Henk Vermeulen en Bram Kunz wijzen op urgentie christelijk leraarschap: "Leerlingen beelddragers van God"

Drs. Henk Vermeulen en dr. Bram Kunz schreven onlangs het werkboek Werk maken van christelijk leraarschap. Daarin prikkelen ze christelijke leerkrachten om na te denken over de essentie van christelijk leraarschap en hoe zij daar praktisch gestalte aan kunnen geven. Juist nu de kloof tussen maatschappij en kerk groeit, wordt die vraag urgenter, zeggen de twee die verbonden zijn aan de Driestar educatief in Gouda in gesprek met Cvandaag.
In het verleden werden al eens twee vergelijkbare boeken binnen de Driestar uitgegeven. āBegin 2000 verscheen binnen de Driestar het boekje Essenties van christelijk leraarschapā, vertelt Kunz. āDaarin staat de vraag centraal wat christelijk leraarschap inhoudt en hoe je daarin zowel jonge als ervaren leraren op weg helpt. Dat boekje vervulde jarenlang een prominente rol binnen onze opleidingen.ā
In 2017 verscheen er van de hand van Bram Kunz, Henk Vermeulen en collega Bram de Muynck echter een vernieuwde versie van Essenties van christelijk leraarschap. āDat is niet omdat we anders zijn gaan denken over christelijk leraarschap, maar wel omdat we in een veranderende context lesgevenā, merkt Kunz op.
Vervolgens schreven Kunz en De Muynck in 2021 Gidsen, een christelijke schoolpedagogiek. "Dat boek biedt een wetenschappelijke onderbouwing van onze christelijke visie en is geschreven voor academisch geschoolde lezers. Daarom ontstond de behoefte aan een vertaalslag van de ideeƫn uit Gidsen voor de praktijk in het klaslokaal", vertelt Vermeulen. En dat werd dus Werk maken van christelijk leraarschap.
Christelijk leraarschap laat zich door een bepaalde grondhouding en bewustwording kenmerken, merkt Vermeulen (links op de foto) vervolgens op. āNamelijk dat je er als christelijke leraar bewust van bent dat je je werk uitoefent voor het aangezicht van God. Of je nu rekenles geeft, in de gymzaal bent op of op het plein staat in de pauze.ā
āDie houding wordt ook bepaald door de geboden van Godā, vult Kunz aan. āDaarbij kom je wel bij een spannende vraag terecht: krijgen de geboden pedagogisch gezien nog wel een goede plek binnen onze christelijke traditie of schuiven we ze naar de achtergrond omdat we er ons toch niet aan kunnen houden? Pedagogisch gezien zijn we geroepen om leerlingen de goede weg te wijzen en Gods grote daden bekend te maken. Dan gaat het niet alleen over een nieuw hart, maar ook over de vragen hoe een leerling hier op aarde zijn plaats als christen inneemt."
Kunz merkt op dat christelijk leraarschap ook alles te maken heeft met de wijze waarop je tegen je leerlingen aankijkt, hoe je ze vormt en benadert. āZie je die leerling als een schepsel en beelddrager van God? Als je je leerlingen zo ziet, heeft dat gevolgen voor de wijze waarop je je klas benadert. Dan zijn zaken als het IQ en de prestaties van de leerlingen niet van doorslaggevend belang.ā
Wat hebben de twee met Werk maken van christelijk leraarschap voor ogen? Vermeulen antwoordt: āWe hopen het gesprek over christelijk leraarschap op gang te brengen of op gang te houden. In die zin dat je je als leraar afvraagt: āwat betekent christelijk leraarschap in mijn concrete onderwijssituatie en hoe geef ik daar gestalte aan?ā, merkt Vermeulen op.
Kunz en Vermeulen concluderen dat het gesprek over de essentie van christelijk leraarschap nog onvoldoende gevoerd wordt op scholen. āIk chargeer een beetje, maar in het verleden leefde wel eens het idee dat christelijk onderwijs gekenmerkt wordt door de Bijbelvertelling aan het begin van de dag en de vieringen van de feestdagenā, merkt Vermeulen op. Christelijk leraarschap blijft volgens Kunz en Vermeulen daar echter niet toe beperkt. āUiteindelijk beslaat christelijk leraarschap alle terreinen van het schoolleven.ā
De twee merken op dat er allerlei factoren een rol spelen waarom het gesprek over christelijk leraarschap weinig gevoerd wordt. āWij realiseren ons dat leerkrachten, en iedereen die in het onderwijs werkzaam is, het druk hebben en er allerlei dingen zijn die op korte termijn aandacht vragen. Dan is het lastig om in je hoofd en agenda ruimte te maken om over deze dingen na te denken", zegt Vermeulen.
Kunz vult aan: āHet heeft ook met de vraag te maken hoe je woorden kunt geven aan wat christelijk leraarschap is. In ons boek willen wij leraren niet voorschrijven hoe ze moet denken of handelen, maar ze aan het denken zetten. We willen hen bewust maken van de lange en rijke traditie waarin zij staan en tevens uitdagen om na te denken wat christelijk leraarschap in hun concrete onderwijssituatie betekent.ā
Tegelijkertijd beseffen Kunz en Vermeulen maar al te goed dat christelijke leraren eveneens in een door de zonde aangetaste context staan en zich daartoe te verhouden hebben. āOmdat we allemaal zondig zijn, hebben we steeds weer vergeving nodig. Het leraarschap kan je daardoor dus ook nooit los zien van de navolging van Christusā, merkt Kunz op.
De titel van het boek Werk maken van christelijk leraarschap kan volgens Vermeulen wellicht wat activistisch overkomen op de lezer. āDie titel is prikkelend bedoeld. In het onderwijs zijn er allerlei dingen waarvan we werk moeten maken en vinden we dat heel normaal. Stel dat de taalresultaten tegenvallen of het gemiddelde rekenniveau tegenvalt, kijkt niemand er raar van op als we zeggen dat we daaraan moeten werken. Maar als het gaat om werk maken van christelijk leraarschap, zeggen we al snel dat het activistisch is.ā
De cover van het werkboek 'Werk maken van christelijk leraarschap'
Vermeulen stelt dat de onderwijswereld, mede door beleid uit Den Haag, erg resultaatgericht is geworden. āMeten is weten, scholen moeten zich verantwoorden en alle data zijn inzichtelijkā, stelt Vermeulen. āDat is iets wat wij ook binnen het christelijk onderwijs dagelijks inademen. Daarom is het zo belangrijk om met elkaar na te denken over de vraag wat christelijk leraarschap is en dat we niet zomaar meegaan in de context waarin we leven. Durven we daar ook tegenin te gaan en keuzes te maken omdat die heilzaam zijn voor onze leerlingen?ā
De twee merken op dat nadenken over de essentie van christelijk leraarschap nog urgenter wordt in de tijd waarin we leven. Zo geeft ook Vermeulen te kennen. āAls ik op scholen met leerkrachten spreek over christelijk burgerschap, stel ik op enig moment de vraag waarom dat belangrijk zou zijn. EĆ©n van de antwoorden die ik dan geef is dat maatschappelijk gezien de kloof groter wordt tussen mensen die naar Gods wil willen leven en die dat niet doen. Dat betekent dat het heel belangrijk is dat leerlingen zelf de keus maken om als christen in de wereld te staan, al gaat dat natuurlijk niet buiten de Heere God om.ā
Kunz geeft te kennen dat er binnen de reformatorische wereld een zekere vrees bestaat dat artikel 23 wordt afgeschaft. āPersoonlijk denk ik dat dat artikel eerder wordt uitgehold dan dat het verdwijnt. Maar is de vraag wat voor mensen er voor de klas staan niet veel belangrijker om te stellen? Is die innerlijke uitholling, die secularisatie die ook onder ons gaande is, niet veel urgenter? Als wij als christelijke scholen de missie van christelijk onderwijs hoog willen houden, kom je voor de vraag te staan hoe we beginnende en ervaren leraren op weg kunnen helpen. Hopelijk mag dit boek daaraan bijdragenā, aldus Kunz.
Praatmee