cip.nl is nu cvandaag.nl
Start gratis maand
Ds. J. W. Verboom
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Dagelijks leven

21 november 2022 door Ds. J. W. Verboom, De Waarheidsvriend

Voedster en vader: Omzien naar de ander in het pastoraat

Pastoraal omzien naar elkaar krijgt alleen dan gestalte als we onszelf heel persoonlijk schaap weten, als we de stem van de Herder kennen en weten van de vreugde onder Zijn hoede en leiding te leven.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

‘Weid en hoed mijn schapen’ (Joh.21:15-19) kan alleen als de levende omgang met Christus voor onszelf realiteit is. Jezus heeft ons met Petrus de zonden van de verloochening van Hem vergeven. De omgang met de Herder in geloof en gebed, vertrouwen en liefde zal ook het onderlinge vertrouwen – wat zo noodzakelijk is voor een pastorale gemeenschap – versterken. Verbinding, pastorale gemeenteopbouw staat of valt met de oefening in bijbelse verbondsvroomheid, het luisteren naar de Almachtige, Die zegt: ‘Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.’ (Gen.17:1)

Dat merk je al in de kerkenraad, wanneer je de vergadering opent met een gedeelte uit de Bijbel en een kort gesprek daarover. Vaak zet dat de toon voor een goede vergadering. Ik maakte mee dat in een vergadering bij een spannend punt een ouderling aangaf naar aanleiding van de opening van die avond uit Gods Woord toch maar anders in de situatie te willen staan. Dat kwam de verbinding in die vergadering ten goede. Laat als symbool de Bijbel dan ook openliggen na de opening van de vergadering.

Belangrijk is om als ambtsdragers niet direct antwoord te geven op deze vraag, maar te proeven wat daarachter ligt.

Ontvangen
Augustinus heeft heel mooi gezegd: pasco unde pascor. Dat wil zeggen: ‘Ik weid van waaruit ik geweid word.’ We moeten op bezoek bij de ander vooral durven en kunnen ontvangen. We denken vaak dat we op bezoek iets moeten brengen; toch is het eerste en eigenlijke dat je mag ontvangen. Van de ander: haar of zijn ontvangst, vertrouwen, levensverhaal, geloofsgeschiedenis. Laat ik die ander volledig toe met zijn/haar verhaal? Vind ik die ander echt interessant, boeiend? Hoe is mijn houding tot de ander? Dat luisteren belangrijk is, zegt Spreuken 18:13 scherp: ‘Als je antwoord geeft, voordat je geluisterd zult hebben, dan is dat dwaasheid en schande.’

Coert Lindijer (1917-2008) was pastor van een pastoraal centrum en hoogleraar pastoraat. Hij heeft een aantal zaken genoemd die het luisteren kunnen belemmeren: vol zijn van zichzelf, gespannen zijn tijdens het gesprek, de gesprekspartner saai en langdradig vinden, zelf veel te praterig zijn en veel te selectief luisteren. Daarbij kun je ook een vooropgestelde boodschap hebben, zonder te willen kijken hoe we de bijbelse boodschap verbinden met iemands levensverhaal.

Lindijer wijst dan ook de weg naar wat nodig is voor goed luisteren, om de ander tevoorschijn te luisteren. Wat nodig is: zo leeg zijn van binnen dat er ruimte komt voor de ander, ook is nodig ontspannen te zijn, werkelijke tijd en interesse te hebben, jezelf het zwijgen op te leggen, jezelf te kruisigen, stil durven worden, je eigen behoefte om te praten laten wegzakken, de moed hebben om onaangename dingen aan te horen, ook als het te pessimistisch, knorrig of te negatief over de kerk is. Aanhoren, luisteren, geen discussie voeren. En als je niet weet wat je zeggen moet? Dat geeft niet. Herhaal dan wat iemand heeft gezegd. Zo voelt iemand zich gehoord en gezien. ‘We hadden een goed gesprek,’ zegt iemand dan dikwijls.

Je kunt het gesprek maken, maar ook helemaal stukmaken en de deur voor iemand naar de kerk sluiten met een verkeerde benadering.

Waaromvraag
Ook geef ik een pastorale handreiking als het gaat om de vraag: Als God goed is, waarom is er dan zoveel lijden in de wereld? Waarom overkomt mij dit in mijn persoonlijke leven? Hoe moet ik omgaan met voor mijn gevoel zinloos lijden? Die waaromvraag klinkt vaak. Belangrijk is om als ambtsdragers niet direct antwoord te geven op deze vraag, maar te proeven wat daarachter ligt. Die soms tobberige vragen op te diepen en daar niet overheen te walsen met een te optimistische blik of een te zakelijke opmerking.

Welke pijn wil iemand uitspreken? Waar voelt iemand onrecht? Hoe komt dat? Zoek daarnaar. Je hoeft hun vraag niet te beantwoorden, maar moet wel hun pijn erkennen. Belangrijk is om een gevoelige antenne te ontwikkelen voor de signalen die mensen afgeven en de emotionele laag die dan achter hun vragen ligt. Zo doe je mensen recht, daar gaat het om in het omzien naar elkaar. Dat geeft ook een grote verantwoordelijkheid in het pastoraat. Je kunt het gesprek maken, maar ook helemaal stukmaken en de deur voor iemand naar de kerk sluiten met een verkeerde benadering. Zo ver gaat dat helaas soms.

Een verkeerd of te snel spreken over Gods voorzienigheid, over Zijn goddelijke borduurwerk – van de achterkant gerafeld maar aan de voorkant toch goed – of een te snel spreken over het lijden als middel om ons te gebruiken voor Zijn Koninkrijk kan averechts werken.

Ds. J. W. Verboom is predikant van de hervormde gemeente te Apeldoorn en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 10 november 2022. Neem een jaarabonnement (€ 49,95). Als welkomstgeschenk ontvangt u De Waarheidsvriend twee maanden gratis. Of maak gebruik van deze actie en lees De Waarheidsvriend vier maanden voor € 10,-!

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Praat mee

Alleen cvandaag Premium leden kunnen reageren op artikelen. Word ook cvandaag Premium lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

" ... over Zijn goddelijke borduurwerk – van de achterkant gerafeld maar aan de voorkant toch goed ..."

Zoiets als: God kan met een kromme stok toch (...) rechte slagen toedienen of met de ene hand zegent Hij en met de andere slaat Hij ...

En wat zouden die kromme stok of die gerafelde achterkant of die slaande hand dan moeten inhouden als er sprake is van een God die puur licht (en liefde) is en in Wie geen spoortje duisternis is? (zie 1 Joh. 1:5).

Wat er niet in zit, kan er toch ook niet uitkomen?