Minister ziet geen structurele jihadistische dreiging voor bekeerlingen in asielopvang

De veiligheid van (bekeerde) asielzoekers in opvanglocaties staat opnieuw ter discussie in de politiek. Waar het kabinet benadrukt dat er geen structurele signalen van onveiligheid zijn en dat bestaande maatregelen voldoende bescherming bieden, wijzen Kamerleden Don Ceder (ChristenUnie) en Diederik van Dijk (SGP) op zorgwekkende meldingen uit de praktijk. Minister David van Weel ziet geen structurele jihadistische dreiging.
Volgens de minister vormt de nationale aanpak overlast een belangrijke basis om onrust en bedreigingen in de opvang tegen te gaan. Gemeenten kunnen overlastgevers sneller uit het systeem halen of apart plaatsen. Ook kan bewaring worden ingezet. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) blijft alert op signalen van onveiligheid. Op dit moment zijn die signalen er volgens de minister niet. Wel benadrukt hij dat klachten altijd serieus worden genomen en dat passende maatregelen volgen wanneer bewoners elkaar discrimineren of bedreigen.
Tegelijkertijd wees Ceder in het debat over de begroting van Asiel en Migratie op meldingen van bekeerlingen die zich juist wél onveilig voelen. Samen met SGP-Kamerlid Diederik van Dijk diende hij begin februari een motie in waarin wordt gesteld dat niet op alle COA-locaties adequaat wordt omgegaan met bedreigingen richting bekeerde asielzoekers. De motie roept de regering op om samen met het COA en partners zoals Stichting Gave de signalen van onveiligheid actief te bespreken en de inzet te versterken.
Concreet vragen Ceder en Van Dijk om ervoor te zorgen dat op iedere opvanglocatie medewerkers aanwezig zijn die handelingsbekwaam zijn bij religieus gemotiveerde spanningen. Ook pleiten zij voor een no tolerance beleid tegenover asielzoekers die geweld plegen vanwege geloofsovertuiging. De motie werd ingediend tegen de achtergrond van het bestaande beleidskader levensbeschouwing en de bijbehorende werkinstructie voor het COA, die volgens de indieners niet overal voldoende wordt toegepast.
Op vragen over dit beleidskader antwoordt minister Van Weel dat veiligheid en vrijheid van geloof uitgangspunt zijn binnen de opvang. Het COA heeft periodiek contact met organisaties die expertise hebben op dit terrein, waaronder Stichting Gave. Medewerkers worden actief gewezen op het beleid en de werkinstructies. De minister zegt bereid te blijven om in de samenwerking met betrokken partners signalen van onveiligheid, ook specifiek voor christelijke asielzoekers, te bespreken.
Daarnaast vroeg Ceder aandacht voor signalen van religieuze organisaties en kloosters dat het steeds lastiger zou zijn om geloofsgenoten uit het buitenland uit te nodigen voor conferenties. Toeristenvisa zouden vaker worden afgewezen. De minister herkent dit beeld niet en stelt dat voor elke visumaanvraag vaste eisen gelden die per land kunnen verschillen. Bij een afwijzing ontvangt de aanvrager altijd een gemotiveerde beslissing en is bezwaar mogelijk.
































Praatmee