Martijn wordt langzaam blind, maar noemt zijn oogziekte een zegen: “Gezegend die niet zien en toch geloven”

Jarenlang probeerde ondernemer Martijn Wijnen zijn ongeneeslijke oogziekte te bestrijden. Hij zocht zijn toevlucht tot alternatieve geneeswijzen en new age, maar verloor steeds meer zicht. Toen ook een veelbelovende gentherapie niet doorging, worstelde hij met God. “Hoe kan er nou een goede God zijn als Hij dit eerst geeft en daarna van me afneemt?", vertelde hij zondag in Hour of Power.
Lees ook

Een Huis Vol-vader Maarten Blom: "Ik hoop dat al mijn kinderen Jezus leren kennen"
Martijn was veertien jaar toen hij hoorde dat hij retinitis pigmentosa had, een erfelijke netvliesaandoening waarbij het gezichtsvermogen achteruitgaat. Blindheid was een reële mogelijkheid. Inmiddels is zijn zicht sterk verminderd.
“Ik begon te zien dat ik heel mijn leven ontkende dat ik er geen controle over heb”, vertelt hij. “Het was voor mij heel moeilijk om te beseffen dat ik achteruitging en dat ik dat zelf niet kon fixen.”
Niet bij neerleggen
Als tiener weigerde Martijn zich bij de diagnose neer te leggen. “Ik dacht: hé, maar dat geloof ik niet. Dat ga ik niet laten gebeuren.”
Van zijn moeder kreeg hij het boek The Secret, waarin wordt beschreven hoe mensen door positief denken en visualiseren hun werkelijkheid zouden kunnen beïnvloeden. “Ik ging me verdiepen in manifesteren en affirmeren. Dat je jezelf bijvoorbeeld geneest zolang je maar genoeg visualiseert en erover denkt.”
Ook verdiepte hij zich in gezondheid en biochemie. “Het bracht me ook wat, maar ook heel veel leugens. ‘Ik kan jou genezen’, zeiden de goeroes in die new age-wereld.”
Tot zijn 27e bleef hij zoeken. Hij probeerde onder meer ayahuascaceremonies en regressietherapie. Toch ging zijn zicht verder achteruit. Het keerpunt kwam toen hij onderweg naar de sportschool met zijn auto een paaltje raakte. “Ik besefte: het is niet meer veilig om te rijden. En toen brak ik. Al die momenten dat ik iets niet zag, kwamen bij elkaar.”
Wanhopig
Thuis vertelde hij zijn vrouw Kirsten hoe wanhopig hij was. Ze waren allebei niet gelovig, maar juist zij deed een onverwachte suggestie. “Ze zei: ‘Als je alles al hebt geprobeerd, vraag dan maar God om hoop.’”
Die avond ging Martijn op zijn knieën. “Ik zei: ‘God, als U echt bent, geef me dan hoop. Geef me dan iets, want ik weet het gewoon niet meer. Ik heb alles gedaan op eigen kracht.’”
De volgende dag werd hij gebeld door het Radboudumc. Hij was geselecteerd voor een onderzoek naar gentherapie. Martijn zag het als een gebedsverhoring. “Ik dacht: nou Heer, U heeft het antwoord gegeven.”
Negen maanden lang onderging hij onderzoeken. Alles leek goed te gaan, totdat hij na de laatste test opnieuw werd gebeld. Hij mocht toch niet deelnemen aan de studie. “Ik zei: ‘Je maakt een grapje.’ Ik dacht echt dat het een grapje was.”
De teleurstelling was enorm. “Ik dacht: God, als ik altijd zo mijn best heb gedaan, waarom ziet U dat dan niet? Hoe kan er nou een goede God zijn als Hij dit eerst geeft en daarna van me afneemt?”
Een atheïstische psycholoog
Martijn kwam bij een psycholoog terecht. Opmerkelijk genoeg was deze zelf atheïst, maar juist hij bracht het gesprek op een Bijbels verhaal. “Hij zei: ‘Ik heb filosofie gestudeerd. Ken je het verhaal van Job?’ Een atheïstische psycholoog die over Job begint. Het is echt bizar hoe God mensen gebruikt.”
Het verhaal van Job, die ondanks zijn lijden met God worstelde, zette hem aan het denken. “Op dat moment besefte ik: ik heb al die tijd de Weg, de Waarheid en het Leven ontkend.” Toen Martijn besloot zijn leven aan God te geven "is heel mijn leven getransformeerd. En ook mijn onderneming.”
Ondernemen vanuit rust
Tegenwoordig helpt hij samen met Kirsten ondernemers om hun bedrijf vanuit christelijke principes vorm te geven. Daarbij staan rust, relaties, roeping en rendement centraal. “De wereld zegt: fix je to do-lijst en je zult rust hebben. God zegt: kom eerst bij Mij en vanuit rust gaan we bouwen.”
Zijn geloof veranderde ook zijn familie, vertelt hij. Zijn ouders gingen na een pijnlijke scheiding weer op een goede manier met elkaar om. “Mijn moeder is inmiddels zelfs gedoopt. Ze kan weer normaal met mijn vader omgaan en ze doen samen leuke dingen. Dat heeft God echt gedaan.”
Een van de Bijbelgedeelten die Martijn het meest raken, is Johannes 20. Daarin zegt Jezus tegen Thomas: “Gezegend zijn zij die niet zien en toch geloven.” Die woorden kregen door zijn oogziekte een bijzondere betekenis.
“Ik krijg weleens de vraag: hoe kun je nou in God geloven als je deze oogziekte hebt? Dan zeg ik: het is een zegen. Ik ben er zo dankbaar voor. Ik had hier niet gezeten met jou, Jan. Niet met mijn vrouw. Dat weet ik honderd procent zeker als ik mijn oogziekte niet had gehad.”
Wanneer hem wordt gevraagd waarom hij telkens emotioneel wordt als hij over God spreekt, volgt een eenvoudig antwoord. “Omdat ik het niet zonder Hem kan. Mijn hele leven, het samen één zijn met mijn vrouw, onze onderneming, mijn ouders die weer bij elkaar zijn gebracht: alles draait om Hem. Hoe kan het me niet emotioneren? Het is werkelijk waar een wonder.”
















































Praatmee