Predikant: "Onze PKN ondergaat de komende zeven jaar een grote transformatie"

āHet aantal predikanten dat afscheid neemt en terugtreedt, is groter dan de generatie die aantreedt. De feitelijke situatie ten aanzien van beschikbare predikanten is vandaag zorgelijkā, stelde Piet Vergunst, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, onlangs in De Waarheidsvriend. Via Twitter reageert ds. Wilbert Dekker, PKN-predikant uit Kampen, op de noodkreet van de Gereformeerde Bond: āDe PKN ondergaat de komende zeven jaar een grote transformatie. Maar het is niet hopeloos. Wel is het de hoogste tijd om de veranderingen te omarmen!ā
āEr waren in 2014 in de PKN 2900 predikanten in actieve dienstā, merkt Dekker op. āTot 2029 gaat 68,5 procent daarvan met emeritaat (de generatie babyboomers). Dan blijven er dus net iets meer dan 900 predikanten over. (Straks zijn dat de āoudgediendenā). Op grond van de gegevens van de PThU mag je verwachten dat de uitstroom uit de opleiding en de instroom in de PKN van nieuwe predikanten in die jaren maximaal 600 is (en dan reken ik heel ruim). Dat betekent dus dat de PKN met heel veel geluk in 2029 nog niet de helft van het aantal actief dienstdoende predikanten heeft ten opzichte van 2014.
Maar de kerk krimpt toch ook? Het aantal predikantsplaatsen loopt terug en formaties worden toch parttime? Ja, maar dat gaat niet zo snel als de inkrimping van het predikantenkorps. Er komt dus een tekort. Onderzoek heeft ook aangetoond dat de kerkelijke betrokkenheid onder de kleinkinderen van babyboomers (in het algemeen) zeer laag is. Dit betekent, als je de trend doortrekt, dat er weinig jonge predikanten zullen komen. De meesten zullen een ālate roepingā hebben. Dat beeld is al duidelijk bij de PThU: in 2014 was het aantal studenten dat direct van het VWO kwam, maar 31%. 61% is zelfs boven de 25 bij aanvang van de studie.ā
Tweede roeping
āVolgens alle trends moeten we het dus in de kerk vooral hebben van mensen die op (iets) latere leeftijd predikant willen wordenā, vervolgt de dominee. āAls ātweede roepingā en vaak dus ook als ātweede studieā, of ook ātweede carriĆØreā. Het probleem is dat de opleiding nog volledig ingericht is als in de jaren ā70 toen al die babyboomers predikant wilden worden, vers van het gymnasium of na een jaar kweekschool en een jaar vooropleiding. Tweede roeping was lange tijd juist de uitzondering.
De PThU biedt weliswaar een pre-master aan. De pre-master kan door iedereen met minimaal BA-kwalificatie gevolgd worden in een jaar voltijd, of twee jaar deeltijd. De nadruk ligt op de talen. Effect: voor ātweede roepingenā betekent dit vier jaar voltijd of nog langer in deeltijd studeren. Maar mijn bezwaar blijft staan. In een kerk die het moet hebben van tweede roepingen, is dat geen verstandig beleid.
Kenmerk van mensen met tweede roepingen is juist dat ze al een studie afgerond hebben en/of heel veel ervaring meenemen. De kerk doet er dus goed aan om een hybride predikantsopleiding aan te bieden: een traject voor mensen met een āeerste/vroege roepingā die een volledige, academische, theologische vorming biedt. En een beroepsopleiding van maximaal 3 jaar voltijd (āseminary training programā), bij gebleken bekwaamheid en geschiktheid, voor mensen met een ātweede roepingā, met volledige academische vorming als optie. En dan uiteraard gelijke bevoegdheden als iemand met een āeerste roepingā. Het laatste rapport van de PKN, āGeroepen en Gezondenā biedt gelukkig al voldoende handvatten in die richting. Kortom, de PKN ondergaat de komende zeven jaar een grote transformatie. Maar het is niet hopeloos. Wel is het de hoogste tijd om de veranderingen te omarmen!ā
Concrete handreiking
Dekker adviseert: āBied een opleiding aan tot gemeentepredikant van maximaal 3 jaar all-in, bij gebleken kwalificatie (vorige opleiding) en geschiktheid (roeping). Stel beurzen beschikbaar, zodat mensen met een gezin of in vergelijkbare omstandigheden voldoende vrijgesteld zijn om zich in drie jaar voltijd de essentiĆ«le vaardigheden en kennis eigen te maken. Zet trouwens in de allereerste plaats niet in op vaardigheden en kennis, maar op vorming. Roepingsbesef, spiritualiteit, karakter, voorbereiden op leiding geven, gemeenschappelijk leven etc. moeten voorop staan. Richt daarom een campus in waar je singles, echtparen en gezinnen kunt huisvesten en leer en leven met elkaar verbindt. Koppel dit bijvoorbeeld aan een leefgemeenschap van een jaar voor ālekenā (vgl. St. Anselmās bij Lambeth Palace in Londen).
Zorg voor een netwerk van aan de campus gelieerde kerken waarin deze studenten snel kunnen ingroeien en praktische vaardigheden kunnen oefenen. Zorg dat de kwalificaties om te mogen preken, catechese geven etc. in het eerste jaar gehaald kunnen worden, zodat er gedurende de laatste twee jaar veel ervaring opgedaan kan worden. Laat academische ārigorā en vroomheid (spiritualiteit) hierbij hand in hand gaan. Als het nog te āgriezeligā is om de eisen van de talen te laten vallen/vieren, overweeg dan om de opleiding geen MA kwalificatie te geven, maar een BA. Waarom niet de opleiding tot gemeentepredikant aan BA-niveau koppelen? Je maakt dan duidelijk dat het altijd mogelijk is om nog een MA te doen (met veel nadruk op talen), maar dit zal alleen voor de ātweede roepingenā zijn die zich ook geroepen voelen tot academisch theoloog, en niet alleen tot gemeentepredikant.
Vervolgens is voor deze predikanten met een voltijd opleiding van drie jaar de nascholing natuurlijk anders ingericht. Een deel van wat we belangrijk vinden (talen etc.) kan daar geleerd worden, maar wel op basis van en gericht op de praktijk. Nu rijst natuurlijk de vraag: maar je kunt dan toch de route van het HBO nemen? Dan ben je ook BA. Het is makkelijker. En straks krijgen HBO-theologen ook sacramentsbevoegdheid. Wat is daarop tegen? Op zich niets, behalve dat het nou juist zo belangrijk is om een driejarige opleiding te bieden die ook werkelijk academisch opleidt. Daar is onder ātweede roepingenā nu juist behoefte aan.
Want uiteindelijk staat dit me voor ogen: ook in een veranderende tijd, waarin de ānormaleā predikant die met een tweede roeping zal zijn, een predikantenkorps te vormen dat een soort āpraetoriaanse gardeā van de kerk is: Vroom, toegewijd, uitblinkend in wijsheid, scherpe denkers, wendbaar en flexibel, snel inzetbaar. Hoeveel talent laten we niet liggen door te hoge eisen aan de (duur van de) opleiding te stellen?ā, vraagt Dekker zich af.
Ds. Wilbert Dekker is predikant van de Protestestantse Gemeente Kampen (Westerkerk). Bovenstaande bevindingen deelde hij naar aanleiding van deze noodkreet van de Gereformeerde Bond.

































Praatmee