Deze drietrapsraket maakt korte metten met geroddel in de kerk

ĆĆ©n van de dingen waar ik mee heb moeten leren omgaan toen ik acht jaar geleden gewijd ben en voor de kerk ging werken was dat hoe vaak er wel niet over anderen gepraat wordt. En dan niet in waarderende zin, maar klagend of zelfs aan-klagend. Wat wordt er veel geroddeld in de kerk! (Daarbuiten natuurlijk ook, maar daar gaat het nu even niet om).
En dan niet alleen in de parochie, in de concrete gemeenschap āop de grondā, maar ook elders. Op het internet vinden we eindeloze discussies over wat die priester zei, of die bisschop vond, of waar die diaken naar op vakantie ging. En - vaak anoniem - plaatsen mensen zich in de rol van aanklager. Zogenaamd gaat het dan om de āeer van de kerkā, maar ik vermoed dat het eigenlijk om iets anders gaat.
Nu, in de wereld: als je ruzie hebt over een paar hectare grond, vruchtgebruik van een huis of een al dan niet gevestigd recht van overpad, dan heb je ruzie over iets concreets: iets wat je in theorie kan vastpakken of aanwijzen. Je kan onder begeleiding van iemand die bijvoorbeeld juridisch geschoold is dan tot afspraken komen. āJij krijgt dit, en ik krijg in ruil daarvoor datā, en daarmee is de kous af.
Maar als er ruzie of verdeeldheid is over wat iemand gezegd, gedaan of bedoeld zou hebben dan verdwaal je al gauw in een moeras. Wat jij dacht te horen is immers niet altijd wat iemand dacht te zeggen, en als er geen ruimte is om daar in alle rust met elkaar over te praten wordt er al gauw door oordelend geroddel een nieuwe werkelijkheid geschapen waarin iedereen zich afsluit voor de ander.
En als het dan misgaat, en er ontstaat ruzie, dan loopt het ook veel sneller uit de hand dan op andere plekken. Ook dat is niet zo vreemd.
Maar als er ruzie ontstaat over of iemand wel āeen goed christenā is, of erger nog āeen goed mensā ā of een āhypocrietā, een luilak of een ādwaalleraarā - dan gaat het gelijk over dingen waar je psychologisch, niet zomaar concessies kan doen. Niet zonder dat je je eigen integriteit moet opgeven.
Het resultaat: woede, geroddel, dreigementen, verdeeldheid, gelek naar de krant, brieven naar de bisschop, gemonkel op Facebookā¦ En aan het eind van de rit delft iemand, of iedereen, het onderspit, zijn er littekens geslagen die een leven lang meegaan en is er nĆks gewonnen. Een berg bitterheid! Dat heb je dan. Om niks.
Ten overvloede, ik zeg niet dat het hier gebeurt. Maar het gebeurt wel. En het kƔn gebeuren. Overal.
Jezus in Zijn liefde en wijsheid, zag dat allemaal al aankomen. En geeft ons woorden mee voor hoe wij met elkaar kunnen en moeten omgaan als er verkeerde dingen worden gezegd of gedaan, en de gemeenschap beschadigd zou raken.
We zien een drietrapsraket van ver-antwoordelijkheid. Van manieren waarop je volwassen antwoord kan geven op een situatie.
Om te zien hoe dat werkt moeten we weten wat er aan deze lezing voorafgaat, en wat erop volgt. Dat maakt uit voor het begrip.
Wat er direct aan voorafgaat (Mat. 18:12-14) is de gelijkenis van het verloren schaap: u weet wel: de herder laat negenennegentig schapen in de bergen om op zoek te gaan naar het Ć©ne schaap dat de weg kwijtraakte.
En waar de passage mee eindigt, is ook van belang. āWaar twee of drie bijeen zijn in mijn Naamā, zegt Jezus, ādaar ben Ik bijā.
Dat is de context. In het Evangelie van vandaag wordt, kunnen we zeggen een, christelijke rechtsgang geschetst. Als het dreigt fout te gaan met iemand dan ben je als gemeenschap, en als verantwoordelijken, verplicht om vanuit herderlijke zorg - zorg om het verloren schaap - en vanuit de aanwezigheid van Christus - een beslissing genomen.
We kijken naar de ādrietrapsraketā:
Als er iemand de verkeerde kant op dreigt te gaan, dingen doet of laat die niet door de beugel kunnen dan probeer je het eerst informeel op te lossen: met een individueel gesprek. Onder vier ogen, een āveilige ruimteā. Misverstanden kunnen worden opgelost. Als je iemand verkeerd hebt begrepen is dĆ”t de plek waar helderheid kan worden verkregen en met wat geluk is daarmee de kous af.
Lukt dat niet, dƔn kun je er mensen bijroepen. Niet stiekem, niet door het zoeken van medestanders of mede-aanklagers, maar door gesprekspartners te zoeken die getuige worden. Een getuige moet, zo wil het recht, onpartijdig zijn. De beklaagde wordt niet voor een vierschaar gebracht zodat hij makkelijk beurtelings kan worden aangeklaagd en kruisverhoord en je sƔmen iemand makkelijk klein kan krijgen. Nee: je bent met twee of drie bijeen. Jezus is er bij. In liefde en waarheid probeer je samen te achterhalen wat er gebeurd is en hoe je er samen uitkomt. Uit de Bijbelse context is duidelijk dat de getuigen er niet passief bijzitten maar betrokken moeten zijn op het niet-vooringenomen vinden van de waarheid.
āBij geen enkel vergrijp of misdrijf is het voldoende, als Ć©Ć©n persoon tegen de dader getuigt; alleen een verklaring van twee of drie getuigen is rechtsgeldigā (Deuteronomium 19:15).
Kom je er in dat kleine comitƩ nog niet uit, iemand blijft weerspannig of volhardt in schadelijk gedrag dat de gemeenschap uit het lood kan brengen, dƔn pas moet het voor de gemeenschap worden gebracht. En alleen de gemeenschap heeft het eindoordeel. Dat wil zeggen: elk oordeel in de kerk moet zo transparant mogelijk genomen worden door een zo breed mogelijke groep mensen om te voorkomen dat er kokervisie ontstaat en de waarheid verdwijnt in zelfgenoegzaamheid.
De gemeenschap kan dan oordelen dat het niet meer zo verder gaat, dat iemands taal of gedrag dermate extreem is dat het de gemeenschap of leden daarvan lichamelijk of geestelijk in gevaar brengt. Elke gemeenschap is kwetsbaar en dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Niets doen, alles maar laten gebeuren is geen liefde, maar zelfgenoegzaamheid. Dat is niet schriftuurlijk. Dat is niet christelijk.
En als het niet meer verder gaat dan moet je iemand op afstand zetten - dat kan betekenen dat iemand niet meer de positie mag hebben die hij of zij had, of in het uiterste geval dat je iemand uitsluit. Dat komt gelukkig weinig voor.
Het Evangelie is er wel duidelijk over: āBeschouw zo iemand als een heiden of tollenaar.ā Dat klinkt hard in onze oren. We voelen ook al een beetje de hemelpoorten dichtslaan voor zo iemand. Maar ook hier moeten we goed opletten.
Want naar wie ging Jezus op zoek? Naar verloren schapen. Hij ging op zoek naar tollenaars, en maakte ruimte voor heidenen die hun wegen achter zich wilden laten. Ook na het oordeel van de gemeenschap blijven er dus deuren open staan. Ondanks alles is het toch een hoopvolle boodschap.
Mensen kunnen veranderen, dat is wat ze doen. Mensen zetten zichzelf ook op afstand. Verlaten hun plaats; we denken aan het verhaal van de Verloren Zoon. Maar hoe ver de verloren zoon ook afgedwaald was, de ogen van de Barmhartige Vader waren altijd op de horizon gericht; wachtend op het moment dat de Zoon terugkomt van zijn tot mislukken gedoemde avontuur.
Mogen deze woorden ons ook wijsheid geven; de kennis dat wij niet altijd zien wat er werkelijk aan de hand is en terughoudend moeten zijn in ons oordeel en laten we altijd om ons heen kijken met de ogen van de Barmhartige Vader: niet enkel gericht op oude pijn maar vervuld van hoop en openheid naar de toekomst toe.
Bovenstaande boodschap is afkomstig van priester Jan-Jaap van Peperstraten en is met toestemming overgenomen door Cvandaag. Klik hier om de website van Jan-Jaap van Peperpstraten te bezoeken.
Praatmee