Boer Jaap-Jan zag zending als ‘hoogst haalbare’, maar ontdekte roeping op boerderij

Lange tijd dacht boer Jaap-Jan dat een christen die God werkelijk wilde volgen eigenlijk de zending in moest. Daarom legde hij zijn geliefde boerderij in gebed voor God neer. Uiteindelijk kwam hij tot een andere overtuiging: zijn plek is op het boerenbedrijf. "Ik denk dat God mij geroepen heeft om dat op de boerderij te doen", vertelt Jaap-Jan in de podcast van Ichthus Alive.
Jaap-Jan groeide op in een christelijk boerengezin en wist naar eigen zeggen al jong dat hij boer wilde worden. Inmiddels werkt hij in een gemengd agrarisch familiebedrijf met melkvee, akkerbouw en energieopwekking.
Het geloof was van jongs af aan aanwezig, maar kreeg tijdens zijn studententijd minder praktische betekenis. Later kwam voor hem het verlangen om Jezus daadwerkelijk te volgen steeds centraler te staan. "Er zit een groot verschil tussen het weten en ook daadwerkelijk Jezus willen volgen."
Boerderij loslaten?
Daarmee kwam ook zijn toekomst als boer ter discussie te staan. Jaap-Jan had het beeld meegekregen dat de zending zo ongeveer "het hoogst haalbare" was voor een toegewijde christen. Zijn zus koos eveneens voor zendingswerk. Hij stelde een ingrijpende vraag aan God. "Als de boerderij dan is wat mij nog vasthoudt, moet ik dat dan loslaten? Dat vond ik heel moeilijk."
Tijdens een cursus over roeping keek hij onder meer naar de interesses die al vroeg in zijn leven aanwezig waren. Daar kwam het boerenleven telkens in terug. "Alles wat ik in mijn jeugd deed, richtte zich al op het boer zijn."
Gesprekken met mensen om hem heen hielpen hem vervolgens om zijn werk anders te bekijken. Hij hoefde de boerderij niet achter zich te laten om God te dienen. "Daar kwam eigenlijk heel duidelijk uit dat ik gewoon echt de plek op de boerderij mag innemen en daar ook het geloof mag uitdragen."
Rentmeester van Gods schepping
Die overtuiging beïnvloedt ook de manier waarop Jaap-Jan naar landbouw kijkt. Hij ziet zijn werk als rentmeesterschap en zoekt naar manieren om dichter bij Gods schepping te boeren. Zo vindt hij het belangrijk dat dieren ruimte krijgen voor hun natuurlijke gedrag.
Bij zijn kippen betekent dat scharrelen en bij varkens wroeten. Ook voor de melkkoeien onderzoekt hij mogelijkheden om ze meer te laten grazen. Tegelijk erkent hij dat zulke idealen kunnen botsen met de bestaande bedrijfsvoering en economische afwegingen. "Het is gewoon heel mooi om rentmeester te mogen zijn van Gods schepping", zegt hij.
Jaap-Jan ziet de boerderij bovendien als een plek waar geloof zichtbaar kan worden zonder dat ieder contact direct een evangelisatiegesprek hoeft te zijn. Mensen die het erf bezoeken, kunnen volgens hem merken welke keuzes hij maakt en waarom. Dat kan vanzelf aanleiding geven tot gesprekken.
Beluister het volledige gesprek:









































Praatmee