De cijfers zijn klein, maar de zorgen over jonge meisjes zijn groot

Van 65 naar 163. In één jaar tijd steeg het aantal abortussen bij meisjes jonger dan vijftien van een schommelend dieptepunt naar het hoogste cijfer in jaren. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan geen verklaring geven. Experts stellen terecht dat het om een minuscule groep gaat: bij zulke kleine aantallen zijn fluctuaties normaal. Toch is dat geen reden om de schouders op te halen.
Een meisje van dertien of veertien stapt niet zomaar een abortuskliniek binnen. Daarvan zijn er maar negentien in heel Nederland, vaak ver weg. Ze moet reizen, school missen, een verhaal verzinnen. De huisarts is het enige anker dat ze kent.
Sinds 2025 mogen geschoolde huisartsen de abortuspil voorschrijven. In totaal gebeurde dat 339 keer. Hoeveel daarvan bij de allerjongsten terechtkwamen, weten we niet. Maar de sociale realiteit maakt aannemelijk dat juist deze groep relatief vaak die route koos.Zelfs als een deel van de stijging statistische ruis is, blijft de sprong zorgwekkend. Achter elk van die 163 zit een kind dat nog volop in de middelbareschoolleeftijd zit. Een kind dat te jong is om de gevolgen te overzien en dat in de meeste gevallen toestemming van ouders nodig heeft – of juist niet, als de situatie thuis of in de buurt te onveilig is.We weten te weinig. Over anticonceptiegebruik op deze leeftijd, over mogelijke dwang of misbruik, over regionale verschillen, over de precieze rol van de nieuwe huisartsroute. De inspectie verzamelt geen redenen. Privacy is belangrijk, maar complete stilte is dat niet.Dit is een roep om helderheid. Wanneer het aantal abortussen bij de meest kwetsbare groep meer dan verdubbelt, is nader onderzoek geen overreactie. Het is de minste zorg die we deze meisjes verschuldigd zijn.
Wil je verder lezen?
Als lid krijg je onbeperkt toegang tot cvandaag.nl

















































Praatmee