De man die ik ontmoette kwam voor een waslijn, maar vond een nieuw hart

Op een gewone, drukke werkdag zegt Annelies van Walsem-Hoogenboom bijna gedachteloos dat een klant zijn bestelling mag omruilen. Wat volgt, blijkt geen toevallige ontmoeting. Een man rijdt twee uur voor een waslijn, maar blijkt terminaal ziek te zijn. Tijdens een eenvoudig gesprek over geloof ontstaat iets wat veel groter is dan een omruiling van een product. Soms gebruikt God een alledaags moment om een hart voorgoed te veranderen.
Een gewone werkdag
Het was een gewone en drukke werkdag toen een klant belde.
“Mevrouw, ik heb de verkeerde waslijn besteld. Zou ik die kunnen omruilen?”
“Ja hoor meneer, dat kan wel,” hoor ik mezelf zeggen.
Meteen denk ik bij mijzelf: wat zeg ik nu?
Omruilen is helemaal niet handig en kost veel tijd. Normaal zeg ik altijd dat het beter is om het product terug te sturen en een nieuwe bestelling te plaatsen.
Nou ja, niks aan te doen, denk ik, en ga weer door met mijn werk.
Twee uur rijden
Twee dagen later staat de man op de stoep met het pakketje. Hij komt vrolijk mijn kantoor binnen.
“Ik had u gebeld met de vraag of het omgeruild kon worden. En dat kon, zei u.”
Ik dacht: oh ja, dat kan er nog wel even bij in deze drukte. Maar ik wist meteen dat dit niet voor niets was. Ik vroeg hem om lekker te gaan zitten en bood hem koffie aan. Daarna ging ik weer zitten en vroeg of hij ver moest rijden.
“Twee uur”, was zijn antwoord.
“Twee uur, meneer? Heeft u twee uur hiervoor gereden?”
“Ja, klopt. Mijn vrouw wilde graag een nieuwe waslijn en ik heb toch tijd zat. Dus ik rijd rustig aan naar de Betuwe. Ik ben namelijk ziek.”
Een ernstige diagnose
“Oh, hopelijk niet ernstig, meneer?”
“Ja, het is wel ernstig. Ik heb drie soorten leukemie. Ze kunnen niets meer voor me doen en ik ben terminaal. Het kan een paar weken of een paar maanden duren. Of zelfs dagen. Dat kan ook.”
“Wow, zo heftig meneer. Dat moet heel moeilijk zijn voor u en uw familie.”
“Voor mijn familie misschien meer dan voor mij”, antwoordde hij. “Ik heb een prima leven gehad.”
“Dat is mooi, meneer.”
Normaal vraag ik dan: “Weet u ook dat God van u houdt en een mooi plan voor uw leven heeft?” Maar het mooie plan liet ik deze keer achterwege. Niet omdat het niet waar is, maar omdat het op dat moment niet passend voelde.
Het gesprek over geloof
Hij was katholiek opgevoed, maar had het losgelaten.
“Ik hoop wel dat ik daar met mijn gezin naar de hemel ga”, zei hij.
Ik begon hem te vertellen: “Weet u meneer, de Bijbel zegt dat we allen gezondigd hebben…”
Ja, dat wist hij.
Ik vertelde het Evangelie uitgebreid. Daarna zei ik dat ik hem graag een zegen mee wilde geven voordat hij naar huis ging.
Dat mocht.
Een nieuw hart
Na de zegen stelde ik hem de vraag of hij met zijn hart geloofde en met zijn mond wilde belijden: “Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid” - Romeinen 10 vers 9.
Dat deed hij.
Halleluja.
Hij kwam twee uur rijden om iets om te ruilen wat ik normaal niet omruil.
Maar hij ruilde niet alleen zijn kabel.
Hij ruilde zijn hart.
“En Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het stenen hart uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven” - Ezechiël 36 vers 26.






































Praatmee