Officieel is Carlijn docent Engels, maar eigenlijk werkt ze aan een bijbelvertaling

Regelmatig ontmoet Carlijn* christenen die of in de gevangenis hebben gezeten, of het leven moeilijk gemaakt wordt. Zelf kan ze haar werk ook niet in alle openheid doen. Toch kiest de Nederlandse ervoor om als taalonderzoeker voor Wycliffe Bijbelvertalers in Zuidoost-AziĆ« te werken. āIn Nederland zijn we zĆ³ bevoorrecht.ā
Officieel is Carlijn docent Engels op een privĆ©school, vertelt ze terwijl we haar tijdens haar verlof spreken. āDaar ben ik voornamelijk in de avonden mee bezig. Ik geef jongeren les die daar beter in willen worden. Het kost mij ongeveer 30 tot 40 procent van mijn tijd.ā
Brengt ze de Aziatische jongeren geen Engels bij, dan is ze hard bezig mogelijkheden te zoeken om de Bijbel dichter bij het hart van mensen te brengen. Wat ze precies doet? āIn het land waar ik werk staat een aantal talen niet op schrift. We zoeken onder meer uit welke talen er precies zijn en welke dialecten daar deel van uitmaken.ā
Taal ligt gevoelig
Een dialect wordt bijvoorbeeld in tien dorpen gesproken, vertelt Carlijn, en soms verspreid over meerdere provincies. āEn dan lijken sommige dialecten op elkaar, waarbij het ene dorp het andere wel begrijpt, maar andersom niet. Taal ligt heel gevoelig, is heel persoonlijk. Het is belangrijk dat mensen zelf beslissen over de vraag met welk dialect we aan de slag gaan met het traject voor de vertaling van een Bijbel. Zij hebben vanaf het begin de zeggenschap over het traject, ik lever de kennis. De basis moet goed zijn, dan kan je verder bouwen.ā
Inmiddels heeft de Wycliffe-medewerker taallijsten opgenomen met christenen die het juiste dialect spreken. Ze doen dit om inzicht te krijgen in de taal, te beschrijven welke klanken er in de taal zijn en een begin te kunnen maken met de schrijfwijze van de taal. āZij zijn al christen, maar kunnen de nationale taal, waarin al wel een Bijbel vertaald is, vaak met moeite lezen. Een eigen Bijbel heeft heel veel toegevoegde waarde."
āWe nemen dan 1500 woorden in de nationale taal op. Mensen zeggen ze in hun eigen taal na en deden dat telkens drie keer. Daar ben je een goede week mee bezig. In het begin is dat leuk: mensen vertellen ook wat over hun cultuur bij bepaalde woorden. Later wordt dat soms een beetje saai. Dan helpt het dat je weet waarom je het doet, ook al is het doel nog ver weg.ā
Carlijn was eerder actief voor Wycliffe Bijbelvertalers: āHet project waar ik een jaar werkte, liep af. Toen ik daarna iets zocht voor de lange termijn had ik geen specifieke voorkeur voor een ander land. Nu werk ik in dit gesloten land ongeveer drie jaar.ā
Het land waar ze terechtkwam viel niet tegen, lacht ze. āDe mensen zijn heel aardig, open en toegankelijk. Het is een fijne stad, een fijne plek en het eten is goed. Ook de wat plagerige humor vind ik wel leuk.ā Aan het begin was ze vooral bezig met het leren van de nationale taal: āMet Engels kom je hier niet ver. De taal moet je goed kennen, omdat je anders mensen niet Ć©cht begrijpt.ā
Bevoorrechte Nederlanders
In Nederland ben je zo bevoorrecht, benadrukt Carlijn. āJe kan gewoon Bijbelstudie met elkaar doen en naar de kerk gaan. Je hebt veel mogelijkheden om over God te leren. Het raakt me dat mensen ergens anders op de wereld deze mogelijkheden helemaal niet hebben. Ik heb helemaal niet het idee dat ik de wereld ga redden of verbeteren, maar ik hoop dat ik daar een beetje een positieve invloed op kan hebben.ā
De religie die in het Zuidoost-Aziatische land het meest wordt aangehangen is het boeddhisme, maar Carlijn komt ook regelmatig in aanraking met mensen die animist zijn en geloven dat alle dingen een ziel hebben. āMensen hebben veel angst, bijvoorbeeld dat geesten boos worden. Gelukkig zijn er mensen die bekeerd zijn tot het christendom en hen vertellen dat God machtiger is dan geesten. Zij worden bevrijd van het feit dat ze moeten offeren om de geesten te vriend te houden.ā
Slechts een paar christenen
Voor christenen is het leven niet makkelijk, vaak zijn ze eenzaam, vertelt Carlijn. āSoms zijn er in een dorp maar een paar mensen die geloven.ā In haar werk komt ze dan ook regelmatig gelovigen tegen die in de gevangenis hebben gezeten of het leven moeilijk gemaakt wordt: āEr was een pastor die in de gevangenis gezeten had. Hij kon niet blijven in het dorp waar hij woonde. Een aantal jaar geleden hoorde deze pastor dat er ergens anders een Bijbel vertaald werd. Hij wilde dit ook graag in zijn eigen taal. Het is bijzonder om te weten dat zijn verlangen nu verhoord is!ā
Het werken in een āgesloten landā zorgt ervoor dat de Wycliffe-medewerker haar werk niet in vrijheid kan doen. āWe hielden storytelling-workshops, waarbij mensen leren om Bijbelverhalen in hun eigen taal door te vertellen. Omdat we in het land zelf niet met zoveel mensen kunnen samenkomen, deden we dat net over de grens in een buurland.ā Een andere keer was een workshop zelfs onmogelijk: āHet was net na kerst, toen het christenen verboden werd om samen te komen. Doordat christenen extra in de gaten werden gehouden, lukte het niet om een workshop te organiseren.ā
Naast de moeilijke momenten, beleeft Carlijn ook mooie dingen in haar werk: āVan zoān workshop, waar mensen leren om Bijbelverhalen door te vertellen, worden mensen enorm enthousiast. Een groep mensen vertelde het verhaal over de genezen verlamde man door aan anderen in een dorp in de buurt. Toen kwamen er twintig mensen tot geloof. Mooi toch?ā
*Carlijn is in verband met veiligheidsredenen een gefingeerde naam