Het koninkrijk van God kent geen gereserveerde plaatsen

Jezus heeft twaalf discipelen gehad. Deze twaalf mannen hebben drie jaar lang met Hem opgetrokken. De families van deze mannen hebben een groot offer gebracht.
De meeste discipelen waren visser geweest. Geen vetpot. Van Petrus weten we zeker dat hij getrouwd was. De anderen waren dat vast ook. Van twee weten we dat hun vader ZebedeĆ¼s heette. Ook zij kwamen uit een vissersfamilie.
Het is mooi om zoān rabbi als Jezus te volgen. Maar wie gaat er zorgen voor je gezin en, zoals in het geval van ZebedeĆ¼s, voor het bedrijf?
Twee volwassen zonen laten je achter met een vissersbedrijf. Twee flinke kerels die wisten wat hard werken was.
Het thuisfront van Jakobus en Johannes heeft grote offers gebracht. Daar zal hun moeder vast ook een grote rol in hebben gespeeld.
De situatie werd voor Jezus, en daarom ook voor deze families, echter steeds moeilijker. Jezus was lang niet overal meer even populair. De spanningen liepen op. Wat ging er gebeuren? Met Jezus, en met Zijn volgelingen?
De moeder van Jakobus en Johannes maakte zich ook zorgen. Een moeder wil toch het beste voor haar kinderen. Toch geloofde deze moeder blijkbaar nog altijd dat het koninkrijk van God in Jezus zou komen.
Ze stelde Jezus daarover een bijzondere vraag.
Zij vroeg Jezus of haar zonen, na alle offers die zij gebracht hadden, een bijzonder plekje mochten krijgen in Zijn Koninkrijk. Bijvoorbeeld naast Hem.
Geen gekke vraag. Haar zonen hadden het verdiend. Ja, in een gewoon koninkrijk. Maar in Gods koninkrijk bestaan geen gereserveerde plaatsen. Vele laatsten zullen de eersten zijn. En vele eersten de laatsten.
Het was een begrijpelijke vraag van die moeder. Maar niet verstandig. Ze moest nog veel leren over dat koninkrijk van Jezus. Over de zware weg die tot dat koninkrijk zou leiden.
En hoe anders het zou worden als Hij koning was.
Toch kun je ook best wat opsteken van die moeder. Je kunt beter een moeder hebben die de verkeerde vragen aan God stelt, dan een moeder die helemaal geen vragen heeft.
Deze overdenking verscheen eerder op de Facebookpagina van ds. Arie van der Veer.
Praatmee