Mercy Ships-directeur gooide na bezoek aan Haïti haar carrière radicaal om

“Ik dacht dat ik naar een zonnig eiland ging met witte stranden en palmbomen, maar wat ik zag was diepe ellende. Toen besloot ik dat ik mij voortaan voor noodhulp wilde inzetten.” Aan het woord is Anita Delhaas. Sinds vorig jaar is zij de nieuwe directeur van Mercy Ships Holland. Aan Cvandaag vertelt Delhaas dat haar hart tijdens een bezoek aan Haïti definitief voor noodhulp ingewonnen werd. Met een schat aan ervaring die ze opdeed, wil ze nu haar steentje bijdragen aan de hulporganisatie die wereldwijd mensenlevens verandert.
“Het is een voorrecht om directeur van Mercy Ships Holland te zijn”, zo vertelt Delhaas allereerst. Helemaal nieuw is een bestuurlijke rol binnen een hulporganisatie voor Delhaas niet. Integendeel: in het verleden deed ze een schat aan ervaring op bij onder meer World Vision en International Justice Mission. Die ervaringen hoopt ze nu als directeur van de Nederlandse tak van Mercy Ships in te zetten.
Kunt u vertellen wat u bij die hulporganisaties heeft gedaan?
“Voor World Vision heb ik onder meer kantoren opgezet in Nederland maar ook in Frankrijk, Spanje en België. In België gebeurde dat in samenwerking met de Europese Unie. Daarnaast heb ik als landendirecteur van World Vision tien jaar gewoond en gewerkt in Roemenië en Libanon. Daarbij maakte ik kennis met ‘het veld' en kon ik mijn steentje bijdragen aan noodhulpprojecten in de tijd van de Syrische vluchtelingencrisis.”
Hoe kwam u bij Mercy Ships terecht?
“Tijdens de coronacrisis droeg ik mijn steentje bij aan een project waarbij we kerken in Jeruzalem ondersteunden. Achteraf is dat niet zo’n heel groot succes geworden. Ik merkte ook hoe ingewikkeld het geheel in het Midden-Oosten is. Uiteindelijk hebben we dat stop moeten zetten. Zo ben ik eigenlijk bij Mercy Ships binnengerold. Bij al die ngo’s doe je ongeveer hetzelfde soort werk. Je enthousiasmeert donateurs, je legt verslag van de verschillende projecten en je probeert mensen te betrekken bij de missie.”
Op welke manier onderscheidt Mercy Ships zich van de organisaties waar u eerder werkzaam was?
“Mercy Ships is echt uniek. Vanuit Rotterdam werven we niet alleen de fondsen voor het werk, maar óók de mensen zelf. Per jaar hebben we honderden vrijwilligers die aan boord stappen van onze ziekenhuisschepen. Wat het nog bijzonderder maakt is dat zo’n 80 procent van de goederen voor de Mercy Ships-schepen vanuit Nederland komt.”
Hoe blikt u terug op uw eerste jaar in dienst bij Mercy Ships?
“Het is natuurlijk altijd even wennen in het begin. Als Nederlandse organisatie maken we deel uit van een wereldwijde organisatie. We hebben in 16 landen kantoren zitten. De eerste periode staat dan ook in het teken van kennismaking met collega’s. Het team in Nederland is erg leuk en flink groeiende. Ik ben dus lang niet de enige die nieuw is. De eerste maanden bevielen mij heel goed. Het geeft een drive om met zulke enthousiaste mensen te werken.”
U bent nu in dienst bij Mercy Ships, maar hiervoor werkte u ook al bij diverse organisaties die inzetten op ontwikkelingshulp. Hoe komt het dat ontwikkelingshulp zo uw hart heeft en wanneer ontstond dat?
“Ik was 24 jaar toen ik bij een Nederlands commercieel bedrijf werkte. Mijn baas nodigde mij uit om mee te gaan naar Haïti, waar het bedrijf een fabriek gekocht had. Er waren daar wat personele problemen. In Haïti zag ik met eigen ogen wat armoede is. Ik dacht dat ik naar een zonnig eiland met witte stranden en palmbomen ging, maar wat ik zag was diepe ellende. Tegelijkertijd zag ik óók hoe mensenlevens door noodhulp veranderden. Toen dacht ik: daar wil ik veel meer voor doen. Dat geeft veel meer voldoening dan elke maand producten verkopen.”
Vanaf dat moment besloot Delhaas het roer in haar carrière om te gooien. “Eerst dacht ik: wat hebben mensen nodig in een land als Haïti? In eerste instantie denk je dan aan artsen, onderwijzers of mensen met kennis van landbouw. Dat ben en heb ik allemaal niet. Wat heb ik daar eigenlijk te brengen?, dacht ik. Ik vind het leuk om leiding te geven, maar wat hebben ze daar in zo’n land aan? Dat was echt wel een zoektocht. Door samenloop van omstandigheden kwam ik een paar jaar later bij World Vision terecht. Misschien ben ik dan geen arts, onderwijzer of landbouwkundige, maar ik kan natuurlijk wel een organisatie opzetten en fondsen werven. Je hoeft geen arts of onderwijzer te zijn om toch je steentje bij te dragen.”
Hoe zet u uw ervaringen in die u in de loop der jaren opdeed in bij Mercy Ships?
“Het is heel leuk dat elke keer als je ergens gaat werken je kunt bouwen op ervaringen van vroeger. Momenteel onderzoeken we de mogelijkheid om fondsen te werven bij de Europese Unie. Dat is iets wat ik in mijn tijd bij World Vision al mocht doen. Vanuit Nederland zijn we bezig een team op te zetten die kan bijdragen aan de ontwikkeling van projecten. De operaties die Mercy Ships op haar ziekenhuisschepen uitvoert, is de main business. Maar we willen ook inzetten op duurzame zorg in Afrika. Daarbij is een stukje educatie, training en advocacy nodig. Daarin komen mijn ervaringen van pas. Uit ervaring weet ik hoe ik organisaties strategisch aan elkaar kan verbinden, zodat de gezondheid van mensen in een bepaald land verbeterd wordt."
U bent al enkele maanden in dienst. Heeft u al bezoeken gebracht aan ‘het veld’?
“Voordat ik begon, was ik vorig jaar rond deze tijd op Tenerife. Dat was in de tijd dat beide schepen (Global Mercy en de Africa Mercy, red.) in de haven lagen om klaargemaakt te worden voor de veldmissies. Het ene schip ging naar Sierra Leone, het andere schip naar Zuid-Afrika. Ik heb beiden schepen gezien en veel vrijwilligers ontmoet. Maar ik heb de schepen nog niet in field service gezien. Volgend jaar hoop ik een bezoek aan Madagaskar te brengen waar een van onze schepen liggen. Natuurlijk weet ik wat er aan boord gebeurt. Ik ontmoet veel vrijwilligers voordat ze aan boord stappen. We hebben ook terugkomdagen en onlangs kregen we bezoek van onze mensen uit Sierra Leone.”
Hoe kijkt u naar de impact die Mercy Ships wereldwijd heeft?
“Ja, dat is enorm bijzonder. Een tijdje terug kregen we bezoek van de minister van Volksgezondheid van Sierra Leone. Ik vroeg aan hem wat hij ervan vond dat ons schip daar in de haven ligt en medische hulp biedt. Hij antwoordde: ‘We zijn als land heel hard bezig om ons gezondheidssysteem te versterken. Ondertussen zijn er heel veel mensen die urgent onder het mes moeten, maar die wij niet kunnen helpen. Dan is het ontzettend fijn dat er een schip is die tijdelijk die enorme last van ons kan afnemen.’
Je moet je voorstellen dat een gemiddeld ziekenhuis in Nederland 60 mensen heeft die anesthesie kunnen toepassen. Toen we in Sierra Leone aankwamen, waren er twee mensen in het hele land die dat kunnen. Dat betekent dat een hoop mensen of zonder anesthesie geopereerd moesten worden of dat operaties simpelweg opgeschoven worden of in sommige gevallen zelfs niet plaatsvinden. Hoe fijn is het dan dat er een schip komt die die directe noodzaak wegneemt, maar ondertussen ook probeert de medische zorg in zo’n land te verbeteren door het trainen van medisch personeel.”
Mercy Ships wil niet alleen ‘iets brengen, maar ook iets achterlaten’. Kunt u dat woorden geven?
“Bij vrijwel alle operaties die we op de schepen uitvoeren, zijn ook lokale artsen en chirurgen aanwezig die we mee laten kijken en praktijkopleiding geven. Daarmee proberen we de kwaliteit van de gezondheidszorg in een land te verbeteren. Zodat op het moment dat we na een of twee jaar vertrekken er een soort basis gelegd is. Daar proberen we steeds op in te zetten.”
Waarin kan Mercy Ships nog verbetering boeken als het gaat om ontwikkelingshulp?
“Sowieso als het gaat om wat we in de landen specifiek achterlaten. In de landen waar onze schepen komen, ontbreekt het gewoon veel te vaak aan voldoende chirurgische voorzieningen en een stabiele gezondheidszorg. Samen met die landen proberen we in kaart te brengen wat er nu nog in de ziekenhuizen ontbreekt om goede, veilig en betaalbare zorg te kunnen bieden. Als je dat helder krijgt, kun je ook gericht verbeteringen doorvoeren. Al is dat niet iets wat je zomaar in een jaar tijd oplost.
Wat landen nodig hebben is heel verschillend. In Sierra Leone bijvoorbeeld zien dat veel vrouwen na hun zwangerschap een visus (afnemend gezichtsvermogen, red.) oplopen. Terwijl dat iets is wat heel simpel, met bijvoorbeeld betere voorlichting, voorkomen kan worden. Maar om zulke dingen te verbeteren, is een goed gecoördineerde samenwerking nodig met hulporganisaties in het land zelf. Dus daarin zijn er nog zeker stappen vooruit te zetten. Dat noemen we bij Mercy Ships het ‘ETA-programma’: education, training en advocacy. Daar willen we ons nog veel meer op toeleggen.”
Praatmee