Hij vocht in vijf oorlogen, maar vond zijn roeping in een verzorgingshuis
Hij was legerofficier tijdens meerdere Israëlische oorlogen. Nu is David Philips directeur van verzorgingshuis Ebenezer Home in Haifa. Een groot contrast? "Als je niet voor je manschappen kunt zorgen, kun je ook niet voor ouderen zorgen." Stichting Steun Messiasbelijdende Joden zocht hem op in Haifa.
Als we David ontmoeten in zijn bescheiden werkkamer, merken we al snel dat hij niet in hokjes denkt. Niet in ‘militair’ of ‘zorgverlener’. Niet in ‘technisch manager’ of ‘gelovige’. Zelfs zijn Nederlands trekt zich niks van grenzen aan: in zijn accent klinkt Duits, Engels en soms Hebreeuws door. Maar alles in zijn leven lijkt samen te komen in één kernwoord: verantwoordelijkheid. Voor mensen zorgen, waar God hem ook neerzet.
Vijf oorlogen
David groeit op in een bijzonder gezin. Zijn Joodse moeder komt tot geloof in Jezus — Yeshua, zoals hij zegt — na een ingrijpende gebeurtenis. Het gezin verandert. Toch blijft het ook een Joods huis. "Wij leefden met het Oude én het Nieuwe Testament. Met het geloof in Yeshua als Messias."
Als kind verhuist David naar Israël. Hij leert Hebreeuws, gaat er naar school en dient later jarenlang in het leger. "Militaire dienst verandert je," zegt hij. "Ik ben in vijf oorlogen actief geweest, ook als commandant." Hij noemt de Libanonoorlogen, de Golfoorlog en de Intifada’s. Later werkt hij ook bij de politie als wapeninstructeur.
Ondanks het geweld waar David mee te maken kreeg, benadrukt hij juist de ‘zachte’ kanten van zijn rol. "Als je een goede commandant wilt zijn, moet je voor je jongens zorgen. Dan moet je als eerste opstaan, als laatste naar bed gaan en ’s nachts kijken of ze warm genoeg liggen. Als je dat niet kunt, kun je ook geen oude mensen verzorgen." Dat laatste doet hij inmiddels al ruim vijftien jaar.
Niet in bejaardenhuis
David is opgeleid als machinebouwkundig ingenieur. Na zijn tijd in het leger runt hij een technisch onderhoudsbedrijf. Tot hij via een bouwproject terechtkomt bij het Ebenezer Home, dat Messiasbelijdende ouderen opvangt. "Ze vroegen of ik niet structureel voor dit huis wilde komen werken," vertelt hij lachend. "Ik zei: absoluut niet. Ik ga niet in een bejaardenhuis werken." Totdat andere opdrachten wegvielen en de vraag van Ebenezer blijft terugkomen. "Toen ben ik gaan bidden. Uiteindelijk dacht ik: ik probeer het een jaar."
Plek nodig
Dat ene jaar werden er dus inmiddels vijftien. "Het werd heel snel duidelijk dat dit de plek was waar ik nodig was." Hij sluit zijn bedrijf en stort zich volledig op het huis. Hij moderniseert het gebouw, organiseert de zorg en groeit uiteindelijk door tot directeur. Ebenezer Home biedt onderdak aan oudere, vaak kwetsbare bewoners: Holocaustoverlevenden, immigranten en mensen zonder familie of pensioen. "Wij vangen senioren op waar weinig tot geen mensen meer naar omkijken", zegt David.
Bewoonster van Ebenezer Home.
Het huis ontvangt nauwelijks overheidssubsidie en draait grotendeels op giften. En dat is lang niet altijd makkelijk. "Het komt voor dat ik ’s avonds denk ‘Hoe moeten we morgen de rekeningen betalen?’" Toch komt er dan altijd een oplossing. "Het is Gods huis," zegt David eenvoudig. "En als Hij wil dat het doorgaat, dan zorgt Hij daar ook voor."
Liefde van Christus
Dat vertrouwen en geloof in God bepaalt de sfeer in het huis. Niet als opgelegd systeem, maar als dagelijkse praktijk. Zingen, bidden, Bijbel lezen en geloofsgesprekken zijn onderdeel van het dagelijks ritme in Ebenezer Home. "Maar net zo belangrijk is de liefde van Christus die bewoners ervaren door de zorg heen", stelt David. Het zorgteam telt zo’n 70 mensen en werkt in ploegendiensten. Vrijwel alle medewerkers zijn gelovig, maar niet zonder hun eigen zorgen en problemen. "De één heeft een ziek kind, de ander een zoon die verslaafd is aan drugs, weer een ander heeft een huwelijk dat niet goed gaat," vertelt hij. "In Nederland zou je hen misschien naar de dominee of pastor verwijzen. Maar hier komen ze naar mij."
Oplossingen
Hij luistert, helpt, belt rond, zoekt oplossingen. Niet alleen voor zijn personeel, ook voor wijkbewoners. "Als iemand hier ’s avonds met een lekke band staat, dan verwissel ik die band. Je laat mensen niet aan hun lot over." Zijn netwerk uit het leger en de politie helpt daarbij. "Ik ken overal wel iemand," zegt hij lachend. Jaren geleden nodigde hij alle leveranciers en zakenrelaties van het huis uit voor een bijeenkomst in een kerk. "Veel van hen waren niet gelovig. Ik heb gewoon uitgelegd wat wij geloven." Hij verwachtte weerstand, maar kreeg juist positieve reacties. "Deelnemers zeiden: 'Nu snappen we veel meer wat jullie doen en waarom.'"
Leven in wonderen
Ondertussen blijft hij ook actief bij de politie als instructeur. Nog steeds geeft hij trainingen aan rekruten en vrijwilligers. Vaak begint hij zo’n training met een korte gedachte uit de Bijbel. Bijvoorbeeld uit het boek Esther. "Misschien ben je juist voor deze tijd geroepen," zegt hij dan tegen de groep. "En dan kijken ze me aan," vertelt hij glimlachend. "Sommigen zeggen amen, anderen niet. Maar ik zeg altijd: wij geloven niet alleen in wonderen, wij leven erin."
Dat lijkt uiteindelijk de rode draad in Davids leven: niet de tegenstelling tussen oorlog en zorg, techniek en geloof, leidinggeven en dienen. Maar de overtuiging dat God mensen op onverwachte plekken gebruikt. "Het maakt niet uit waar Hij je neerzet", zegt hij. "Als mensen maar iets van Jezus kunnen zien."











































Praatmee