Als het wonder uitblijft: leven met een onvervulde kinderwens
Huisje, boompje, beestje, kindje. Bij veel christenen ziet het ideaalbeeld er ongeveer zo uit: je ontmoet ergens in je jongvolwassen jaren een leuke jongen of een lief meisje. Je vindt een baan, koopt samen een huis en beleeft een prachtige bruiloft. Je hebt het er al af en toe over: hoeveel kinderen wil jij? Doen we ze op voetbal of vioolles? Zouden ze jouw blauwe ogen hebben of mijn bruine?
We gaan er allemaal vanuit dat het wel goedkomt. Misschien word je niet in één keer zwanger, maar hopelijk toch wel na vier of vijf keer. Maar wat als dat niet gebeurt? Wat als de arts vertelt dat je hoogst waarschijnlijk geen kinderen kunt krijgen? Dit was het geval bij Sam en Kely Warner. Ze vertellen over wat het nieuws met hen deed, waarbij ze licht werpen op de normaal zo verborgen kant: de onbeantwoorde gebeden, de zoektocht, de stille worsteling. Er is een tijd voor alles, zowel voor blijdschap als voor tranen.
Sam en Kely zitten in het kandidatentraject van OMF Nederland. Ze hopen in november 2026 uitgezonden te worden naar Japan, waar ze Jezus’ liefde willen verspreiden, die daar nog zo onzichtbaar is. Hun zendingsproces lijkt van een leien dakje te gaan. Ze hebben al de eerste toezeggingen voor financiële steun, een mooi thuisfrontteam en een vast vertrouwen in God. Hun zwaarste uitdaging vindt echter achter gesloten deuren plaats. In mei 2024 kregen ze te horen dat de kans heel klein is dat ze ooit een kindje zullen krijgen. Ze twijfelden om de medische molen in te stappen en brachten het in gebed bij God. Uiteindelijk besloten ze om het niet te doen: het zou te heftig zijn en mentaal te zwaar. God bevestigde hen steeds opnieuw in die keuze.
Pas in de zomervakantie, toen Kely ruimte had om erover na te denken, hakte het besef er echt in en begon het rouwproces. “Ineens zat ik heel diep. Het was een gekke gewaarwording, dat het zo’n groot rouwproces is, en dat je je realiseert dat het iets is wat je levenslang met je mee zal dragen. Rouwen gaat voor ons in golfbewegingen. We zitten nu in een kabbelend watertje, maar soms komt er een hele grote golf die je niet aan ziet komen. Zoals dat je in de kerk zit en niet in de agenda had gezien dat er een doopdienst is. Dan zitten de tranen ineens heel hoog en moet je echt even slikken. Op andere momenten zie je de golven wel aankomen, en kan je er veel beter mee omgaan.”
In het begin waren de golven alleen maar hoog: het was een periode van veel verdriet. “Ergens ga je ervanuit dat je op een bepaald punt in je leven kinderen zal krijgen. Als de arts dan zegt dat die kans minimaal is, moet je je levensplaatje flink bijstellen. Ineens hoor je bij een categorie mensen waar je niet bij wilt horen. Je gaat worstelen met de vraag: God is een God van wonderen, Hij is een goede God, Hij geeft wat je nodig hebt. Waarom krijgen wij dan geen wonder? Het is soms echt een zoektocht. Zo hebben we drie momenten gehad dat iemand iets tegen ons zei waarin een belofte verborgen zat. Een tijd terug hadden we bijvoorbeeld een aanbiddingsavond, waarbij er iemand naar me toekwam die sterk op zijn hart had dat hij me naar het gebedsteam moest toe brengen. De kinderwens was toen nog niet heel groot, maar wel aanwezig. De man van het gebedsteam zei: zou het kunnen dat je een kinderwens hebt? En: ik weet niet wat het betekent, maar ik zie bij jou een baby voor me. Op dat moment heeft dat me heel erg getroost. Ik dacht: God ziet mij, God zal me een kind geven. En zo waren er nog twee andere vergelijkbare momenten. Maar wat betekenen die, als het wonder niet komt? Waren dat inderdaad beloften van God en zegt Hij dat we hoopvol moeten blijven? Of zijn het gewoon tekenen dat Hij ons ziet in ons verlangen en verdriet?”
Sam vult aan: “Het is nog steeds echt een zoektocht, of je wel of geen hoop moet hebben. Het is te zwaar om dat elke dag met je mee te dragen, vooral voor Kely, die dat elke maand in haar lichaam voelt. Je moet er een balans in vinden. Natuurlijk vertrouwen we op God, maar we weten niet wat Zijn wil is en je moet het ook een beetje loslaten. Alleen maar hopen op een wonder houd je niet vol.”
Toch zijn ze door dit lijden heen nog veel dichter bij God gekomen. Kely bevestigt: “Op de momenten dat het verdriet het grootst was, was de aanwezigheid van God ook het grootst. Hij gaf me vaak een Bijbeltekst of lied in gedachten, juist als ik heel diep zat. Onze trouwtekst bleef steeds terugkomen. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk (Jeremia 29:11). God zegt dit tegen de Israëlieten als zij in een moeilijke situatie zitten, en huizen moeten bouwen en tuinen moeten groeien op de plek waar ze zijn. Met ons trouwen dacht ik: mooie tekst, maar ook wel apart als je het in de context leest. Nu komt die tekst juist heel erg binnen, want nu zitten we wel in moeilijke omstandigheden. God heeft ons geluk voor ogen, niet ons ongeluk.”
Ook Sam ervaarde Gods nabijheid. “We waren ons er zo bewust van dat Hij ons zag, dat Hij van onze situatie afwist en dat Hij ons door en door kent. God volgen en Hem vertrouwen betekent niet dat je krijgt wat je wilt. Juist als dat niet gebeurt, moet je op Hem blijven vertrouwen. Onbeantwoorde gebeden betekenen niet dat Hij je verlaten heeft. Hij is altijd bij ons.”
Sam en Kely zien ook dat ze juist door deze worsteling beter in staat zijn om het evangelie met anderen te delen. Kely vertelt: “Onze gesprekken zijn veel kwetsbaarder, als we over ons verdriet vertellen. We kunnen laten zien: het geloof is niet zomaar iets makkelijks dat we je willen meegeven. Wij hebben ook onze eigen zoektocht met alle vragen die daarbij komen kijken. Christenen zeggen: God is toch een God van wonderen? Niet-christenen zeggen: jij gelooft toch in God? Aan beide kanten kunnen we delen over onze ervaring, de pijn die je voelt en wat dat betekent voor je relatie met God.”
Sam gaat verder: “Mensen voelen zich vaak ongemakkelijk, als er vragen onbeantwoord blijven. Christenen willen alles graag oplossen en slaan het soms dan plat met ‘blijf op God vertrouwen!’ Natuurlijk is vertrouwen belangrijk, maar het is ook goed om te erkennen dat kwetsbaarheid en verdriet bij het leven horen. Veel mensen worstelen met de vraag: waarom is er lijden? Waarom gaan we soms door zo’n pijn heen?” Kely vervolgt: “Wij hebben de antwoorden ook niet. Maar ik kan wel delen hoe dichtbij God is, juist in de momenten dat je zoveel verdriet ervaart.”
Het hebben van een onvervulde kinderwens is vaak een onderwerp dat men liever uit de weg gaat. Sam en Kely raden aan om er juist wel ruimte voor te maken: “Niet elk gesprek hoeft erover te gaan, maar we hoeven het er ook niet nooit over te hebben. Een quote die me altijd is bijgebleven, is: net zo aanwezig als de kinderen van anderen zijn, zo afwezig zijn onze kinderen. Soms is alleen een klein zinnetje al genoeg, waarbij anderen laten weten dat ze zich bewust zijn van ons verdriet. Het is zo gewoon om kinderen te krijgen, dat de andere kant onderbelicht blijft. Wij willen juist niet dat het een taboe wordt. Als het soms tot tranen leidt, dan is dat oké. We moeten leren om ons meer op ons gemak te voelen met het ongemakkelijke.”
Niet alleen kinderloosheid is een lastig onderwerp dat vaak wordt vermeden. Wat als God je heeft gezegend met één kind, maar de tweede uitblijft? Of wat als je verlangt naar een partner, maar tot nu toe alleen door het leven moet gaan? Laat ruimte voor de kwetsbaarheid, geef aandacht aan het verdriet en ga in gesprek over de pijn. Dit geldt ook als er vragen onbeantwoord blijven en er geen oplossing is. Er is een tijd voor alles: voor blijdschap en voor tranen. God was er, is er en zal er zijn.





































Praatmee