Yacub evangeliseerde in een moskee: "Ik rende daarna hard weg"

Soms loopt Yacub - een van de contacten van SDOK in Bangladesh - met een groot kruis door de straten van de hoofdstad Dhaka. Andere keren deelt hij Bijbels uit in een overvolle bus. Heel af en toe gaat de megafoon mee. “Mijn leven is vaak in gevaar, en soms maak ik mij zorgen over mijn gezin.” Toch gaat hij door. “Ik verlang ernaar dat Jezus beroemd wordt.”
Bangladesh is een van de meest dichtbevolkte landen in Azië. Alleen al in Dhaka, de hoofdstad, wonen evenveel mensen als in heel Nederland. Overal waar je kijkt, krioelt het van de riksja-bestuurders, verkoopsters, studenten. De baarden en hoofddoeken verraden duidelijk de dominante godsdienst: zo’n negentig procent van de 180 miljoen Bengalen is moslim. Nog geen procent is christen. “Miljoenen mensen hebben nog nooit van Christus gehoord”, verzucht Yacub terwijl hij over de stad uit kijkt. Ondanks de bedreigingen en tegenstand blijft hij het Evangelie delen. “Ik verlang ernaar dat ze over Hem horen. Ik wil dat Jezus beroemd wordt.”
“Er zijn ook leuke meiden” Yacub – een goedlachse veertiger – heeft in zijn jeugdjaren een heel ander verlangen. “Ik was verslaafd aan drugs en dat deed mij geen goed. Mensen wilden niet meer met mij omgaan. Ik wilde graag stoppen, maar hoe ik het ook probeerde, het lukte niet.”
Een vriend nodigt Yacub uit voor een meerdaagse christelijke conferentie. “Ik weigerde, want ik kon toen geen dag zonder drugs, laat staan drie.” Maar de vriend blijft aandringen. “Ik ging overstag toen hij vertelde dat er ook leuke meiden waren”, zegt Yacub lachend. “Ik had nooit verwacht dat ik tijdens die conferentie Gods vrede zou ervaren en zou genezen van mijn drugsgebruik.”
De eerste keer
Herboren keert Yacub terug naar huis. “Ik was hongerig naar Gods Woord en deed veel bijbelstudie. Ik ontdekte al studerend dat Jezus eigenlijk nooit over de kerk spreekt. Hij heeft het steeds over het ‘Koninkrijk’. Zijn leerlingen krijgen de opdracht om dit Koninkrijk te verkondigen: ‘Ga dan heen en onderwijs.’ [Matt 28:19 red.] Ik kwam steeds meer tot de overtuiging dat deze opdracht niet is voorbehouden aan ‘een paar’ voorgangers of commissies. De Bijbel vertelt ons dat getuigen hoort bij ons, christenen. We ontvangen niet om voor onszelf te houden maar om uit te delen.”
Beluister de themapodcast van Cvandaag over christenvervolging in Bangladesh:
Yacub begint, samen met zijn vrouw, mensen thuis uit te nodigen. “We deden iedere woensdag bijbelstudie. Omdat we maar één kamer in ons huis hadden, begonnen we zittend op ons bed.” Yacub, zijn vrouw en andere bezoekers nodigen steeds meer mensen uit. “Het begon te groeien. Er kwamen christenen, moslims, hindoes.” De huiskamerbijbelstudiegroep groeit in vijftien jaar tijd uit tot vijfendertig kerken in heel Bangladesh. “Deze gemeenten tellen samen ongeveer veertienhonderd mensen.”
Megafoon
Sinds zijn ontdekking is Yacub onvermoeibaar in het vertellen van het Evangelie. Regelmatig loopt hij met een houten kruis door de bruisende hoofdstad. “Ik bid om leiding. Als mensen mij vragen waarom ik het kruis draag, dan grijp ik de gelegenheid aan en vertel over Jezus.” Samen met andere christenen spreekt hij mensen aan in de bus en verkoopt Nieuwe Testamenten. “Anderen verkopen water, ik verkoop Bijbels. Als iemand er eentje wil, dan krijgt hij hem gratis mee.” Met regelmaat gaat hij samen met andere christenen de binnenlanden van Bangladesh in. Met de zogenoemde gospelboat – een boot met op de zijkant de woorden uit Johannes 14:6 – varen ze naar afgelegen dorpen waar ze materiaal uitdelen en gesprekken aanknopen.
Moskee
“Ik ben één keer in een moskee geweest. Ik stond op en sprak daar ongeveer tien minuten. Er waren een paar mensen en ze luisterden. Ze lieten mij spreken, ik denk omdat ze overrompeld en verbaasd waren. Toen ik klaar was, ging ik naar de uitgang. Ik liep rustig maar toen ik eenmaal buiten was, zette ik het op een lopen. Ik was erg bang.”
Heel soms gaat Yacub met een megafoon op stap, naar een markt bijvoorbeeld. “Dat doe ik nooit alleen, dat is te gevaarlijk. Er zijn altijd anderen bij. We vertellen dan kort iets over het Evangelie en delen materiaal uit.” Ondanks al zijn ervaring is het nog steeds een sprong in het diepe. “Ik vind dit gedeelte het moeilijkst. Ik voel mij kwetsbaar. Ik breng een scherpe boodschap, zeker in een moslimcultuur, en dan kan er van alles gebeuren…”
Pistool
Dat er inderdaad van alles kan gebeuren, weet Yacub maar al te goed. Meerdere keren is hij – samen met anderen – weggejaagd, bedreigd en bespot. “Soms luisteren mensen, soms worden ze boos of bellen de politie.”
In dit kader wil Yacub graag iets laten zien. Hij loopt door de drukke straten van de hoofdstad. Af en toe kijkt hij schichtig om zich heen. Hij voelt zich ongemakkelijk terwijl hij zich door de kleurrijke mensenmassa beweegt, langs de ontelbare kleine winkeltjes en pratende mensen. Onder een voetgangersbrug staat hij plotseling stil. “Hier is het gebeurd.” Hij wijst om zich heen. “Een groep mannen ging om mij heen staan. Ze bedreigden mij en opeens trokken ze een pistool… Ik krijg er weer kippenvel van.”
“Ze wisten alles van mij”
Terug in zijn huis vertelt Yacub het hele verhaal. “Deze mannen wisten alles van mij. Ze wisten dat ik het Evangelie deelde. Ze wisten waar ik woonde. Ze wisten zelfs waar mijn dochter op school zat.” De mannen willen dat Yacub zou ophouden met het delen van de boodschap van Jezus. “Ik antwoordde dat ik nooit zou stoppen met het vertellen van het goede nieuws. Nooit. En toen lieten ze mij het pistool zien...”
Het is even stil. Yacub schudt zijn hoofd. Hij lacht, maar de pijn is duidelijk zichtbaar op zijn gezicht. “Ik was vooral bang voor mijn familie. Na de bedreiging ben ik gelijk naar de school van mijn dochter gegaan.” Inmiddels woont ze een paar jaar in de Verenigde Staten. “Het waren serieuze bedreigingen. Het doet ontzettend veel pijn, twee jaar geleden zag ik haar voor het laatst.”
Weerstand uit andere hoek
Soms komt de weerstand uit een andere hoek: “Anderen kerken zijn niet altijd enthousiast over wat we doen. Ze zeggen: ‘Door wat jullie doen, krijgen wij te maken met vervolging. Wat je doet, is niet slim.’ Ik antwoord dan dat Jezus ons één grote opdracht heeft gegeven. Verkondigen. Daarom doen we wat doen. En ze hebben gelijk: als we niet verkondigen, is er ook geen vervolging. Als we wél getuigen is het gevolg vaak weerstand. Maar... is dat niet juist wat de Bijbel zegt?”
De weerstand die de Bengaalse broeder ervaart – zowel vanuit hoorders als vanuit geloofsgenoten - brengt hem overigens niet van slag. “Als je naar Jezus kijkt, naar wat Hij heeft betaald en geleden…”
Hij is even stil. “Híj heeft de grootste prijs betaald. Het is waar dat het in Bangladesh soms moeilijk is om het Evangelie te delen. Ik word vaak bedreigd. Maar het geeft altijd vreugde in mijn hart want ik weet dat als het misgaat, als ik sterf, dat ik dan naar de hemel ga. Mijn leven is vaak in gevaar. En ja, soms maak ik mij zorgen over mijn gezin. Maar ik weet ook dat God ook voor hen zal zorgen.”
Eén uur bidden
Daarbij benadrukt Yacub het gebed als wapen tegen angst. “Bidden is cruciaal. Ik wil christenen aanmoedigen om elke dag zeker een uur te bidden. Dit bedoel ik niet als een wet. Maar ik heb ontdekt dat gebed nederig maakt.” Niet alleen Yacub, maar de hele gemeente brengt veel tijd biddend door. “We hebben bidstonden op dinsdag, woensdag en donderdag. Elke zaterdag vasten we 's ochtends waarna we samen bidden. Vrijdag en zondag hebben we meerdere diensten. We hebben het nodig om veel en lang te bidden, want alleen dan kunnen we groeien in geloof en vinden we de moed om gehoorzaam te zijn.”
Not my job
De afgelopen vijftien jaar zijn er, mede door het evangelisatiewerk van Yacub, honderden mensen tot Christus gekomen. “Dat is niet dankzij mij”, zegt hij hoofdschuddend. “Dat is Gods werk. Ons doel is niet om mensen te bekeren, dat kunnen we niet eens. Ons belangrijkste doel is om het goede nieuws te brengen. De rest is not my job, dat is niet mijn werk. Ik heb veel mensen tot de Heere zien komen door het werk van de Heilige Geest.”
Yacub ziet in zijn eigen omgeving dat mensen het moeilijk vinden om te getuigen. “Eén van de redenen is dat mensen denken dat het de taak van voorgangers is. Dat is niet waar.”
De tweede reden die hij ziet, is dat christenen bang zijn voor de reacties of voor afwijzing. Dat gevoel herkent hij maar al te goed: “De eerste keer dat ik de straat op ging was ik ontzettend bang. De tweede keer ook. Ik voelde schaamte en dacht ’waar ben ik mee bezig?’ Maar hoe vaker ik het deed, hoe natuurlijker het voelde.”
Moet iedereen een megafoon?
Op de vraag of we allemaal met een megafoon de straat op moeten, is Yacub duidelijk. “Dit is maar één manier waarop je kunt getuigen. Het kan ook via relaties of via Facebook. Vraag je af op welke manier God jou wil gebruiken. Begin thuis, bij je familie bijvoorbeeld. Verzin geen grote preek maar vertel ze jouw verhaal. Schrijf het eerst op als dat je helpt, maakt het niet te groot. Vertel het in ongeveer drie minuten. Het is zo simpel, je hoeft echt niet naar de theologische school. Getuig door je levensverhaal te vertellen; Hij zal Zelf voor de vruchten zorgen.”
SDOK-Minicursus: 7 tips om te getuigen
SDOK ontwikkelde naar aanleiding van het verhaal van Yacub een minicursus ‘getuigen’. Hierin vind je 7 concrete tips om te getuigen van je geloof. Dit e-book kun je gratis downloaden via de website van SDOK.
SDOK in Bangladesh
SDOK is via diverse partners betrokken bij evangelisatiewerk en steunt christenen die worden vervolgd vanwege hun geloof. Want, die gevolgen zijn er. Sommigen worden door hun familie verstoten of krijgen met uitsluiting, fysiek geweld of schade aan bezittingen te maken. SDOK steunt vervolgde broers en zussen heel praktisch met bijvoorbeeld een verhuizing naar een veilige plek, toerusting en discipelschap. Je kunt ons werk ondersteunen via deze website.
* Yacub heet in werkelijkheid anders.
Beluister de themapodcast van Cvandaag over christenvervolging in Bangladesh: