Priester waarschuwt voor vertrek christenen uit Taybeh door geweld van Israëlische kolonisten

De Palestijnse priester Bashar Fawadleh waarschuwt dat het voortbestaan van de christelijke gemeenschap in Taybeh, op de bezette Westelijke Jordaanoever, onder druk staat. Door herhaaldelijke aanvallen van Israëlische kolonisten en beperkingen op de bewegingsvrijheid verlaten steeds meer inwoners het dorp. "Op een dag zal dit land leeg zijn van christenen en zal het christendom zijn wortels verliezen", vreest de geestelijke volgens Christian Today.
Taybeh, ten noordoosten van Ramallah, staat bekend als het enige dorp op de Westelijke Jordaanoever waarvan de bevolking volledig christelijk is. De gemeenschap heeft een lange geschiedenis en behoort tot de plaatsen waar het christendom al eeuwenlang aanwezig is.
Tijdens een bijeenkomst in Londen, georganiseerd door de katholieke Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, vertelde Fawadleh dat de afgelopen drie jaar zestien gezinnen en daarnaast verschillende individuele inwoners zijn vertrokken. Daarmee zou het dorp ongeveer tien procent van zijn bevolking van circa 1.200 mensen hebben verloren. De priester vreest dat deze ontwikkeling zal doorzetten als de veiligheidssituatie niet verbetert.
Aanvallen op kerken en olijfgaarden
Inwoners van Taybeh melden al langere tijd incidenten waarbij Israëlische kolonisten betrokken zouden zijn. Het gaat onder meer om vernielingen, brandstichting bij voertuigen, bedreigingen en schade aan olijfgaarden. Ook zou zijn geprobeerd brand te stichten bij een kerk.
De olijventeelt vormt een belangrijke bron van inkomsten voor verschillende families. Wanneer bomen worden beschadigd of boeren hun land niet veilig kunnen bereiken, heeft dat directe gevolgen voor hun levensonderhoud. Fawadleh benadrukt dat de inwoners niet om een uitzonderingspositie vragen vanwege hun geloof.
"Wij vragen geen privileges voor christenen. Wij vragen om fundamentele mensenrechten", zei hij. "Onze problemen zijn de bedreigingen, het feit dat we vastzitten in onze huizen en onze grond niet kunnen bereiken, en de emigratie." De geestelijke stelt dat de voortdurende onzekerheid gezinnen ertoe brengt hun toekomst buiten Taybeh te zoeken.
Kerkleiders sloegen eerder alarm
De problemen in Taybeh spelen al langer. In juli 2025 bezochten verschillende kerkelijke leiders uit Jeruzalem het dorp om hun solidariteit met de inwoners te tonen. Onder hen waren de Grieks-orthodoxe patriarch Theophilos III en de katholieke patriarch Pierbattista Pizzaballa.
Aanleiding was onder meer een brand op 7 juli bij de historische Sint-Joriskerk en de nabijgelegen begraafplaats. De kerkruïne dateert uit de vijfde eeuw en behoort tot het oudste christelijke erfgoed van de omgeving.
De kerkelijke leiders beschuldigden radicale Israëlische kolonisten ervan de brand te hebben aangestoken. Dankzij het ingrijpen van inwoners en brandweerlieden bleef verdere schade beperkt. Zij riepen de Israëlische autoriteiten op de daders te vervolgen en christelijke heiligdommen beter te beschermen.
Later die maand werden opnieuw voertuigen in Taybeh in brand gestoken en verschenen er bedreigende leuzen. Ook in juni 2026 ontstond een grote brand bij het dorp. Palestijnse brandweerlieden verklaarden destijds dat kolonisten hun bluswerk hadden gehinderd.
Militaire maatregelen leiden tot nieuwe problemen
In augustus 2026 verklaarde het Israëlische leger Taybeh tot gesloten militair gebied. De maatregel was bedoeld om nieuwe aanvallen door Israëlische kolonisten te voorkomen.
Het toegangsverbod gold voor Israëliërs en andere niet-ingezetenen, waaronder buitenlandse bezoekers. Palestijnse inwoners vielen niet onder het algemene verbod. Een legerwoordvoerder verklaarde dat militairen zouden optreden tegen overtreders om de bevolking te beschermen.
Nieuwe aanval tijdens olijvenoogst
Op 17 oktober werden inwoners die olijven oogstten aangevallen door gemaskerde kolonisten. Ook buitenlandse diplomaten en vertegenwoordigers die het gebied bezochten om hun solidariteit te tonen, raakten bij het incident betrokken. De patriarchen en andere kerkleiders in Jeruzalem veroordeelden de aanval scherp. Ze wezen erop dat de olijvenoogst voor veel Palestijnse gezinnen van groot economisch en cultureel belang is.
Daarnaast spraken ze zich uit tegen een religieuze uitspraak waarin werd verdedigd dat Joden olijven van Palestijnse grond zouden mogen meenemen. De kerkelijke leiders noemden die opvatting ongegrond en gevaarlijk. Daarbij benadrukten ze dat ook verschillende rabbijnen en andere Joodse vertegenwoordigers de uitspraak hadden afgewezen.
De kerkelijke verklaring vermeldde dat de Israëlische politie na de aanval had ingegrepen en arrestaties had verricht. De leiders verwelkomden dat optreden, maar drongen aan op blijvende bescherming en consequente vervolging van geweldplegers.















































Praatmee