Britse ‘christelijke nationalisten’ verdedigen het geloof, maar zitten zelden wekelijks in de kerk

Groot-Brittannië moet zijn christelijke karakter beschermen. Dat vinden Britten die onderzoekers omschrijven als ‘christelijke nationalisten’. Toch gaat maar 13 procent van deze groep iedere week naar de kerk, terwijl 81 procent zich christen noemt. Voor hen draait het christendom vooral om de identiteit van hun land.
Dat blijkt uit onderzoek van de christelijke denktank Theos onder 1.765 Britse volwassenen. De onderzoekers vroegen hoe zij denken over de relatie tussen het christelijke geloof en hun land.
Ongeveer één op de negen deelnemers behoort tot de groep die volgens Theos het dichtst bij christelijk nationalisme komt. Deze mensen zien het christendom als een wezenlijk onderdeel van Groot-Brittannië. Ze willen het christelijke erfgoed beschermen en staan afwijzend tegenover immigratie en de islam.
Maar hun steun voor een christelijk land betekent niet dat ze zelf trouwe kerkgangers zijn. Het wekelijkse kerkbezoek ligt met 13 procent slechts iets boven het gemiddelde onder alle ondervraagden: 11 procent.
De onderzoekers onderscheiden daarnaast een andere groep. Ook deze Britten willen een duidelijke christelijke invloed op hun land. Hun doel is vooral het geloof verspreiden. Van hen bezoekt 31 procent wekelijks een kerk.
Theos waarschuwt daarom dat het begrip ‘christelijk nationalisme’ verschillende overtuigingen op één hoop kan gooien.















































Praatmee