Hennely’s eerste schoolrapport verraadde al dat ze juffrouw werd: “Ik ben er gewoon ingerold”

Wie haar eerste schoolrapport terugleest, zal niet verbaast zijn dat Hennely Gijsenbergh voor de klas staat. Al van jongs af aan heeft ze maar één doel en dat is juffrouw worden. Die wens is in vervulling gegaan nu ze sinds anderhalf jaar een eigen groep heeft. In gesprek met Cvandaag vertelt Hennely over haar liefde voor het vak, een emotioneel afscheid van groep zeven en acht én de meerwaarde van christelijk onderwijs.
“Als kind wist ik al dat ik op de basisschool wilde werken”, vertelt Hennely. “Ik weet nog dat ik heel veel schooltje speelde, dus daarin zag je het al wel terugkomen. Ik heb vanaf groep 1 niets anders gezegd dan dat ik juf wilde worden. In mijn eerste schoolrapport had de juffrouw ook al opgeschreven: ‘Je vindt het heerlijk om over de kinderen te moederen.’ In de jaren daarna mocht ik ook heel vaak helpen bij de kleuters.”
Het is dan ook geen verrassing als Hennely jaren later besluit om de PABO te gaan doen. “Ik heb wel even bij verpleegkunde gekeken, wat mij ergens ook een heel mooi beroep leek. Maar de studie zelf sprak mij niet aan. Ik ben gaan doen wat ik altijd al gezegd had te gaan doen. Ik ben er eigenlijk gewoon ingerold.”
Hennely geeft momenteel les aan de combinatiegroep drie en vier op de Groen van Prinstererschool in Kampen. “Dit is mijn tweede jaar dat ik fulltime voor de klas sta. Na wat vertraging, studeerde ik dit jaar af, maar kreeg ik vorig cursusjaar al wel mijn vaste groep.”
Wat beschouwt Hennely als de mooiste kanten van haar werk als leerkracht? “Ik kan een heleboel dingen noemen natuurlijk, maar dat je kinderen op allerlei vlakken kunt helpen is het allermooiste. Of dat nu op persoonlijk of cognitief gebied is. Je ziet gedurende het jaar leerlingen loskomen die eerst een bepaalde spanning ervoeren of je mag ze nieuwe dingen aanleren. Je mag echt naast hen staan, hen begeleiden en laten groeien."
"Om een voorbeeld te geven: ik heb een meisje in mijn groep die het thuis moeilijk heeft", vertelt Hennely verder. “Regelmatig zegt ze tegen mij: ‘Juf, ik wil niet naar huis. Ik wil op school blijven.’ Ergens is dat lastig om te horen van zo’n kind maar tegelijkertijd is het ook bijzonder als een leerling zich zo veilig bij je voelt. Je mag voor ze zorgen en dat op heel verschillende manieren. Dat vind ik echt een van de allermooiste dingen.”
Sommigen beschouwen werken in het onderwijs als een roeping. Hoe ziet Hennely dat? “Niet zozeer als ik het vergelijk met bijvoorbeeld het predikantschap, maar tegelijkertijd is leerkracht zijn ook niet hetzelfde als een gemiddelde kantoorbaan. Er rust een verantwoordelijkheid op je en op zoveel vlakken draag je zorg voor kinderen. Het is niet dat ik me geroepen voel, maar ik weet wel dat ik een bepaalde opdracht meegekregen heb. Ook vanuit christelijk oogpunt.”
Hennely zegt dankbaar te zijn dat ze op een fijne school werkt die vanuit een christelijke identiteit lesgeeft. “Ik ben heel blij dat ik het christelijk geloof mag overbrengen op mijn leerlingen. De identiteit van de school waar ik werk, komt ook precies overeen met mijn persoonlijk geloof. Het is een voorrecht om leerlingen dingen uit de Bijbel mee te geven, tegelijkertijd weet je ook dat ze niet zonder kunnen.
Dat urgentiebesef heb ik vooral bij leerlingen die op het punt staan om de school te verlaten. Vorig jaar gaf ik les aan groep zeven en acht. Dan heb je echt zo’n gevoel van: nu kan ik het ze nog meegeven, want straks gaan ze de wijde wereld in en dan? Zo hebben we met elkaar bijvoorbeeld de brede en smalle weg behandeld. Wat ik hoop is dat als leerlingen van school gaan ze bestand zijn tegen alles wat er in de wereld gaande is. Daarnaast probeer je ze ook het besef mee te geven dat het niet vanzelfsprekend is dat we allemaal tachtig jaar of ouder worden.”
Hennely vertelt vervolgens dat ze nog altijd warme herinneringen bewaart aan haar groep van vorig jaar. “Een deel van die klas zit hier nog op school. En soms zeggen ze dan tegen je: 'Oh juf, we missen u zo!’ Ik had met die groep zo’n hechte band. Ook rondom Bijbelverhalen gingen we met elkaar soms zo de diepte in dat we plots een uur verder waren. Als leerkracht probeer ik altijd een open houding aan te nemen en een veilig klimaat te creëren, zodat leerlingen aanvoelen dat ze alles met mij kunnen delen.”
Waarom zou iemand volgens Hennely de stap naar het onderwijs moeten maken?
“Iedereen zou over zijn of haar eigen werk zeggen dat dat het mooiste beroep is. Maar in dit geval vind ik dat ook echt zo. Elke dag is weer anders. Je weet niet hoe je leerlingen binnenkomen en hoe je ze die dag ook weer kunt helpen. Ik haal bijvoorbeeld heel veel voldoening uit die simpele momenten dat een kind je om iets heel kleins zo dankbaar kan zijn.
Leerlingen hangen echt aan je lippen en zijn ook afhankelijk. Dat maakt de verantwoordelijk die je als leerkracht draagt groot maar tegelijkertijd is het ook een hele mooie verantwoordelijkheid. Daarnaast bouw je ook een enorm hechte band met ze op. Tijdens de laatste schooldag van afgelopen jaar moest ik huilen toen ik wist dat ik ze los moest laten. Dat is een bepaald gevoel dat je simpelweg niet op papier kunt zetten.”
Vanwege het groeiende tekort aan leraren klinkt de schreeuw om nieuw personeel steeds luider. Wat merkt Hennely daarvan op haar eigen school? “Qua inval is het hier nog redelijk te doen. We beschikken gelukkig over een aantal vaste invalkrachten die kunnen invallen als dat nodig is, maar af en toe is het wel zo dat we een klas thuis moeten laten. Wij zeiden pas nog als collega’s tegen elkaar dat zoiets vroeger heel bijzonder was. Dat is tegenwoordig wel anders. Je kunt er niet altijd de vinger achter krijgen waar dat aan ligt, maar het is wel te hopen dat meer mensen voor het onderwijs gaan kiezen.”
In politiek Den Haag wordt er steeds meer getornd aan de vrijheid van onderwijs. Hoe kijkt Hennely daar als christelijke leerkracht naar? “Ik vind dat wel een spannende ontwikkeling. In bepaalde lesmethodes zie je dat ook op hele slinkse wijze terugkomen, bijvoorbeeld als het gaat om thema’s als geslachtsverandering en homoseksualiteit. Daarom ben ik blij dat we vanuit christelijke methodes kunnen werken waarin zulke onderwerpen vanuit een Bijbelse visie beschreven worden. Ik ben wel benieuwd hoelang we die vrijheid en ruimte nog hebben.”
Praatmee