. Hetzelfde aantal als het aantal christenen dat omkwam bij de aanslag. “Ook al zijn we bang, we blijven naar de kerk gaan”, zegt Hanan. Elias voegt toe: “We leven door geloof en we zullen sterven in dit geloof.”
Help christenen die staande blijven onder geweld en angst
Elias en Hanan vragen zich af of Syrië nog de plek is voor hun gezin. Ze staan daarin niet alleen: het aantal christenen in Syrië daalde in vijftien jaar van 1,8 miljoen naar 300.000! Ook in andere landen in het Midden-Oosten is die sterke daling te zien.
Toch blijven gezinnen zoals dat van Elias vasthouden aan hun geloof, ook wanneer angst hun dagelijks leven bepaalt. Zij hebben mensen nodig die naast hen staan.
Open Doors en Cvandaag komen deze maand in actie voor vervolgde christenen in het Midden-Oosten. Doe je ook mee? Met 60 euro draag je bij aan herstel door traumazorg voor zwaar vervolgde christenen, voor 30 euro kunnen we drie gelovigen een bijbel geven en voor 100 euro voorzie je vervolgde christenen van essentiële hulp bij crisis.





































Praatmee