Overlevenden uit christelijke staat klagen junta Myanmar aan om oorlogsmisdaden

Een organisatie die overlevenden vertegenwoordigt uit de overwegend christelijke Chin-staat in Myanmar, heeft de militaire junta van het land aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Dat meldt Open Doors. Deze stap volgt op de recente verkiezingen in Myanmar, waarvan de uitkomst vooraf door velen als voorspelbaar werd beschouwd. De militaire staatsgreep, die vijf jaar geleden plaatsvond, heeft geleid tot een burgeroorlog waarbij het leger en diverse gewapende groeperingen betrokken zijn.
De Chin Human Rights Organisation (CHRO) diende in januari namens slachtoffers uit de Chin-staat een aanklacht in bij het openbaar ministerie in Dili, de hoofdstad van Oost-Timor. De organisatie vraagt om een onderzoek naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De aanklacht is geaccepteerd en zal door een rechtbank in Oost-Timor worden behandeld. Het dossier bevat gedetailleerde beschrijvingen van wreedheden, waaronder een groepsverkrachting van een zwangere vrouw, een bloedbad waarbij tien personen, onder wie een kind, de dood vonden, aanvallen op religieuze instellingen en de moord op een predikant en drie diakenen. Salai Za Uk, uitvoerend directeur van CHRO, omschrijft de geregistreerde gebeurtenissen als een "opzettelijke, systematische, wijdverspreide, disproportionele en willekeurige campagne van geweld tegen burgers".
Sinds juli 2022 heeft de junta in de Chin-regio minstens duizend luchtaanvallen uitgevoerd, resulterend in de vernietiging van duizenden woningen en de dood van honderden burgers. Hierbij werden 19 medische faciliteiten, 25 scholen en 127 religieuze gebouwen, waaronder 78 kerken, verwoest.
In reactie op de aanklacht riep de militaire junta van Myanmar de zaakgelastigde van Oost-Timor op het matje, en beschuldigde het land ervan het niet-inmengingsprincipe van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN) te schenden. De slachtoffers en CHRO dienden de zaak in bij een rechtbank in Oost-Timor op basis van het principe van universele jurisdictie, wat de vervolging van misdrijven gepleegd in andere landen toestaat, conform de grondwet van Oost-Timor.
De situatie in de Chin-staat is illustratief voor de bredere crisis in Myanmar, waar volgens bronnen zoals de Verenigde Naties meer dan 30.000 mensen door de junta zijn gearresteerd, waarvan er nog 22.000 vastzitten. Bijna 2.000 personen zijn tijdens hun detentie om het leven gekomen, met tientallen gedocumenteerde gevallen van sterfgevallen door marteling. Daarnaast zijn 172 mensen ter dood veroordeeld door rechtbanken die onder controle staan van de junta.







































Praatmee