Begrafenis India eindigt in terreur: christenen opgejaagd en kerken verwoest

In centraal India is een familie verwikkeld geraakt in een slepend conflict na de dood van de 65-jarige Chamru Ram Salam. Wat begon als een begrafenis volgens traditionele gebruiken, mondde uit in grootschalig geweld tegen christenen, brandstichting van kerken en een juridische strijd over de herbegrafenis van het lichaam.
Chamru Ram Salam overleed op 15 december in het dorp Bedetevda, in de deelstaat Chhattisgarh. Zijn zonen besloten hem te begraven volgens de traditionele stamrituelen, omdat hij zelf geen christen was. Dat gebeurde op privégrond van christelijke familieleden. Juist dat leidde tot spanningen. Dorpsbewoners verklaarden de plek tot heilige grond voor een dorpsgodheid en zagen de begrafenis als een belediging.
Een dag later escaleerde de situatie. Volgens lokale bronnen probeerden honderden dorpsbewoners het graf te vernielen en vielen zij de familie en christelijke bezoekers aan. Huizen en drie kerkgebouwen werden in brand gestoken. Rajman Salam, een van de zonen en zelf christen, zei later dat een lokale politieke tegenstander de woede aanwakkerde en hulp inriep van hindoenationalistische groeperingen.
De autoriteiten grepen in door het lichaam op 18 december op te graven, zonder toestemming van de directe familie. “De administratie heeft geen toestemming gevraagd. Ze namen het lichaam gewoon mee en wij wisten niet waarheen", verklaart Rajman Salam tegenover Morning Star News. Pas later bleek dat het lichaam was herbegraven op een christelijke begraafplaats op tientallen kilometers afstand.
Die stap leidde tot een rechtszaak. Een broer van de overledene, die de tribale religie aanhangt, stapte naar het Hooggerechtshof van de deelstaat en eiste dat het lichaam zou worden teruggegeven voor een begrafenis volgens de oorspronkelijke gebruiken. In de rechtszaal ontstond nieuwe controverse toen overheidsvertegenwoordigers stelden dat de overledene en de familie christen zouden zijn geweest. Dat werd door meerdere familieleden publiekelijk ontkend.
Intussen bleef het geweld niet beperkt tot één dag. Op 18 december trok een menigte van naar schatting 3.000 mensen uit omliggende dorpen door het gebied. Het huis van de familie Salam werd geplunderd en in brand gestoken. Ook kerken in Bedetevda en nabijgelegen dorpen gingen in vlammen op. Een aanwezige predikant vertelde dat hij met stokken werd geslagen en via het bos moest vluchten om te ontkomen.
Lokale christelijke leiders melden dat tientallen gezinnen hun huizen ontvluchtten uit angst voor nieuw geweld. “Door druk en dreiging hebben bijna alle families hun christelijk geloof herroepen,” zei een regionale pastor. Slechts enkelen durven weer samen te komen voor een kerkdienst.
Volgens waarnemers is dit geen incident. Sinds de hindoenationalistische Bharatiya Janata Party aan de macht is, zowel landelijk als in Chhattisgarh, is de druk op religieuze minderheden toegenomen. Religieuze waakhonden wijzen erop dat extremistische groepen zich gesterkt voelen door het politieke klimaat onder premier Narendra Modi.
Christelijke organisaties trekken al langer aan de bel over de toenemende christenvervolging in India. Lokale kerkleiders roepen de autoriteiten op om de grondwettelijke vrijheid van godsdienst te handhaven en geweld tegen gebedshuizen streng te bestraffen. “Kerken kunnen worden verbrand, maar dat stopt ons niet met aanbidden", aldus een pastor. “We hebben geen gebouw nodig om God te dienen.”.



































Praatmee