Gaven van God zijn niet als de resultaten van wilde speculatie
Rendement. Daar zijn wij gek op. Rendement. Nieuwe plannen, nieuwe producten, nieuwe medewerkers: ze krijgen amper tijd om te landen. Binnen een paar maanden moeten ze zichzelf terugbetaald hebben, en liefst nog wat meer. En anders worden ze ā heel flexibel ā weer ingeruild voor een nĆ³g efficiĆ«nter alternatief.
Leuk is dat allemaal niet. Integendeel. De krant staat vol met verhalen van medewerkers en managers die burn-outs krijgen omdat ze de druk niet meer aankunnen. Maar daarmee is het probleem niet weg, integendeel. Want in de krant en in tijdschriften voor efficiƫnte mensen staan dan weer allerlei advertenties voor dure cursussen hoe je je na een burn-out kan laten omscholen tot burnoutcoach. Daar is namelijk veel vraag naar, naar burn-out coaches. Zo kan je eigen burn-out toch nog efficiƫnt ingezet worden om omzet op te leveren!
En als je dat dan allemaal leest broeders en zusters dan moet ik toch zeggen, het is echt mijn eerste gedachte: wat een hel, wat een verschrikkelijke manier om te moeten werken.
Alsof je opgesloten zit in een hamsterwiel, zo'n tredmolen die elke keer een stukje harder gaat draaien, en als je niet meer kan wordt je zĆ³ vanuit het woest draaiende de afgrond in gelanceerd: een duisternis waar geween is, en tandengeknars.
Als we dan het Evangelie van vandaag lezen (de gelijkenis van de talenten in MattheĆ¼s 25:14-30), bekruipt mij toch een ongemakkelijk gevoel. We horen niks van Jezus die zegt "wees als de lelies van het veld". Integendeel. Er moet gewoekerd worden, en anders komen we niet door het Laatste Functioneringsgesprek!
We horen over een heer en drie dienaren, en de heer stelt bij zijn vertrek op zakenreis de drie dienaren als zaakwaarnemers aan over serieuze vermogens. Een "talent" betekent hier een groot geldbedrag. En wanneer hij terugkomt verwacht hij duidelijk goede resultaten, massieve rendementen zelfs: van wel 100 procent! En als je alleen maar dacht voorzichtig te zijn, en hetgeen je je gegeven is veilig begraaft ā volgens de Joodse wet was je dan niet aansprakelijk als het misging ā dan krijg je tĆ³ch een flinke berisping van de heer.
Maar is God echt zo? Moeten wij zo zijn? Is het dan nooit genoeg wat we doen? Zo horen we het wel vaak, als mensen het hebben over "woekeren met je talenten", het staat geloof ik zelfs in de voorbeden van vandaag, zo diep zit dat in ons.
Ik moet toch zeggen: lieve mensen, ik vind dit een moeilijke lezing. Ik heb - toen ik terugkeek in mijn archief - meerdere keren over de talenten gepreekt en Ć©lke keer zat het me dwars. God is toch geen gemene manager die ons telkens in de gaten houdt, of wij toch wel voldoende euroās opleveren en anders meteen dreigend over ādossieropbouwā of een āexit-trajectā begint - of subtiel vraagt of wij niet toe zijn aan "een andere uitdaging".
Een geleerde vriend van mij, verwees mij door naar een goed commentaar op deze lezing. Daar stond in, ik vond dat echt een ontdekking, dat het in de Bijbel vaak gebeurt dat er minder goede mensen of gebeurtenissen deel van het verhaal worden gemaakt om ons een les voor te houden. Als er bijvoorbeeld in de tweede lezing staat dat de Dag van de Heer komt als een dief in de nacht, dan is dat zo`n voorbeeld. De Heer is natuurlijk niet Ć©cht als een dief, en dieven zijn niet opeens goed. Maar dieven kunnen ons wel een les leren, bijvoorbeeld dat wij waakzaam moeten zijn. En het gaat om die les, niet om de diefstal!
Zo werkt het misschien hier ook. God is, hoop ik, geen gemene manager - maar we kunnen wel van gemene managers leren dat we elke dag ons best moeten doen.
Wat kunnen we meenemen vandaag uit dit Evangelie, wat zegt het ons?
Drie dingen:
Allereerst: we krijgen allemaal wat mee. Iets wat goed is, mooi, nuttig, iets wat we niet zelf gemaakt hebben en ook niet van ons is.
Wat wij talenten noemen, de dingen waar wij aanleg voor hebben. Daar moet je wat mee. Het is zonde als je die begraaft en laat verpieteren. Daar moet je niet te angstig mee omgaan. Alles wat ten diepste van waarde is, zijn dingen die we niet helemaal zelf hebben uitgezocht. In zekere zin zijn onze talenten niet van ons. Ze zijn niet ons eigendom. We hebben ze niet gekocht, maar ze maken ons wel wie wij zijn.
Ten tweede: al die waardevolle dingen die niet van ons zijn, zijn wĆØl in onze macht. We kunnen er mee aan de slag, of we kunnen ze laten versloffen. Dat zijn Ć©chte mogelijkheden. We kunnen er voor kiezen te worden wie we zijn, of we kunnen de schat van onze talenten stilletjes begraven omdat we die verantwoordelijkheid niet aandurven - iemand anders zou er wel eens wat van kunnen vinden.. Dat alles kan. Maar niet alles is om het even.
We hebben al met al een behoorlijke vrijheid. Maar - en dat is het derde punt - wat wij dan doen, dat doet er toe. Het maakt uit wat onze keuze is, het begraven van dat talent uit het Evangelie is Ć³Ć³k een keuze. De Joodse wet zegt "dan ben je ontslagen van je verantwoordelijkheid". Dat is vergelijkbaar met de samenleving die er niet moeilijk over doet wanneer je je een uniek talent verbergt en ombrengt. Niemand ziet dat, niemand verliest er slaap onder. Voor de wereld ben je ontslagen van je verantwoordelijkheid. Maar voor onze eigen ziel zijn we dat niet. We wĆ©ten ten diepste dat we iets kostbaars laten liggen.
Onze unieke Godgegeven talenten, zijn niet alleen een gave maar ook een opdracht. Ze vragen ernaar om vrucht te mogen dragen in deze wereld, daar is onze medewerking voor nodig. Stilzitten, of zelfs opgeven, is geen optie.
Dus, wat betekent het voor ons? Moeten we de volgende week met werkvellen met targets en rendementen? Hangen we straks in alle kamers een Alziend Oog op (God ziet mij ....) , een soort goddelijke surveillancecameraās, zodat we ons realiseren dat we straks afgerekend zullen worden op harde resultaten?
Of beseffen we dat het gaat om ons innerlijke leven, onze zelfdiscipline? Het gevoel dat je iets prioriteit moet geven? Misschien is dat alleszins beter voor de lange termijn.
Laten we elke dag, elke week wat tijd opzij zetten, tijd geven aan wie wij zijn in het oog van God. Schatgraven naar wat er in ons verborgen ligt. Wat je aandacht geeft groeit, dus laten we hier aandacht aan geven. En als je er aandacht aan geeft zal er ook opbrengst zijn, want de gaven van God zijn niet als de resultaten van wilde speculatie.
Als we elke dag die aandacht investeren, die inzet als een zaadje in de grond stoppen, dan maakt God daar wat van, daar mogen we op vertrouwen. En Hij maakt ook wat van ons. Goede dienaren, welkom in de vreugde van de Heer.
Amen.
Jan-Jaap van Peperstraten is als rooms-katholiek pastoor verbonden aan het bisdom Haarlem-Amsterdam. Klik hier om zijn website te bezoeken.
Praatmee