Hoe ons eigen beleid bijdraagt aan meer asielzoekers in Europa

Als iemand mij vraagt: “Wat vind je van het conflict in het Midden-Oosten?”, dan stel ik altijd eerst de tegenvraag welk conflict ze bedoelen. De conflicten tussen het nieuwe bewind in Damascus en diverse etnische groepen in Syrië? Het conflict tussen de Koerden en het Erdogan-regime? Het conflict in Jemen? Meestal krijg ik dan een blik vol onbegrip terug, alsof ik Arabisch spreek. Want natuurlijk bedoelen ze 'Israël en de Palestijnen'. Terwijl breder kijken laat zien hoe ons eigen beleid actief bijdraagt aan problemen die we hier ervaren.
Het is mijn voorrecht geweest om de afgelopen tien jaar intensief samen te werken met bewegingen uit diverse landen in de noordelijke helft van die regio. Het gaat om bewegingen die etnische minderheden in landen als Pakistan, Iran, Irak en Syrië vertegenwoordigen. Al die landen kennen een grote diversiteit aan etnische minderheden en etno-religieuze groepen, zoals Baloch, Ahvaz-Arabieren, Koerden, Azeri’s in Iran, Syriac-Assyriërs, Yazidi’s, Druzen en Alawieten.
Voor alle helderheid: in de meeste gevallen gaat het om groepen van miljoenen tot tientallen miljoenen mensen (de Koerden alleen al vormen een volk van circa 40 miljoen mensen, verspreid over vier staten). Dat zijn geen ‘stammen’, maar volken zonder staat.
Wanneer ik een presentatie geef over deze realiteit, toon ik altijd de etnische kaart van het Midden-Oosten. Meestal gaat er dan een wereld open voor het publiek - een wereld waar we slechts fragmentarisch iets van horen, omdat alle aandacht uitgaat naar Israël en de Palestijnen. De media besteden nauwelijks aandacht aan de realiteit die afwijkt van de grenzen op de kaart.
De werkelijkheid is dat hele volken worden onderdrukt door extremistische, totalitaire regimes die desnoods door hen betaalde milities inzetten om die onderdrukking over de staatsgrenzen heen voort te zetten. Turkije en Iran leggen op die manier hun totalitaire extremisme op aan bevolkingen in buurlanden zoals Irak en Syrië, maar ook verder weg: in Jemen, Libanon, Gaza en Libië. De gevolgen daarvan merken we in Europa - bijvoorbeeld door de vluchtelingenstromen uit Syrië.
Het zijn juist deze minderheden die het meest verdrukt worden en zich daardoor het sterkst verzetten tegen dat totalitaire extremisme. Het beeld dat “iedereen daar” een extremist in de dop is, is onjuist. Wat wél waar is, is dat de volken die zich verzetten tegen extremisme nauwelijks aandacht krijgen, waardoor wij in een achterhaald en scheef beeld blijven hangen. Ook versterken wij de extremisten onbedoeld door ons eigen buitenlands beleid, wat bijdraagt aan de vluchtelingenstroom richting Europa.
De mensen in Noordoost-Syrië hebben bijvoorbeeld hun eigen multi-etnische bestuur gevormd (de Autonomous Administration of North and East Syria) en een eigen verdedigingseenheid opgezet: de Syrian Democratic Forces (SDF), bestaande uit mannen én vrouwen. In het gebied dat zij besturen (ongeveer een derde van Syrië) hebben ze godsdienstvrijheid, gelijkheid van man en vrouw, en samenwerking tussen etnische groepen gerealiseerd.
Dit hebben we als Sallux zelf ter plaatse gezien - en we zijn niet de enigen. Europa, ook Nederland, werkte met de SDF samen in de strijd tegen ISIS. Helaas koos het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken (en hun Europese tegenhangers) ervoor om daarna opnieuw Erdogan en zijn extremisten te steunen, in plaats van de mensen die 12.000 mannen en vrouwen verloren in de strijd tegen ISIS.
Wat wij als Sallux daarom doen, is samenwerken met de mensen van Noordoost-Syrië en met andere bewegingen van onderdrukte minderheden die zich verzetten tegen extremistische regimes. We helpen hen inzicht te krijgen in hoe de politieke systemen van Europa werken en hoe ze invloed kunnen uitoefenen op beleidsmakers. Waar mogelijk ondersteunen we hen actief. Dit doen we omdat het bijdraagt aan oplossingen voor problemen hier in Europa, zoals asielstromen, integratieproblemen, extremisme en terrorisme.
Vanuit het perspectief van deze minderheden kijken wij in Europa heel anders naar het Midden-Oosten en stellen we ook andere vragen: Waarom mogen de Palestijnen wel een eigen staat hebben, maar de Baloch, Ahvaz-Arabieren en Koerden niet? Waarom geen tweestatenoplossing voor de Koerden in Turkije?
Waarom wordt de Turkse bezetting van Afrin en andere delen van Syrië en Irak niet als een probleem gezien? Tussen 2018 en 2024 heeft Turkije deze gebieden met geweld bezet, honderdduizenden mensen verdreven en er vervolgens kolonisten geplaatst - in Afrin zelfs met hulp van Palestijnen.
Waarom willen Europese landen dat vrouwen in Noordoost-Syrië, die nu vrij zijn, zich straks moeten onderwerpen aan een extremistisch regime in Damascus? Wetend dat dit regime in een halfjaar tijd al massaslachtingen heeft aangericht onder Alawieten en Druzen. Willen we nóg meer vluchtelingen uit Syrië?
Door handel met Iran aan te moedigen, hebben Europese ministeries van Buitenlandse Zaken geldstromen richting Iraanse milities in Irak, Syrië en Jemen mogelijk gemaakt. Ze negeerden dat dit bijdroeg aan een groot deel van de vluchtelingenstroom naar Europa. Tegelijkertijd worden de extremisten van Erdogan in Syrië actief en passief gesteund. Onze lokale bestuurders betalen nu de prijs voor dit wanbeleid van onze eigen overheid. Waarom wordt dat als normaal beschouwd?
Het is officieel bekend dat het Erdogan-regime extremisme in Europa ondersteunt en integratie ondermijnt. Waarom dan doorgaan met beleid dat deze ondermijning negeert en dit regime zelfs steunt?
En in al die situaties zagen we dat christenen vaak de eerste slachtoffers waren - en nog steeds zijn. Als dit niet voortdurend genegeerd werd, zou er veel ellende kunnen worden voorkomen.
Naast de inzet van christelijke politici (die er gelukkig is), is het van groot belang dat christenen in Nederland zich bewust worden van deze realiteit. Verandering begint namelijk pas wanneer grotere groepen mensen de vraag durven stellen: “Waarom doet Nederland dit?”



































Praatmee