Hoe evangelist Cho gevluchte Noord-Koreanen over Jezus vertelde

Met gevaar voor eigen leven trok Cho* elke week de bossen in het grensgebied tussen China en Noord-Korea in, op zoek naar vluchtelingen uit het land dat al jaren de Ranglijst Christenvervolging aanvoert. Cho had standaard voedsel en water mee om uitgehongerde Noord-Koreanen aan te laten sterken. Daarnaast zat er altijd iets in zijn tas om mensen van geestelijk voedsel te voorzien: Gods Woord.
Cho’s missie? De bergen met uitgestrekte wouden uitkammen om gevluchte Noord-Koreanen te vinden en te helpen. En, als het lukte, het evangelie met hen te delen. “Het is mijn doel om zielen te redden”, zei Cho, gebaseerd op de tekst uit Handelingen 16:31: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’ Cho wist dat de Noord-Koreanen die hij aantrof alles op het spel hadden gezet om de oversteek te maken, maar geen idee hadden dat er een God bestaat die van hen houdt.
Cho wilde die boodschap aan elke Noord-Koreaan meegeven. Zo ook op een vroege herfstdag, toen Cho zijn gebruikelijke route liep. Er hing kou in de lucht en Cho wist dat de winter niet lang meer op zich zou laten wachten. Dan zou het nog moeilijker zijn om Noord-Korea te ontvluchten en je schuil te houden in het bos.
Migrant of vluchteling?
Gedreven door wanhoop, honger en indoctrinatie wagen vele Noord-Koreanen de gevaarlijke tocht naar China. Met het risico gepakt te worden en alle gevolgen van dien. China ziet Noord-Koreanen die de grens oversteken niet als vluchtelingen die het regime van een dictator zijn ontvlucht. Ze worden bestempeld als economische migranten die de wet overtreden door de grens over te steken. Wat Noord-Koreanen wacht die worden ontdekt door de grenspolitie is ondervraging, opsluiting in een gevangenis of werkkamp en soms zelfs executie.
Magische woorden
Terwijl Cho het bergpad opliep waar hij al zo vaak was geweest, zag hij in de verte iemand zitten, verscholen in het struikgewas. Het was Eun-Young*, een jonge vrouw die met haar man Cheol-Ho* kort daarvoor de grens was overgestoken. Cho zag angst in de ogen van de vrouw. Hij stak zijn handen in de lucht om te laten zien dat hij geen kwaad in de zin had, maar de vrouw wilde niets van hem weten. “Ga weg! Laat ons met rust!”, schreeuwde ze.
Toen Cho probeerde zijn goede bedoelingen te benadrukken, viel haar man haar bij. “We hebben je hulp niet nodig!” Maar Cho liet zich niet wegsturen. Hij liet zijn tas zien, met de woorden: “Ik heb voedsel en water voor jullie, hebben jullie honger?” Dat leken magische woorden voor het stel. Ze pakten de tas en vielen aan op het eten. “Er zit ook een zeil in en wat dekens. Gebruik ze om een onderkomen voor jezelf te maken. Ik kom terug om meer eten te brengen.”
‘Waarom doe je dit?’
Cho zocht de twee vaker op, zoals hij had beloofd. Tijdens het eten van de witte rijst die Cho had meegebracht, keek de vrouw op naar Cho en vroeg hem: “Je brengt voedsel rond hier in de bergen en je zegt dat je dit elke week doet. Er moet een reden achter zitten. Waarom doe je dit?” Cho antwoordde zoals altijd: “Ik doe dit vanwege een Man met de naam Jezus. Hij is de Zoon van God en Hij houdt heel veel van je. Ik heb hier een boek waar alles over Hem in staat.”

Een Bijbel
De vrouw schudde direct haar hoofd. “Ik geloof niet in God. We zijn dankbaar voor het eten, maar willen niets met bijgeloof te maken hebben.” Ze gaf het boek dat Cho haar had overhandigd snel aan hem terug. Maar Cho stopte de Bijbel niet terug in zijn tas, maar liet hem liggen. “Kijk maar of je hem toch wilt lezen of niet, het is aan jullie.”
Toen Cho Eun-Young en haar man opnieuw opzocht om eten te brengen, was er iets bijzonders gebeurd. “Ik heb het boek gelezen dat je ons hebt gegeven”, zei de vrouw. “Het helpt ons de tijd te doden en de verhalen zijn interessant, al snappen we ze niet helemaal.” Cho keek verbaasd op, maar de vrouw was nog niet klaar.
“Ik had een droom”, ging Eun-Young verder. “In die droom was er Iemand die mijn naam riep en ik denk dat het Jezus was, de Man over wie gesproken wordt in het boek dat je ons gaf. Ik weet niet wat het betekent, maar ik wil meer van Hem weten. Kun je me helpen?”
Geroepen om terug te gaan
Cho legde het echtpaar het evangelie uit en nodigde hen uit om mee te gaan naar een schuilhuis dat wordt gesteund door Open Doors. Daar kregen ze onderdak en hun geloof werd verder opgebouwd. Zover, dat ze zich geroepen voelden om terug te gaan naar Noord-Korea om daar hoop te brengen in alle hopeloosheid die er heerst in hun vaderland.
Ondertussen zette Cho zijn werk in de bossen voort om nog meer Noord-Koreaanse vluchtelingen te helpen. Daar kreeg hij op een dag een bericht door via een gevluchte Noord-Koreaanse man. De boodschap luidde: “Ons gezin is gegroeid naar vijf”. Voor Cho was het duidelijk: het jonge stel had drie anderen over Jezus verteld. Er waren mensen tot geloof gekomen, die nog nooit in een kerk waren geweest en nog nooit een Bijbel in handen hadden gehad.

Wat Cho deed en hoe hij zijn leven leidde, kan worden samengevat met de Bijbeltekst uit Matteüs 19:26. Daar vertelt Jezus Zijn leerlingen over het koninkrijk van God en vragen zij zich af hoe iemand kan worden gered. ‘Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk’’, staat er. Op die waarheid vertrouwde Cho. Ook om discipelen te maken in een land dat voor de buitenwereld gesloten lijkt voor het evangelie.
Cho overleed kortgeleden na een ziekbed, maar zijn nalatenschap leeft voort. Door zijn werk zijn er Noord-Koreanen die teruggaan naar hun vaderland om daar tot zegen te zijn. Open Doors ondersteunt christenen die onder de moeilijkste omstandigheden proberen het licht van Christus en Zijn evangelie te verspreiden. We zijn er voor christenen in Noord-Korea, maar ook voor vervolgde christenen in Nigeria, Syrië en al die andere landen waar geloofsgenoten lijden omdat ze Jezus Christus willen volgen. Help je mee om het werk van Cho en vele andere werkers wereldwijd voort te zetten? Jouw bijdrage versterkt de kerk op plekken waar die niet mag bestaan.
Noord-Korea op plek 1 van de Ranglijst Christenvervolging. In dit land is elke vorm van religie verboden en het hebben van een Bijbel gevaarlijker dan het plegen van een moord. Ontdek meer over de ranglijst op de website van Open Doors.



































Praatmee