Het kind van David en Batseba stierf: wat heeft dit tot ons te zeggen?

Ook al wordt het verhaal over David en Batseba niet als een gelijkenisverhaal vertel, het is mijns inziens wel degelijk een gebeurtenis met metaforische of typologische betekenis voor ons onderwerp. In 2 Samuël 11-12 lezen we over het schandalige gedrag van David.
Hij heeft seks met de vrouw van een ander, Batseba. Als die daardoor zwanger raakt, laat hij ook nog eens haar man vermoorden om zijn misse daad te verdoezelen. Vervolgens stuurt de Heer de profeet Natan naar David. Die vertelt hem een spiegelverhaal over een rijke man die het enige lammetje van zijn arme buurman inpikt. Koning David, die ook de hoogste rechter is, oordeelt: ‘De man die zoiets doet verdient de dood’. Dan zegt Natan: ‘Die man, dat bent u!’ David schrikt, ziet zichzelf ineens in de spiegel van dit verhaal en zegt: ‘Ik heb gezondigd tegen de Heer.’ ‘De Heer vergeeft u die zonde, u zult niet sterven’, zegt Natan vervolgens. Die vergeving gaat voor ons gevoel heel erg snel. Toch is dat niet het meest aanstootgevende in deze geschiedenis. Dat is het feit dat uiteindelijk dat kind, dat uit die misse daad geboren wordt, moet sterven in plaats van David. In de receptie van dit verhaal is de dood van dit kind namelijk gezien als straf op de zonde van David.
De metafoor
Het plaatsvervangend sterven van het kind van David en Batseba kan vergeleken worden met het plaatsvervangend sterven van die andere grote Davidszoon: Jezus Christus. Hij neemt de straf van de zonden van ons mensen op zich, zodat wij kunnen leven. Alleen Hij doet dat vrijwillig. Davids zoon toen wordt het opgelegd.
Spits van vergelijking
Iemand anders wordt gestraft voor de zonden tegen de Heer in plaats van de dader zelf. De zoon van David sterft in plaats van de dader. In die zin kan deze geschiedenis gezien worden als een voorafspiegeling van de grote Davidszoon, die sterft in onze plaats voor de zonden van alle daders tegen de Heer. Dat Davids zoon in de plaats van een zondaar moet sterven, zodat hijzelf kan leven, is vreselijk. Het is een schandaal, een ergernis. Dat zegt Paulus dan ook in 1 Korintiërs 1:23: ‘Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus’, een gedode Davidszoon, ‘voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas.’ Voor Joden aanstootgevend, een ‘scandalon’ staat daar in het Grieks, een schandaal.
Dit verhaal wijst vooruit. De God van Israël gaat uiteindelijk zelf in onze plaats staan, offert zijn eigen Zoon op voor de verzoening van de wereld. Dat is het unieke van deze God. Daarom moet dit verhaal van de dood van dit kind heilshistorisch gelezen worden: de grote Davidszoon, ook als kind geboren in Bethlehem sterft, opdat wij kunnen leven. Daders, zondaren krijgen opnieuw de kans door die Davidszoon. Wat dit verhaal in verband met de verzoening door het kruis van Christus duidelijk maakt, is dat het kwaad op de een of andere manier gestraft en afgekeurd moet worden. Als dat niet gebeurt, zou men kunnen denken dat God het onrecht laat bestaan, dat is zichtbaar en voelbaar. Dan zouden de vijanden van de Heer blijvend aanleiding hebben tot laster, zo wordt door Natan de straf gemotiveerd. Vervolgens laat het zien dat God het leven van zondaren wil. God heeft geen behagen in de dood van zondaren, zegt de Bijbel. Kortom: de plaatsvervanging is hier de spits van de vergelijking.
Grenzen
Meer dan het punt van de plaatsvervangende, straffende vergelding maakt dit verhaal niet duidelijk. Daarom moeten we de grenzen goed in acht nemen. Want het blijft voor ons een zeer ongemakkelijk verhaal. Wil God dan kinderoffers, net zoals bij de heidense volken? Nee, deze God wil geen kinderoffers. Dit verhaal moet vooral typologisch gelezen worden tot op Jezus Christus, en niet vanuit een pastorale optiek. Bovendien moeten we niet vergeten, dat er in die tijd veel collectiever gedacht werd dan in later tijd het geval is. Als we het met pastorale ogen lezen, stelt dit verhaal van de dood van een onschuldig kind ons voor onoverkomelijke vragen, maar als we het heilshistorisch verstaan, zien we licht tot op Christus.
Dr. Bert van Veluw scheef het boek Jezus’ kruisdood in beeld - hedendaagse en Bijbelse metaforen van verzoening en verlossing. Bovenstaand fragment is uit het boek afkomstig.



























Praatmee