Chinese voorganger krijgt mensenrechtenprijs na 266 dagen cel: "De Heilige Geest gaf mij kracht"

De Chinese voorganger Ezra Jin Mingri ontvangt een internationale mensenrechtenprijs nadat hij 266 dagen gevangen heeft gezeten. Tijdens zijn gevangenschap vond hij kracht in zijn geloof. Volgens Jin bracht de Heilige Geest hem steeds Bijbelteksten in gedachten die hem hielpen vol te houden. Inmiddels is hij vrij, maar acht leiders van zijn kerk zitten nog altijd gevangen. "Ik zal niet rusten voordat zij vrij zijn en herenigd worden met hun dierbaren", zegt hij.
Jin vertelde onlangs aan The Christian Post hoe hij zijn maandenlange gevangenschap heeft doorstaan. Volgens de voorganger was het de Heilige Geest die hem kracht gaf in de moeilijke omstandigheden. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis kwamen er steeds Bijbelteksten in zijn gedachten. Die woorden bemoedigden hem en hielpen hem om vol te houden.
Ondanks alles wat hij heeft meegemaakt, blijft Jin hoopvol over de toekomst van de kerk in China. Hij gelooft dat de vervolging van christenen uiteindelijk zal afnemen. Ook verwacht hij dat er een grote geestelijke opwekking zal plaatsvinden.
Mensenrechtenprijs voor moed en geloof
De Amerikaanse Lantos Foundation for Human Rights and Justice heeft bekendgemaakt dat Jin de Lantos Mensenrechtenprijs 2026 ontvangt. De onderscheiding komt precies een jaar nadat de Chinese autoriteiten begonnen met een grote actie tegen zijn kerk.
De stichting wil met de prijs aandacht vragen voor de vervolging van gelovigen in China. Ook wordt Jin geëerd vanwege zijn inzet voor godsdienstvrijheid. Katrina Lantos Swett, voorzitter van de stichting, spreekt met bewondering over de voorganger. "Met zijn moed en onwankelbare geloof heeft hij mensen over de hele wereld geïnspireerd", zegt ze.
Volgens Swett was Jin er nooit op uit om een bekende voorvechter van godsdienstvrijheid te worden. Toch nam hij die rol op zich toen de omstandigheden daarom vroegen. "Het is een grote eer om deze prijs uit te reiken aan iemand die zo duidelijk leeft naar zijn geloof en overtuigingen. Zijn voorbeeld mag ons allemaal inspireren."
Kerk weigert gezichtsherkenning
Jin richtte de Zion Church in 2007 op. De gemeente groeide uit tot een van de grootste netwerken van niet-geregistreerde protestantse huiskerken in China. Sinds 2018 staat de kerk onder zware druk. Dat jaar weigerde de gemeente camera's met gezichtsherkenning in het kerkgebouw te installeren. De Chinese autoriteiten sloten daarop het gebouw. Toch bleven de christenen samenkomen. Ze hielden diensten via internet, in woningen, buiten en in hotelkamers.
In oktober vorig jaar werd de situatie ernstiger. De autoriteiten pakten bijna dertig voorgangers en gemeenteleden op in meer dan tien Chinese steden. Volgens waarnemers ging het om de grootste gecoördineerde actie tegen een stedelijke huiskerk in ruim veertig jaar. De meeste arrestanten kwamen al snel vrij. Jin bleef echter 266 dagen gevangen.
'Ik zal niet rusten voordat zij vrij zijn'
In juli dit jaar kwam Jin vrij en mocht hij naar de Verenigde Staten vertrekken. Volgens The Christian Post gebeurde dat 'als gebaar van goede wil' van de Chinese president Xi Jinping. Sinds zijn vrijlating zet Jin zich in voor christenen die vanwege hun geloof gevangen worden gehouden. Vooral de acht leiders van zijn eigen kerk houden hem bezig.
In een verklaring aan The Christian Post zegt hij dankbaar te zijn voor de mensenrechtenprijs. Hij hoopt dat de onderscheiding meer aandacht oplevert voor de vervolging van gelovigen in China. "De Chinese Communistische Partij heeft het gemunt op mijn kerk en op veel andere geloofsgemeenschappen", zegt Jin. "Het is belangrijk dat mensen wereldwijd opkomen voor meer godsdienstvrijheid in China. Dat recht is onmisbaar voor een vreedzame en rechtvaardige samenleving."
De voorganger denkt daarbij in het bijzonder aan zijn acht gevangen medechristenen. "Ik zet mij vooral in voor de vrijlating van acht broeders en zusters uit onze kerk. Zij zitten nog altijd onterecht gevangen. Ik zal niet rusten voordat zij vrij zijn en herenigd worden met hun dierbaren."
De acht gevangenen zijn Gao Yingjia, Wang Lin, Yin Huibin, Wang Zhong, Wang Cong, Liu Zhenbin, Lin Shucheng en Wu Qiuyu.








































Praatmee