Hongaarse bisschoppen beschuldigd van samenwerking met communistische geheime dienst

Twee Hongaarse katholieke bisschoppen spreken tegen dat zij hebben meegewerkt met de geheime dienst van het vroegere communistische bewind. Hun namen staan in onlangs openbaar gemaakte registraties. Volgens hun vertegenwoordigers probeerde de staatsveiligheid hen te werven, maar werden zij geen informant.
Onder het communistische bewind hield de Hongaarse staatsveiligheid ook de kerken in de gaten. Geestelijken konden worden benaderd om informatie door te geven over andere mensen. De openbaarmaking van oude dossiers roept daardoor een gevoelige vraag op: wie werkte daadwerkelijk mee en wie werd alleen door de geheime dienst benaderd of geregistreerd?
Die vraag speelt nu rond Miklós Beer, emeritus-bisschop van Vác, en László Kiss-Rigó, bisschop van Szeged-Csanád. Bij beiden wijzen hun vertegenwoordigers de verdenking van samenwerking van de hand.
Beers naam staat op een registratiekaart en een magneetband onder de schuilnaam ‘Dunai Gábor’. Zijn secretaris József Réti reageerde daarop via de Facebookpagina van de bisschop. De Hongaarse nieuwssite Index publiceerde donderdag zijn uitleg.
Volgens Réti bezochten vertegenwoordigers van het bewind Beer in 1988, toen hij pastoor was in Pilismarót. Ze probeerden toenadering te zoeken. 'Maar er heeft geen enkele werving plaatsgevonden', schrijft hij.
De geheime dienst zou het document zonder Beers instemming hebben opgesteld. Volgens zijn secretaris is bovendien geen rapport van Beer gevonden. Dat is het weerwoord namens de bisschop; daarmee is nog geen onafhankelijk onderzoek naar zijn registratie beschreven.
Beschuldiging eerder voor de rechter
Het bisdom van Kiss-Rigó verwijst naar een eerdere rechtszaak. Volgens een verklaring van 4 november, gepubliceerd door het katholieke persbureau Magyar Kurír, won de bisschop in 2009 een procedure over beschuldigingen die op dezelfde registratiekaart waren gebaseerd.
Het bisdom noemt de opnieuw verschenen berichten “onwaar, misleidend en onrechtmatig”. Volgens de verklaring oordeelde de rechter destijds dat de kaart niet bewees dat Kiss-Rigó als agent had gewerkt.
Tijdens de procedure werd ook de op de kaart genoemde contactofficier gehoord. Daaruit bleek volgens het bisdom dat er wervingspogingen waren geweest, maar dat Kiss-Rigó niet was geworven. De betrokken partijen moesten de beschuldigingen rectificeren en schadevergoeding betalen.
Het onderscheid is wezenlijk: iemand die door de geheime dienst werd benaderd, was daarmee nog geen informant. De vertegenwoordigers van beide bisschoppen stellen dat juist die grens in de huidige berichtgeving wordt overschreden.












































Praatmee