Oud-topschaatser Jan Achterberg: "Ook met sporten kun je God aanbidden"

Jan Achterberg (39) had een veelbelovende schaatscarrière voor zich, maar worstelde jarenlang met de vraag hoe sport en geloof samen konden gaan. Inmiddels is hij oprichter van het platform Sport en Geloof en daagt hij christenen uit om hun geloof juist óók op het sportveld zichtbaar te maken. "Sport is niet alleen mooi om te doen, het is ook een plek om te getuigen."
Is geloof niet vaak een taboe op een sportvereniging?
"Dat wordt wel gedacht: over geloof praat je niet, want we willen het gezellig houden. Maar geloven mag juist iets natuurlijks zijn. Als iemand vraagt wat je in het weekend hebt gedaan, kun je gewoon zeggen: 'Ik was zondag in de kerk, dat was echt gaaf.' En dan ontstaat vaak vanzelf een gesprek. Het hoeft niet zwaar of geforceerd te zijn. Missionair-zijn in je sport begint meestal met open te zijn over wie je bent."
Hoe kwam je in de schaatswereld terecht?
"Ik groeide op in een sportief christelijk gezin in Alphen aan den Rijn. Als kind was ik altijd in beweging. Mijn ouders namen me al jong mee naar de ijsbaan in Leiden en ik vond het geweldig. Ook voetbalde ik fanatiek. Mijn ideale zaterdag was ’s ochtends naar de schaatstraining en daarna zo snel mogelijk door naar de voetbal om hopelijk nog de tweede helft mee te pakken.
Maar op een gegeven moment ging dat niet meer. Mijn voetbaltrainer zei: 'Als je echt iets wilt bereiken, moet je kiezen.' Voor voetbal was ik eigenlijk al te oud om nog prof te worden, maar in het schaatsen lagen er nog kansen. Uiteindelijk ben ik naar Haarlem gegaan, naar een echte langebaanploeg. Daar ontdekte ik steeds meer mijn talent voor de lange afstanden en het marathonschaatsen."
Geloven en topsport – gaat dat samen?
"In die tijd ging ik vol voor sport en raakte mijn geloof op de achtergrond. Ik zag er de relevantie niet zo van in. Ik ging ook steeds minder naar de kerk, omdat er op de zondagochtend wedstrijden of trainingen waren. Ik geloofde het allemaal nog wel, maar dacht: Jezus vindt niks van sport (onbelangrijk, red.). Zodra ik op de ijsbaan kwam, bleef Hij voor mijn gevoel achter in de kleedkamer. Binnen de sportwereld werd ik niet begrepen als gelovige, en binnen de kerk werd mijn sport niet echt begrepen. Dat is soms ook het geluid dat je in de kerk hoort: 'Sport is leuk, maar het is bijzaak'."
Hoe keek je daar zelf tegenaan?
"Dat vond ik lastig. Ik had een vriend die heel goed muziek kon maken. Die mocht in de kerk als aanbiddingsleider op het podium staan. Maar ik had een talent voor sport en het enige wat ik hoorde was: 'Oei, kijk je wel uit?' Dat voelde oneerlijk. In Romeinen 12 staat dat we ons leven moeten geven als levend offer – dat is onze ware aanbidding. Dat gaat niet alleen over de zondagochtend, maar over je hele leven. Dat is heel fysiek. Als je aan het hardlopen bent en je Gods nabijheid zoekt, of geniet van wat je lichaam kan, dan wordt dat iets tussen God en jou. Dan krijgt sport een geestelijke laag. Dat is net zo goed aanbidding als het zingen van iemand in de kerk."
Waarom stopte je met topsport?
"Rond mijn 21e kwam ik op een kruispunt. Tijdens een missiereis naar Malawi ontdekte ik dat ik zin en richting miste in mijn leven. Daarna probeerde ik nog twee seizoenen topsport en geloof te combineren, maar ik liep vast. Ik wist: als ik hier echt mijn werk van wil maken, moet ik er volledig voor gaan. Tegelijk zou mogelijk de marathoncompetitie naar de zondagochtend gaan. Dan zou ik in de winter helemaal niet meer in de kerk komen.
Uiteindelijk kwam de vraag heel scherp op me af: kies ik voor topsport of kies ik ervoor om Jezus beter te leren kennen? Ik besloot het laatste te doen. Dat was geen makkelijke keuze, want schaatsen was jarenlang mijn leven geweest. Maar ik voelde dat ik eerst wilde ontdekken wie Jezus voor mij is. Als dat niet samen kon gaan met topsport, dan maar zonder topsport."

Hoe ontstond Sport en Geloof?
"Na mijn studie Commerciële Economie met Sportmanagement kreeg ik een baan bij Athletes in Action; daarna maakte ik de overstap naar Next Move. Beide organisaties moedigen kerken aan om via sport aanwezig te zijn in de wijk. Maar ik merkte: het ging vaak om sport als middel, niet om de sport zelf. Het was minder competitief, meer spel. Terwijl mijn hart juist lag bij échte sport, zoals schaatsen en hardlopen. En ik bleef met een vraag zitten: wie helpt mensen die sporten én geloven? Op de sportclub kennen ook heel veel mensen Jezus niet. Sport is geen bijzaak of toevallig onderdeel van het leven; God heeft ons geschapen als lichamelijke mensen die kunnen genieten van bewegen, competitie en spel. Ook daarin wil Hij aanwezig zijn."
"Vanuit die overtuiging ontstond Sport en Geloof. Ik wil christenen helpen om met missionaire ogen naar hun sportclub te kijken en hun geloof op een natuurlijke manier te delen. Dat begint vaak klein: een open gesprek, belangstelling tonen of bidden voor iemand die het moeilijk heeft. We gebruiken daarbij onder meer het Evangelie volgens Markus en de vraag die Jezus daarin stelt: 'Wie zeggen jullie dat Ik ben?' Die vraag geldt ook voor sporters. God brengt je niet alleen op een sportclub voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen. Sport is iets moois, en tegelijk is het sportveld een plek om van je geloof te getuigen."
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Elisabeth Magazine. Benieuwd naar meer? Word abonnee!










































Praatmee